Reactie op 'Metatalige reflectie (1)' van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes    46-47

Onno Kosters

‘But who was Gerty?’ (U 13.78)1
In hun in opnieuw onvervalst bindervoetenhenkesiësk gestelde bijdrage (God hoede de vertalers van Bindervoet en Henkes!) getiteld ‘Metatalige reflectie (1)’ (Filter 15:3, september 2008) stellen de auteurs details uit de bestaande Ulysses-vertaling aan de kaak – details & kaak waarin ik mij geheel kan vinden. Om over het splitsen van de openingszin van Ulysses door Claes en Nys nog maar te zwijgen (wat ik bij deze niet doe).

Tegen één opmerking echter moet ik bezwaar maken. De auteurs stellen dat ‘[h]et Vertaliaans [eigenlijk al begint] in de titel, die in het Nederlands Ulysses is gebleven, terwijl het ook Odysseus had kunnen zijn, zoals de dappere Fin heeft gedaan, of Ulixes zoals de homerische held in het Latijn, en ook wel in het Oudhollandse Hollands van weleer hiet’ (38). Kort en bondig: ja, dat laatste eventueel wel (in het niet zo Oudhollandse Hollands uit 1987 dat Frans van Dooren hanteert in zijn prozavertaling van Dantes Goddelijke komedie hiet Odysseus Ulixes); dat eerste echter níet.

Interessant genoeg overwogen Claes en Nys zelf ook Ulysses met Odysseus te vertalen. In een onthullend interview met het tijdschrift Yang verklaarden zij:

Het wordt Odysseus. Die keuze zegt veel over onze aan­pak. Vandenbergh en Wollschläger [de Duitse vertaler, OK] nemen de oorspronkelijke titel gewoon over. Ze verliezen daarbij uit het oog dat Ulys­ses voor Engelsen de gewone naam van de Griekse held is, terwijl datzelfde Ulysses in het Nederlands ongewoon plechtig of latiniserend klinkt. Daarom hebben de Fransen trouwens voor Ulysse en de Italianen voor Ulisse geop­teerd. ‘Letterlijk’ vertalen heeft vaak en verkeerd ver­vreemdend effect. Onze optie is: idiomatisch vertalen. (Yang, jg. 29, 1993/4–5, 58)

Maar de latiniserende/vervreemdende klank is nu juist een hoogst relevant betekenisgevend element van de titel. Joyce’ keuze voor Ulysses is meer dan een keuze voor Odysseus, zoals hij in het Nederlands over het algemeen heet: Joyce baseerde zijn epos (dat tenslotte niet ‘over’ ‘de’ ‘Griekse’ ‘held’ Odysseus gaat – het gebruik van de term ‘homerische parallellen’ wanneer verwezen wordt naar de relatie tussen De odyssee en Ulysses is dan ook misleidend) op een al te menselijke ‘held’ met multiculturele trekjes. Odysseus’ volgens Victor Bérard Fenicische (en daarmee Semitische!) achtergrond was bijvoorbeeld een belangrijk ingrediënt voor de concoctie die Joyce van hem maakte: de Engelse vertaling van de naam Odysseus, Ulys­ses, is afge­leid van de gelatiniseerde versie van de naam van de Griekse ‘held’ wiens verhaal, wanneer we geloven wat Joyce zelf, op grond van zijn lezing van Bérard, hoogst toepasselijk achtte, was geba­seerd op een voor hande­laars en reizigers gecreëerde, van oorsprong Phoeni­ci­sche handleiding voor het bezeilen van de Middel­landse Zee, wat Odysseus, eh, Ulysses een Semitische achtergrond, een zwerversbestaan geeft, waarmee hij de diaspora belichaamt.

De afstand tussen de Odysseus en Joyce’ Ierse Ulysses is kortom nogal groot.

Oftewel: Joyce’ gebruik van de titel Ulysses (i.p.v. Odysseus, wat ook nog had gekund)2 vormt op zich al een vertaling, een toepassing, een vorm van diefstal zelfs. Zoals Lenn  Platt heeft beargumenteerd:

I would argue [...] that the first irony of Ulysses is that it is an authentic Irish epic, partly by virtue of its hopeless and inevitable cultural contamination. The title of the book, which is every bit as complex and ambiguous as ‘Finnegans Wake’, would suggest as much. Forget, for a moment, Joyce’s admiration for Odysseus, and assume that the title refers not to Bloom, but to the book as a book. To call a book ‘Ulysses’ is to invite the status of the epic. But why call a book about Ireland Ulysses? To do so might suggest the making of a cultural statement on a massive scale. Some grandiose scheme was certainly on Joyce’s agenda. But it seems highly unlikely that Joyce would seriously indulge himself in the same kind of rhetoric which he mocked the [Irish] revival for using. In any case, why use the Romanised form, rather than the authentic Greek form? This, it seems to me, is the point about the title. In the Romanised form, ‘Ulys­ses’ signi­fies cultural appropriation, or, if, you like, theft. [...] It signifies a cultural practice, and carries the reali­sation that the new Irish epic cannot be ‘crea­ted’, but must be stolen.(‘Ulysses 15 and the Irish Literary Theatre’, in Reading Joyce’s ‘Circe’ [Rodopi 1994], 61–62.)

Ulysses ‘is’ Odysseus, maar met voor Joyce en zijn boek hoogst relevante verschillen. Die verschillen blijven alleen verbor­gen, en daarmee immanent, als een (nieuwe) vertaling van Joyce’ Ulysses, met name een die ‘uit [de] auteur’ (B&H 39) zal vertalen, weer Ulysses als titel krijgt.

Zoals Gerty is Joyce’ Ulysses een ‘specimen […] that […] [does] not hold [his] equal’ (U 13. 81–122).

Onno Kosters, 10 oktober 2008

 

Noten
1 U: Ulysses, ed. H.W. Gabler, New York: Vintage, 1984. Getallen achter U verwijzen naar episode- en regelnummer(s).
2 Interessant en relevant 2: de Engelse vertaling van De Odyssee uit 1946, door E.V. Rieu, verhaalt van Odysseus, niet van Ulysses.

Lees meer over: