Op weg naar het einde    21-22

Arie Pos

Onze dochter is zeventien en zeer ter tale in Portugees en Engels. Aan haar Nederlands wordt nog gewerkt want dat komt je niet aanwaaien met een Portugese moeder op het Portugese platteland, maar een Certificaat Nederlands als Tweede Taal profiel academische taalvaardigheid lijkt niet ver weg meer. Ze won een Portugese jeugdprijs met een filosofisch essay en twee van haar Engelstalige verhalen verschenen in promotiebloemlezingen van het Portugese programma English Language Teaching van Oxford University Press. Typisch iets voor een trotse vader om dat te melden natuurlijk. Maar daar gaat het hier niet om.

Een paar jaar geleden wilde ze ‘later’ Japans gaan studeren, daarna algemene letterkunde en/of journalistiek. Talen en schrijven, dat waren haar dingen. Lezen ook: Poe, Kafka, Conrad, Saramago, Pessoa – geen al te lichte kost, maar ze was dan ook in haar gothic periode. Het stond thuis in de kast en ze kon voorlopig vooruit. Ze was veertien toen ze tussen de Harry Potters door zelf ook wel eens een ander boek wilde kopen. We gingen naar een grote boekwinkel en na een paar minuten had ze gevonden wat ze zocht: Chuck Palahniuk. De Portugese vertaling van Diary. Niet in het Engels? Nee, dat leek haar nog te moeilijk. Ik moest bekennen dat ik nooit iets van Palahniuk had gelezen. Ze kende hem van internet. Erg goed, maar misschien wat heavy voor haar ouwelui. Ik mocht het na haar lezen maar voor haar moeder leek het haar sowieso niks. Te grof en te sick. Daar was iets voor te zeggen, vond ik, toen ik het las. Dochter glom: zie je wel, maar vind jij het wel wat dan? Ja, ik vond het een ontdekking. Transgressive, grof en sick, maar wat kon die vent schrijven. We lazen in een straf tempo de ene Palahniuk na de andere. Inmiddels wel in het Engels, want dochter had zich knap geërgerd aan de belabberde Portugese vertaling van Diary. Ze keek dwars door de tekst heen en wees de ene na de andere vertaalmisser aan. Ze leverde er ook het oorspronkelijke Engels bij, dat ik aanvankelijk met haar checkte in de Amerikaanse pocket die ik had gekocht. Voor zover ik het zelf al niet meteen zag, had ze bijna altijd gelijk dus we konden ons de moeite besparen. Ze las alles wat ze kon vinden over de schrijver, maakte een werkstuk over hem en schreef een artikel voor de schoolkrant. We vroegen ons af of Pygmy wel te vertalen was en vermaakten ons zeer met een paar probeersels in het Portugees en Nederlands. Via Palahniuk was dochter Amy Hempel op het spoor gekomen. Ik kocht voor een habbekrats Hempels Collected Stories op een Amerikaanse antiquarensite. Opnieuw een ontdekking dankzij dochter.

De recentste ontdekking was dat ze wijselijk voor een exact eindexamenpakket koos en volgend jaar medicijnen wil gaan studeren. Talen, literatuur, vertalen, geen fatsoenlijke baan in te vinden en geen droog brood mee te verdienen. Leuk als hobby en tijdverdrijf, naast het dokteren, als het even kan zo gespecialiseerd mogelijk. BA in Portugal en MA plus verdere specialisaties in Nederland, Engeland of de VS. Daar kon paps het mee doen. Als ervaringsdeskundige met drieëndertig dienstjaren in de eens vrolijke wereld van talen, literatuur en vertalen zie ik mijn bestaan met de dag onzekerder worden. Maar als ik om me heen kijk vind ik eigenlijk dat ik niet moet zeuren, want veel anderen uit dezelfde takken van sport zijn er slechter aan toe. Zo’n toekomst kan je je kind niet toewensen. Ook je generatiegenoten en jongere collega’s trouwens niet.

Dochter wil me van haar riante specialistensalaris wel onderhouden wanneer pensioen en werkinkomsten t.z.t. tekortschieten. Kan ik me aan mijn taal-, literatuur- en vertaalhobbies blijven wijden en blijven doen waar ik plezier in heb maar wat maatschappelijk gezien inmiddels onverantwoord en onverkoopbaar is. Zijn die literaire ontdekkingen van haar toch nog ergens goed voor geweest. Zo zing ik het wel uit tot ik tot mijn voorouders wordt vergaderd, die allemaal nuttiger werk deden dan ik en smid, boomkweker, onderwijzer, veeboer of rijwielhersteller waren. Hun boek was de Bijbel en daar hadden ze hun leven lang genoeg aan. Er is geen einde aan het maken van veel boeken, zei Prediker. Onderzoekt alles en behoudt het goede, schreef Paulus. Intussen is het einde van het maken (en het lezen) van veel boeken nabij en onderzoekt men niets meer dat niet printklaar samengevat op internet staat en, met plaatjes en al, op een A4’tje past. Het goede behouden? Doe normaal, man. Je moet op de markt pleuren wat de mensen willen.

‘Kom, kom, niet zo som somber,’ schiet me een proëzieregel te binnen. Van Ton Lebbink, meen ik. Who cares. Jeugdsentiment voor ouwe lullen. Moet zijn verzameld werk vast zelf uitgeven. Alles van waarde is weerloos tegen de rioolratten van de ontlezende cultuurbarbarij. De markt heeft geen memorie en leeft bij het gezag van de waan van de dag. Die waan is, al enige tijd, dat gedegen talenstudie onzin is, dat echte literatuur niet verkoopt en dat vertalen alleen zin heeft als het een bestseller oplevert. Er zijn wereldvreemde types die mopperen dat dit een levensgevaarlijke en cultuurbedreigende vicieuze cirkel is. Gelukkig zijn die types doorgaans al boven de vijftig en sterven ze over een paar decennia uit. Tot het zover is worden ze in een telkens kleiner reservaat gedwongen dat zichzelf maar moet financieren. Welbeschouwd gaat het immers om een luxueus tijdverdrijf voor enkele fijne luiden. Welke uitgever waagt zich nog aan vertaalde poëzie, welke boekhandelaar zet dat nog in zijn winkel? Voor ‘zware’ nieuwe en klassieke literatuur geldt hetzelfde. Het Letterenfonds werkt met steeds smallere marges op een krimpend gebied waar aan literatuur nog kwaliteitseisen worden gesteld die in het commerciële literaire bedrijf niet of nauwelijks meer gelden. Wie serieus een taal wil studeren is over een poosje op Amerikaanse universiteiten aangewezen. Goed opgeleide vertalers worden schaarser en het aantal talen dat wordt beheerst neemt zienderogen af. Je kunt beter medicijnen gaan studeren.

Wie lacht niet, die de mens beziet. Kenniseconomie en marktwerking plaveien de weg naar cultureel en literair analfabetisme. Daar kunnen geen cultuurprotest, vertaalpleidooi of Schwob tegenop. Mijn voorouders hadden tenminste nog één vertaald klassiek literair werk dat ze lazen. Voor de kinderen van Henk en Ingrid is zelfs dat niet meer weggelegd. Hun culturele horizon en levensgids is de televisie. Een paradoxale winterwijsheid: talen, literatuur en vertalen, ze maken er tegenwoordig de kachel mee aan maar de schoorsteen kan er niet van roken.

Lees meer over: