Wereldbibliotheek haalt de wereld in huis    72-79

De fondsvorming van uitgeverij Wereldbibliotheek

Cornelie van Rinsum

Vaak hoort men in verwarde tijden:
‘O neen, nu kan het niet meer lijden!’
Toch moet men niet te veel besnoeien,
spaart niet op boeken die u boeien.
Ontwikkeling, ontspanning, nut
is nodig in paleis en hut.
Waar moet men levensmoed in zoeken?
In goede en goedkope boeken!

Bovenstaande dichtregels verwoorden de oorspronkelijke doelstelling van de uitgeverij die in 1905 werd opgericht onder de naam ‘Maatschappij tot Verspreiding van Goede en Goedkoope Lectuur’: de bevordering van literatuurspreiding onder de lagere klassen. Ze hangen nog steeds aan de wand in het pand waar uitgeverij Wereldbibliotheek tegenwoordig gehuisvest is. In 2005 vierde de Wereldbibliotheek haar honderdjarig bestaan. Veel boeken zagen in die eeuw het licht, waarvan een groot deel vertaalde literatuur. In dit artikel wordt een profiel geschetst van de Wereldbibliotheek als uitgeverij van vertaalde literatuur met speciale aandacht voor het aanbod uit het Duits. Interessant is de vraag welke talen tijdens haar bestaan een rol van betekenis hebben gespeeld en waarom. Het kader van het onderzoek was te klein om het hele aanbod van de Wereldbibliotheek tussen 1905 en 2004 te bestuderen, daarom is ervoor gekozen de uit het Duits vertaalde uitgaven nader onder de loep te nemen.

Hoewel uitgeverijonderzoek nog in de kinderschoenen staat en een theoretisch kader ontbreekt, is er in de laatste decennia toenemende wetenschappelijke aandacht voor literaire uitgeverijen ontstaan. Het onderzoek waarop dit artikel is gebaseerd, sluit aan bij deze jonge onderzoekstraditie.1 

De invloed van de directeuren op het vertaalaanbod
De verschillende directeuren van de Wereldbibliotheek (WB) hebben duidelijk hun stempel op het uitgeefbeleid gedrukt. Leo Simons, die met zijn compagnon Gérard Schreuder de WB oprichtte, kan als geestelijk vader van de onderneming worden gezien. Simons maakte deel uit van een liberale en sociaal-democratische elite die rond 1900 door middel van politieke, sociale en culturele hervormingen de positie van de massa wilde verbeteren. De oprichting van de Maatschappij moet tegen de achtergrond van deze hervormingsbeweging worden gezien. Simons wilde een nieuw publiek dat voorheen nauwelijks aan de leescultuur had deelgenomen in contact brengen met (internationale) kwaliteitsliteratuur. De Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur streefde er bovendien naar haar boeken tegen relatief lage prijzen op de markt te brengen en zodoende voor een breder publiek beschikbaar te maken. Goedkope boekenseries in het buitenland, zoals ‘Everyman’s Library’ in Engeland, ‘Reklam Universal-Bibliothek’ in Duitsland en ‘Bibliothèque Nationale’ in Frankrijk, fungeerden als lichtende voorbeelden.

Vertalingen hebben het fonds van de WB in de afgelopen eeuw voor een belangrijk deel beheerst en beheersen dat nog steeds. De internationalisering die na 1945 op de Nederlandse boekenmarkt inzette is in versterkte mate op de WB van toepassing. Terwijl het aandeel vertaalde literatuur op de Nederlandse boekenmarkt steeg van 10 procent aan het eind van de jaren veertig tot 25 procent aan het begin van de jaren negentig, gelden voor de WB percentages van respectievelijk 36 en 84. Vanaf de jaren zestig hebben vertalingen in het fonds zelfs de overhand. De WB was en is dus sterk internationaal georiënteerd.

De belangrijkste vreemde talen waaruit de WB in haar honderdjarig bestaan heeft geput zijn Engels, Duits, Frans, Russisch, Italiaans en Spaans:

Taal Aantal
Engels 399 (14%)
Duits 297 (11%)
Frans 145 (5%)
Russisch   95 (3%)
Italiaans 87 (3%)
Spaans 61 (2%)

Tabel 1 Het absolute en relatieve aandeel van de zes meest voorkomende vreemde talen in het fonds van de WB tussen 1905 en 2004

In de loop van de tijd zijn in de verhouding tussen de verschillende talen in het fonds belangrijke verschuivingen opgetreden. Interessant is de vraag waarom. In de eerste helft van de twintigste eeuw beheersten het Engels, Duits en Frans – traditioneel de belangrijkste talen – het vertaalaanbod van de WB, geheel in lijn met de algemene situatie op de Nederlandse boekenmarkt. Na de Tweede Wereldoorlog kregen vertalingen uit het Engels de overhand:

Figuur 1 
Figuur 1 Relatief belang van de verschillende talen in het vertaalaanbod van de WB tussen 1905 en 2004

Vóór de Tweede Wereldoorlog was de WB sterk op het Duits gericht. Dit valt toe te schrijven aan de belangstelling van WB-directeur Nico van Suchtelen voor de Duitse cultuur. Van Suchtelen was de opvolger van Leo Simons en stond tussen 1930 en 1948 aan het roer van de onderneming. Als schrijver en filosoof was hij sterk beïnvloed door het gedachtegoed van Freud, wat onder meer blijkt uit zijn Freud-vertaling Het ik en de psychologie der massa (1924). Ook vertaalde Van Suchtelen voor de WB een reeks klassieke literaire werken uit het Duits, zoals Heines Boek Le Grand (1918) en Goethes Faust (deel 2, 1920). Niet alleen de invloed van Van Suchtelen verklaart de aandacht voor het Duits, want het Duits behoudt tot halverwege de jaren tachtig een belangrijke positie. Daarna boet het Duits binnen het vertaalde WB-fonds sterk aan betekenis in, een tendens die ook bij andere Nederlandse uitgeverijen valt te bespeuren. De toenemende aandacht in Nederland na de Tweede Wereldoorlog voor de Anglo-Amerikaanse cultuur wordt in de decennia na 1945 ook in het fonds van de WB weerspiegeld. Nadat de WB in 1986 door Joos Kat is overgenomen, ontstaan weer nieuwe verhoudingen tussen de verschillende talen. Het Engels verliest terrein, en ook het aandeel van uit het Duits vertaalde literatuur in het fonds daalt. De absolute hegemonie van het Engels in het vertaalaanbod op de Nederlandse boekenmarkt aan het einde van de twintigste eeuw (twee derde van de vertalingen is uit het Engels afkomstig) is dus niet op de WB van toepassing. Het afnemende belang van het Engels en Duits gaat gepaard met een toenemende belangstelling van de WB-redactie voor de Romaanse en andere ‘kleine’ talen. Vooral werken uit het Italiaans en Spaans winnen onder de leiding van Joos Kat aan betekenis. Daarnaast zet de WB-redactie zich in voor boeken uit het Tsjechisch, Hongaars, Hebreeuws en Fins.

Het overwicht van de Romaanse, Scandinavische en andere kleine talen in het vertaalaanbod van de WB aan het einde van de twintigste eeuw is te verklaren uit het feit dat de WB een kleine uitgeverij is. Voor vertalingen uit het Engels moeten hoge voorschotten worden betaald, die voor kleine uitgeverijen nauwelijks zijn op te brengen. De WB verlegt haar internationale oriëntatie daarom naar kleinere talen en bedient delen van de boekenmarkt die door grote uitgeverijen onopgemerkt blijven. 

Uit het Duits vertaalde boeken
Hoe kan het aanbod uit het Duits worden getypeerd? Vier parameters geven uitsluitsel over het karakter van het aanbod: genre (1), literaire stroming of kennisgebied (2), contemporainiteit (3) en niveau (4) van de uitgaven. De vraag waar de voorkeur van het lezerspubliek naar uitging laat zich moeilijker beantwoorden, omdat daarvoor de reconstructie van het fonds onvoldoende houvast biedt. Andere gegevens, zoals verkoopcijfers, moeten de voorkeur van het lezerspubliek blootleggen.

(1) Het uit het Duits vertaalde aanbod van de WB kan als literair worden bestempeld. Sandra van Voorst laat in haar studie zien dat voor de periode 1946 tot 1970 de Duitse non-fictie op de Nederlandse boekenmarkt de overhand heeft, wat dit betreft wijkt het vertaalaanbod van de WB dus af van de rest van de Nederlandse boekenmarkt. Aangenomen kan worden dat deze bevinding zich niet tot deze tijdsspanne beperkt, maar dat de speciale aandacht voor Duitse fictie specifiek is voor de WB. Binnen het genre fictie neemt proza een dominante positie in, op grote afstand gevolgd door dramatische werken en poëzie. Dit is niet verwonderlijk omdat op de literaire markt prozawerken domineren, terwijl voor poëzie slechts een select lezerspubliek bestaat. 

(2) In het fictie-aanbod zijn verschillende literaire stromingen vertegenwoordigd. Dit laat figuur 2 zien:

Figuur 2
Figuur 2 In het vertaalaanbod uit het Duits van de WB voorkomende literaire stromingen tussen 1905 en 2004, in absolute getallen

In de eerste helft van de twintigste eeuw gaat het hoofdzakelijk om de klassiekers en de zogeheten heimatliteratuur (waarin de tegenstelling tussen stad en platteland centraal staat en de eigen geboortegrond wordt geïdealiseerd),  terwijl na 1945 bijvoorbeeld ook de maatschappijkritische Gruppe 47 en Gruppe 61 aan bod komen. De WB schenkt dus aan verschillende literaire stromingen aandacht. Door de kleinschaligheid van de lezersmarkt kunnen uitgeverijen in Nederland het zich niet veroorloven zich tot een specifieke literaire stroming te beperken, zoals in Duitsland wel gebeurt.

Hoe is het belang van de verschillende literaire stromingen in de verschillende periodes te duiden? De uitgave van Duitse klassiekers aan het begin van de twintigste eeuw is terug te voeren op het aanvankelijke streven van de WB om klassiekers uit de wereldliteratuur voor een breder lezerspubliek toegankelijk te maken. Hieronder vallen bijvoorbeeld de werken van Johann von Goethe, Wilhelm Hauff en Friedrich Hebbel. De heimatliteratuur is tot de Tweede Wereldoorlog belangrijk. Omdat de nationaal-socialisten dit genre als propagandamiddel misbruikten, bestond er na de Tweede Wereldoorlog weinig behoefte meer aan boeken van dit genre, waarmee de verdwijning van de heimatliteratuur uit het vertaalaanbod na 1945 is verklaard. Wat de nationaal-socialistische literatuur betref – de ‘Blut und Boden’-kunst – kunnen de WB geen nationaal-socialistische sympathieën worden verweten. De humanistisch en pacifistisch georiënteerde Van Suchtelen, in de oorlogsjaren directeur, was fel tegen het nationaal-socialisme en fascisme gekant, hij was actief in commissies die op het gevaar van het nationaal-socialisme voor kunst en wetenschap wezen. Tijdens de oorlog bestond het aanbod van de WB voornamelijk uit oorspronkelijke Nederlandse literatuur. De vertaalde literatuur was vooral afkomstig uit het Duits en betrof Duitse klassiekers, omdat de bezetter geen andere uitgaven dan klassieke Duitse literatuur toestond. In de loop van de twintigste eeuw werd het accent naar andere literaire stromingen verlegd. Zo werden de werken van Alfred Andersch en Max von der Grün uitgegeven, die respectievelijk tot de Gruppe 47 en de Gruppe 61 worden gerekend.

Ook de non-fictie is in het fond van de WB vertegenwoordigd, in dit segment domineren psychologische en filosofische uitgaven, in het bijzonder de oeuvres van Sigmund Freud, Fritz Künkel en Arthur Schopenhauer. Daarnaast worden ook werken over bouwkunst, theologie en natuurwetenschap uit het Duitse taal- en cultuurgebied uitgegeven.

(3) De contemporainiteit van het fonds belicht een belangrijk aspect van het uitgeefbeleid. Niet-hedendaagse uitgaven, waaronder uitgaven worden verstaan die oorspronkelijk vóór 1900 zijn verschenen, bepalen vooral in de eerste decennia van de twintigste eeuw en in de oorlogsjaren het aanbod. Oudere werken overheersen dus in de eerste helft van de twintigste eeuw, wat overeenstemt met het aanvankelijke streven van de WB om klassieke werken uit te geven. Het absolute overwicht van niet-hedendaagse werken in de oorlogsjaren is te verklaren uit de politiek van de bezetter die alleen klassieke Duitse uitgaven toestond. Rond 2000 zijn oudere werken overigens opnieuw actueel, omdat de WB-redactie zich voor de uitgave van de werken van Arthur Schopenhauer inzet. Tegenwoordig ligt de nadruk op moderne Duitse literatuur, bijvoorbeeld het werk van de succesvolle en bekroonde schrijfster Julia Franck en de bekroonde en populair-wetenschappelijk getinte romans van Bernhard Kegel.

(4) De uit het Duits vertaalde werken in het fonds van de WB hebben een hoog literair gehalte. De literatuur is de hele eeuw sterk vertegenwoordigd. Behalve klassieke auteurs als Goethe, Novalis, Heine en de gebroeders Grimm, worden ook Thomas Mann, Stefan Zweig en Wolfdietrich Schnurre vertaald. De betere ontspanningslectuur krijgt gedurende de hele eeuw eveneens veel ruimte. De grote vertellers Andreas Latzko en Ernst Zahn verschijnen voornamelijk in de eerste helft van de twintigste eeuw, terwijl Bernhard Kegel met zijn onderhoudende romans aan het einde van de twintigste eeuw in het fonds wordt opgenomen. De ontspanningslectuur is alleen in de jaren zeventig dominant geweest. Dit is terug te voeren op de overname van de WB door uitgeverij Becht, die het literaire WB-fonds aan het eigen commerciële fonds toevoegde. Pas onder de leiding van Joos Kat vanaf 1986 bloeit de WB weer op en krijgen artistiek en wetenschappelijk hoogwaardige werken weer aandacht.

Het wetenschappelijke niveau van de uitgaven binnen het segment van de non-fictie laat een duidelijke ontwikkeling zien. Populair-wetenschappelijke werken worden vooral in de eerste helft van de twintigste eeuw uitgegeven, wat uit het oorspronkelijke streven van de WB te verklaren is. Dit streven hield in dat een ongeschoold, nieuw lezerspubliek met inleidingen in verschillende disciplines onderwezen moest worden. Toch verschijnen tussen 1916 en 1924 ook enkele wetenschappelijke werken van Sigmund Freud. De uitgave van deze werken kan worden toegeschreven aan de belangstelling van WB-directeur Nico van Suchtelen.

Na 1945 wordt volksontwikkeling een overheidstaak en verplaatst het zwaartepunt van het fonds zich van populair-wetenschappelijke naar wetenschappelijke uitgaven: eind twintigste en begin eenentwintigste eeuw verschijnen vier werken van de grote Duitse filosoof Schopenhauer. Ook de werken van Freud zijn aan het begin van de eenentwintigste eeuw nog altijd in het fonds vertegenwoordigd.

Ten slotte nog de vraag naar de voorkeur van het WB-lezerspubliek. Deze kan aan de hand van verkoopcijfers worden vastgesteld. Het volgende staatje laat de 29 populairste boeken zien. Ze werden meer dan 10.000 keer verkocht:

Werk (auteur) Verkoopcijfer
Opvoeding tot persoonlijkheid (1930, Künkel) 47.186
Aldus sprak Zarathoestra (1941, Nietzsche) 33.257
De Dwaas (1911, Kellermann) 30.357
Menschen in den oorlog (1918, Latzko) 27.400
Faust I en II (1949, Goethe) 24.000
Christiaan Wahschaffe (1925, Wassermann) 23.000
Goethe's Faust: Het eerste deel (1911, Goethe) 22.565
Het ik en de psychologie der massa (1924, Freud) 21.000
Onderstroom (1908, Zahn) 20.000
Inleiding tot de studie der psycho-analyse (1918, Freud) 20.000
Het mierenboekje (1905, Salzmann) 19.988
Het gezin van Lucas Hochstraszer (1908, Zahn) 19.611
Bloemenhel aan de Jacinto (1936, Löhndorff)  18.332
Het ganzenmannetje (1929, Wassermann) 18.000
Clari-Marie (1910, Zahn) 17.261 
Menschen (1908, Zahn) 16.117 
De Schandvlek (1908, Anzengruber) 15.133 
Levensstrijd (1907, Zahn) 15.120 
Het kapitaal (1910, Marx) 15.000 
Eenzaamheid (1909, Zahn) 13.217
Goethe's Faust: Het tweede deel (1920, Goethe) 13.086
Het moeilijke kind (1934, Adler) 12.586 
Totem en Taboe (1951, Freud) 12.000
Caspar Hauser of de traagheid des harten (1932, Wassermann)   11.271 
De rozendokter (1908, Finckh) 11.100 
Het levensmysterie en de psycho-analyse (1952, Freud) 11.000
Wat het leven vernietigt (1913, Zahn) 10.336 
Lafayette (1935, Latzko) 10.239 
De gedaanteverwisseling (1950, Kafka) 10.228

Tabel 2 Succesvolle titels

De lezers interesseren zich vooral voor literatuur, de betere ontspanningslectuur en wetenschappelijke werken uit het Duits. Met name de grote vertellers Latzko (met Menschen in de oorlog, 1918) en Zahn (met o.a. Onderstroom, 1908) genieten grote populariteit, en dit geldt ook voor de beroemde schrijvers Goethe en Wassermann. Vooral de verschillende Faust-uitgaven van Goethe zijn populair. Van Wassermann halen de romans Christaan Wahnschaffe (1925) en Het ganzenmannetje (1929) hoge verkoopcijfers. Verrassend is bovendien dat de belangstelling van het lezerspubliek voor wetenschappelijke werken groter is dan die voor populair-wetenschappelijke werken. Vooral de werken van Freud, bijvoorbeeld Het ik en de psychologie der massa (1924), worden veel gekocht.

Slot
De WB doet haar naam eer aan, want vertalingen hebben de afgelopen honderd jaar in het fonds een belangrijke rol gespeeld. De WB beperkt zich niet tot de uitgave van literatuur van eigen bodem, maar haar belangstelling strekt zich uit tot de wereldliteratuur. De aanwezigheid van Goethes Faust en de werken van Freud en Schopenhauer in het fonds laat zien dat de WB zich nog steeds voor de grote Duitse Dichter und Denker inzet. Klassieke uitgaven zijn in de eenentwintigste eeuw overigens niet meer op het aanvankelijke streven van de WB naar kennis- en literatuurspreiding terug te voeren. In het vertaalaanbod uit het Duits is nu ook moderne Duitse literatuur goed vertegenwoordigd.

 

Noot
1 Het ontbreken van een theoretisch kader wordt gesignaleerd door Janssen 2000; de toenemende wetenschappelijke aandacht voor literaire uitgeverijen blijkt uit het proefschrift van Frank de Glas naar de uitgeverijen Wereldbibliotheek en Ontwikkeling/Arbeiderspers (1989) en de studie van Sandra van Voorst (1997) naar de vier naoorlogse uitgeverijen Het Spectrum, Meulenhoff, Contact en Veen. Mijn afstudeeronderzoek (Van Rinsum 2004) sluit hierbij aan.

Bibliografie
Blom, Esther. 1999. De vlam van het menselijk denken: Nico van Suchtelen (1878-1949). Amsterdam: Wereldbibliotheek.

Faassen, Sjoerd van. 1995. ‘Leo Simons en zijn boekenclub avant-la-lettre’, Boekblad 36, p. 18-19.

Glas, Frank de. 1989. Nieuwe lezers voor het goede boek: De Wereldbibliotheek en Ontwikkeling/De Arbeiderspers voor 1940. Amsterdam: Wereldbibliotheek.

Heilbron, Johan. 1995. ‘Nederlandse vertalingen wereldwijd: Kleine landen en culturele mondialisering’, in: Wilma Tichelaar (ed.), Waarin een klein land: Nederlandse cultuur in internationaal verband, Amsterdam: Prometheus, p. 206-243.

Janssen, Susanne. 2000. ‘Onderzoek naar twintigste-eeuwse literaire uitgeverijen: Een stand van zaken’, in: Hannie van Goinga (ed.), Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis. Leiden: Nederlandse Boekhistorische Vereniging, 7, p. 65-79.

Miedema, Niek. 1995. Een dampkring van cultuur: de premie-uitgaven van de Wereldbibliotheekvereniging 1925-1986. Amsterdam: Wereldbibliotheek.

Postema, Esther. 1999. ‘Een bronwel van beschaving en ontwikkeling: De Wereldbibliotheek en de gewone man’, Groniek 146, p. 65-78.

Rinsum, C. van. 2004. ‘Der weite Blick der Wereldbibliotheek: Die internationale Ausrichtung der Wereldbibliotheek unter besonderer Beachtung der deutschen Kultur zwischen 1905 und 2004’, Afstudeeronderzoek Universiteit Utrecht.

Simons, Leo. 1911. Studies en lezingen. Amsterdam: Mij voor Goede en Goedkope Lectuur.

Voorst, Sandra van. 1997. Weten wat er in de wereld te koop is: Vier Nederlandse uitgeverijen en hun vertaalde fondsen 1945-1970. Den Haag: Sdu Uitgevers.

Lees meer over: