Nominaties Filter Vertaalprijs kinder- en jeugdboeken 2026    

Annelies de hertogh voor De vliegende klas van Erich Kästner (vertaald uit het Duits voor uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts)

Het bestaan van deze prijs suggereert dat het vertalen van kinder- en jeugdliteratuur een vak apart is. Dat het voor welke doelgroep dan ook een ambacht én een kunst is – die sommigen bovendien wonderwel verstaan – bewijst Annelies de hertogh. Vorig jaar won zij de ‘volwassen’ versie van de Filter Vertaalprijs voor een uitermate serieuze tekst, Stalingrad van Vasili Grossman. Nu prijkt zij op deze shortlist met een boek dat ouder doch vele malen lichter van toon en thematiek is: De vliegende klas van Erich Kästner.

Ondanks de humor en lichtvoetigheid van het verhaal neemt Kästner zijn jonge personages overigens ook bloedserieus – in zijn voorwoord geeft hij al aan zich mateloos te ergeren aan schrijvers die hun eigen kindertijd lijken te zijn vergeten. De hertogh heeft haar innerlijke kind overtuigend aangesproken en brengt deze ruim negentig jaar oude jongetjes weer helemaal tot leven. Al zijn hun avonturen en zorgen misschien wat gedateerd, je kunt toch moeiteloos meegaan in hun vete met een nabijgelegen school, de voorbereidingen voor hun kersttoneelstuk (op zeer geslaagd rijm) én hun eenzaamheid en verdriet, zonder dat ze ooit ouderwets of stijf overkomen. Aan de andere kant heeft De hertogh ook niet geprobeerd er een 'hip' of eigentijds boek van te maken, maar respecteert ze de historische setting. Ze heeft zich goed verdiept in de tijdgeest als ze de jongens ‘Gossiemikkie!’ laat roepen of hen ‘larie’ en ‘apekool’ in de mond legt, woorden die in jeugdboeken uit de jaren dertig veelvuldig voorkomen, maar niet op het vervreemdende af verouderd zijn.

Sommige boeken groeien net als lezers op en zijn op een gegeven moment vooral relevant of de moeite waard vanwege hun historische context, voor een publiek dat dit bovendien kan plaatsen. In dat kader kun je je afvragen in hoeverre dit boek (nog) als een kinderboek geldt. Dat het verhaal speelt tegen de achtergrond van het opkomende fascisme, zal een jonge lezer waarschijnlijk alleen beseffen door het leuke voorwoord van Paulien Cornelisse, maar door De hertoghs sprankelende vertaling is De vliegende klas in onze ogen wel degelijk een aanrader voor oud én jong. Zij heeft de Nederlandse lezer wederom een grote dienst bewezen.

 

 

Willem Jan Kok voor Het laatste jaar van Matt Goodfellow (vertaald uit het Engels voor Volt Kinderboeken) 

Het laatste jaar van de Britse dichter Matt Goodfellow is een jeugdboek over de achtstegroeper Nate, die nogal wat voor zijn kiezen krijgt en gedichten schrijft als uitingsvorm. Het boek vormt een grote vertaaluitdaging: niet alleen moet de stem van een opgroeiende Britse jongen op een overtuigende manier in de eigen taal worden gevat en omgezet, ook wisselt Goodfellow de lopende tekst voortdurend af met gedichten, sommige vrij, sommige op rijm, die het hart van het verhaal vormen. Willem Jan Kok heeft die dubbele opgave met grote vakkundigheid en creativiteit opgepakt.

De poëtische passages zijn overwegend sterk. Kok weet de energie, het ritme en de toon van Nate’s verzen in het Nederlands te vertalen zonder klakkeloze nabootsing van het origineel. Waar alliteraties niet bewaard konden blijven, vond hij oplossingen om de gedichten ook in het Nederlands te laten werken, zodat ze originele Nederlandse poëzie zou kunnen zijn. Zoals hier:
           

Mijn broertje Jax
scheurt op z’n tweedehandsfiets als de bink
die hij is          bloedlink

Geen moeder nodig              geen pa           grote broer
maar dan liggen hij en z’n fiets op de vloer              (68)

Als vertaling van:


Jax, Jax cool as ya like
spins through summer on a second-hand bike.

Needs no mum           no dad                        no me
till he stiffs that jump and scuffs his knee.                            (68)
          

Nate, de jonge dichter en verteller, spreekt en schrijft ongepolijst, bondig en direct, en Kok zet die stem ook buiten de poëtische vorm goed om goed neer. Dat je het ongepolijste in de gedichten meer vergeeft dan in het proza – het zijn immers verzen van een achtstegroeper – heeft Kok goed begrepen en weet hij op subtiele wijze uit te spelen. En dat je je bij het lezen soms bewust wordt van de oorspronkelijke taal is geen tekortkoming maar een keuze die past bij het verhaal: een kind van tien dat opgroeit in een wereld vol sociale media gebruikt nu eenmaal meer Engels aandoende constructies – Kok schuwt deze niet, wat in een vertaling soms verrassend maar specifiek in dit boek ook heel verdedigbaar is.

De vertaaluitdagingen in dit boek zijn groot. Dat Kok ze met zoveel creativiteit en gevoel weet op te lossen, maakt dit tot een vertaling die stilistisch overeind blijft en de lezer echt meevoert. Het laatste jaar is een belangrijk boek voor de doelgroep, en in deze vertaling is het ook een belangrijk Nederlandstalig boek geworden.

 

 

Lies Lavrijsen voor Alma – De storm steekt op van Timothée de Fombelle (vertaald uit het Frans voor uitgeverij Lannoo)

Genoten heeft de jury ook van Alma – De storm steekt op, het eerste deel van de nieuwe avonturenreeks van Timothée de Fombelle, dat diep in ons slavernijverleden duikt en de jonge lezer niet spaart, maar wel betovert.

De geweldige vertaling van Lies Lavrijsen is zo licht en helder, zo doorschijnend, dat je nergens merkt dat je een vertaling aan het lezen bent. Haar Nederlandse zinnen zijn poëtisch en sfeervol. Zo wordt Alma’s geboorteplaats, de vallei waar zij met haar ouders en broers woont vóór het gezin door het noodlot uit elkaar wordt getrokken, beschreven als ‘[e]en open hand die alles geeft wat ze nodig hebben om van te leven: eten, sterrenhemels, grappige aapjes tussen de takken. De vallei geeft stortregens waar ze poedelnaakt in rondrennen, middagdutjes knus tussen hun ouders in, en hoog gras dat buigt voor de langskomende leeuwen of voor de wind’ (10). Zulke zinnen lusten we graag: ze laten jonge lezers voelen wat hun taal vermag, zonder dat ze hoogdravend of gekunsteld worden.

De scheepsterminologie die veel voorkomt in het boek was mogelijk de grootste concrete vertaaluitdaging. De vertaler introduceert woorden als ‘bramsteng’, ‘grootmarszeil’ en ‘ra’ op een soepele manier. Je struikelt als lezer nergens, maar raakt door de nautische taal gaandeweg steeds meer bekend met het Franse slavenschip waarop een groot deel van het boek zich afspeelt.

Af en toe tovert Lavrijsen de mooie Franse frasen van De Fombelle om tot nog mooiere Nederlandse creaties. Bijvoorbeeld bij: ‘Son frère a construit sa cabane dans ce monde qu’elle lui invente. Petit à petit, Lam s’est installé là-bas, dans ce paysage imaginaire’ (12). Letterlijk betekent dat iets als: ‘Haar broer heeft zijn hut gebouwd in die wereld die zij voor hem verzint. Beetje bij beetje heeft Lam zich in het denkbeeldige land geïnstalleerd.’ De vertaler koos voor: ‘Haar broer heeft zijn hut gebouwd in die fantasiewereld. Beetje bij beetje is Lam in het verzonnen land gaan wonen' (13). Dankzij de vertaling van Lavrijsen is Alma een boek geworden waar je als lezer in kunt gaan wonen!

 

 

 

Esther Ottens voor Een tuintje op je buik van Katharina von der Gathen (vertaald uit het Duits voor uitgeverij Gottmer) 

Een tuintje op je buik is een informatief boek over de dood en het leven eromheen, voor kinderen vanaf 8 jaar. In onomwonden taal geeft de auteur antwoord op vragen die voor, tijdens en na een overlijden kunnen rijzen. Er valt voor lezers ook wat te lachen: verschillende hoofdstukken worden afgesloten met moppen rond het thema.

In haar vertaling uit het Duits weet Esther Ottens precies de heldere niet-sentimentele toon te treffen die voor dit boek nodig is. Zo laat zij een rouwbegeleider zeggen: ‘Bij volwassenen heeft rouw iets van een groot, diep meer waar ze in vallen en lange tijd in ondergedompeld blijven. Kinderen beleven rouw meer als een regenplas. Ze springen erin en voelen dan even groot verdriet. En even later hollen ze er weer uit.’ (116)

De rituelen rond dood en rouw zijn in Duitsland niet altijd hetzelfde als in Nederland of België. Soms moesten, zo valt in een noot bij de vertaling te lezen, verschillen worden aangepast. Er staat bijvoorbeeld in de brontekst dat bezoekers van een crematie direct na het afscheid in de aula naar de ‘condoleance’ gaan. In Nederland hebben we nog een andere optie en dus heeft de vertaler een passage toegevoegd, precies passend in de stijl van het boek: ‘In het crematorium gaat de kist na de plechtigheid naar de ovenruimte. Als de nabestaanden dat willen, kunnen ze meegaan, maar dat hoeft niet.’ (95) 

De eerdergenoemde woordgrapjes vormden ongetwijfeld een uitdaging. ‘Was steht auf dem Grabstein eines Bäckers? Der Ofen ist aus’ wordt in het Nederlands: ‘Wat staat er op de grafsteen van een bakker? De koek is op'’(101). De woordgrap ‘Was ist grün und liegt im Sarg? Eine Sterbse’ kan in het Nederlands niet, maar Esther Ottens maakt van de erwt een andere groente en komt met een passende oplossing: ‘Hoe noem je een gestorven komkommer? Een kwamkwammer’ (34). En dan is er natuurlijk de titel, die moet passen bij de illustratie op de kaft van het boek: Radieschen von unten wordt Een tuintje op je buik.

Al met al een creatieve vertaalprestatie die de jury graag beloont met een nominatie!

 

 

Annemarie Vlaming voor Wolf van Saša Stanišić (vertaald uit het Duits voor uitgeverij Luitingh-Sijthoff)

We kennen de Bosnisch-Duitse schrijver Saša Stanišić in Nederland met name als auteur van volwassen boeken. In zijn werk verkent hij thema’s als migratie, vervreemding en identiteit. Annemarie Vlaming, die ook zijn volwassen werk vertaalde, maakte nu voor het eerst een Nederlandse vertaling van een kinderboek van zijn hand. Wolf is een humoristisch en vlot geschreven verhaal over pesten en buitenbeentjes, en de rol die taal daarin kan spelen.

Hoofdpersoon Kemi is door zijn moeder op zomerkamp gestuurd. Met frisse tegenzin probeert hij zich staande te houden in de complexe groepsdynamiek van jonge adolescenten en overenthousiaste kampleiders. Hij heeft geen boodschap aan de reeks buitenactiviteiten die voor hem zijn georganiseerd en levert in geheel eigen stem commentaar op het geheel – een stem die Vlaming mooi weet te behouden in haar vertaling. De honende maar ritmische uitspraak ‘An meiner Seite, mit gut geschnürten Wanderschuhen und gut gelaunten Ratschlägen: Jörg’ vertaalt Vlaming bijvoorbeeld als 'Naast me loopt Jurg, met goedgestrikte wandelschoenen en goedgemutste adviezen.’

Deze Jurg is een buitenbeentje, net wat ‘andersiger’ dan de rest: hij is teruggetrokken, niet goed in sport, en praat bijzonder eigenaardig. De compleet eigen stem van Jurg, die vaak wat ouderwets aanvoelt, wordt ook benadrukt in de Nederlandse vertaling. Door uitspraken als ‘Ik was nog snel even mijn jatten’ en ‘Ik ben in mijn nopjes’ wordt pijnlijk duidelijk waarom Jurg niet goed in de groep ligt. De vertaling van Vlaming laat goed zien hoe belangrijk taal is in deze momenten van vervreemding en hoe de taal die je eigen bent samenhangt met sociale thema’s als uitsluiting en pesten.