De nominaties voor de Filter Vertaalprijs kinder- & jeugdboeken 2024     

 

Lore Aertsen voor Tess Waterkers van Gregory Maguire met illustraties van David Litchfield (Uitgeverij De Eenhoorn)

Gregory Maguires Tess Waterkers (Cress Watercress) is een even duister als sprookjesachtig klein-avonturenboek. Duister, want de reden dat Tess, broertje Pip en haar moeder moeten vertrekken uit hun vertrouwde huis, is dat vader niet meer terug is gekomen van zijn nachtelijk fourageren. En hun nieuwe huis, in een dode boom vol ‘appartementen’, die uitgebaat worden door een tirannieke, blinde uil, is ronduit akelig. Maar Tess is een warm en moedig personage, een  indruk die wordt versterkt door de adembenemende illustraties van David Litchfield, en in de wat losjes op elkaar volgende avonturen overwint ze angsten, maakt ze vrienden, helpt ze zelfs de vervelendste dieren in haar omgeving, en creëert ze een nieuw thuis voor haarzelf en haar gezin.

De personages in het boek vormen een eerste vertaaluitdaging: in het Nederlands kom je Cress noch Kip (haar broertje) als voornamen tegen. Kips wortelvormige knuffel Rorry wordt voor Pip het schattige  Wotty, net zo dicht bij de Nederlandse groente, en in klank vergelijkbaar. En als je op zoek gaat naar een vertaling voor de klinkende naam van het stijlvolle en venijnige stinkdier Agatha Cabbage dan is Aertsen er met Sylvia Spruit uitstekend uitgekomen. De taal van het stinkdier  weet ze ook treffend te vatten, ‘Little frou-frou, little bunnykins’, ‘liflafje, konijntje-lief’, en van ‘I won’t say misery. I won’t. Lips sealed. See for yourself.' maakt ze ‘Ik zeg niet kommer en kwel. Ik zeg niks. Geen woord. Kijk zelf maar.’ Het is geen liefdevol dier hoor, als Sylvia spreekt over ‘some rabbity mother or other’, ‘een of andere wezelige konijnenmoeder’. 

Die speelse toon vol taalgrapjes zet Maguire door in het boek, en Aertsen volgt trouw en vindingrijk, zodat elk dier ook in het Nederlands een eigen naam en stem heeft. Zo zegt de blinde uilenhuisbaas om de haverklap ‘Make a note of it’, iets wat Tess ten slotte zelf gaat overnemen. ‘Genoteerd?’ wordt dat in het Nederlands, nog krachtiger dan in het Engels. Een vroeg hoogtepunt in het oeuvre-in-opbouw van deze Vlaamse vertaalster! Genoteerd?

 

Robert-Jan Henkes voor Bethany en het beest. De terugkeer van het beest van Jack Meggitt-Phillips met illustraties van Isabelle Follath (Querido Kind)

De meest ‘exuberante’ vertaling van dit jaar is de vertaling van het derde deel uit de serie Bethany en het beest van Jack Meggit-Phillips, vertaald door Robbert-Jan Henkes. In dit derde deel vindt een ware transformatie plaats, zowel van Bethany en Peregrinus als van het beest, die in de vorige delen elkaars aartsvijanden waren en elkaar het leven zuurder dan zuur maakten. In dit deel veranderen ze in goeddoeners. Althans, dat is wat Bethany en Peregrinus proberen te worden - zonder veel succes - en wat de geheim agenten van D.o.R.R.i.S. (de Divisie om Rekelsche Rabauwen inte Sluijten) beweren dat het beest ook is, nu zijn bewustzijn is gewist: een goeddoener. Maar Bethany vertrouwt het niet en wil niet nog eens ten prooi vallen aan de lage listen van het beest. Ze probeert het beest uit te lokken om hem zijn masker af te trekken en zijn ware aard te tonen. Of haar dat lukt? We zullen niet spoilen, maar we kunnen wel vast uit de doeken doen dat die worsteling tot het einde toe spannend blijft.

‘Exuberant’ betekent ‘uitbundig en buitensporig’, zo leert personage Eduardo Knobbelgans ons, die ‘elke-dag-een-woord-wc-papier’ heeft, waar hij veel woordkennis van opdoet. De kwalificatie ‘exuberant’ is zeker ook van toepassing op het taalgebruik in dit boek, dat door Henkes met veel flair is vertaald. Van het slijmerige babytoontje van het beest - ‘O, Bikkelie-Nikkel, dank je zo welletjes!’ - tot de malle uitroepen van de andere personages: ‘oelewappende flapdrollen!’, ‘Alle brommende bonbons’, ‘Allemallemolenmachtig’, ‘Waar kwam dat in jandoedelsnaam vandaan?’. De vertaling is ook nog eens verfraaid met leuke verwijzingen naar de Nederlandse (vertaalde) literatuur, van ‘hupseflupsje nooitgenoeg’ tot Het leven is vurrukkulluk… uhh ‘verschruk-kul-luk’. Holiemolie, wat een feest is deze vertaling. Dat Henkes dit flapdrollerige, Roald Dahl-achtige taalgebruik meesterlijk weet over te zetten, verbaast eigenlijk niet. In 2017 won hij al de Filter Vertaalprijs voor zijn vertaling van Russische Kindergedichten in Bij mij op de maan, en ook zijn andere vertalingen getuigen van grote vertaalsouplesse. In Bethany en het beest toont hij zich andermaal een schrijver-vertaler die even vindingrijk, speels en melig is als zijn Engelse pendant.

 

Inge Piryns voor De muis die katten at van Gianni Rodari met illustraties van Gerda Dendooven (Borgerhoff & Llamberigts) 

Rodari (1920-1980) was een vooruitstrevend leerkracht, journalist, pedagoog en schrijver, vooral bekend met zijn jeugdboeken, waarvoor hij in 1970 de Hans Christiaan Andersen Prijs ontving. In Italië is hij van dezelfde grootheid als Annie M.G Schmidt bij ons. Toch zijn zijn kinderboeken hier maar mondjesmaat vertaald en nauwelijks opgemerkt. Gelukkig is er nu De muis die katten at. Een verhalenbundel met fantasierijke, licht absurde korte verhalen. In Italië staat deze verzameling bekend als ‘de telefoonverhalen’. Een handelsreiziger uit Varese vertelt zijn dochter door de telefoon elke avond een verhaaltje. Ze zijn zeer kort (om de kosten te drukken) en altijd met een grappige pointe. ‘70 raargebeurde verhalen’ is de ondertitel, zo heten ze in het Italiaans niet, maar het is wel goed gevonden.

Inge Piryns vertaalt de verhalen Rodari waardig. Het boek verscheen al in 1962, maar Piryns’ taalgebruik is allerminst stoffig, en tegelijkertijd nergens ongepast modern. Rodari’s taalgrappen en speelse wendingen zet Piryns geloofwaardig over in het Nederlands. En er zitten nogal wat uitdagingen in deze verhalen. Zoals het verhaal dat speelt in ‘het land van ont’, waar een ‘puntenslijper’ een ‘puntenontslijper’ heet. In het Italiaans schrijft Rodari over ‘het land met een s ervoor’, waar een ‘temperino’ een ‘stemperino’ is. Het vergt veel denkwerk om een land te verzinnen dat ook voor het verdere verhaal klopt. ‘Het land ont’ klopt en werkt voortdurend in het Nederlands. Rodari zit vol taalspelletjes, soms opvallend, maar soms lees je er ook haast overheen, bijvoorbeeld als iets ‘afgruiselijk’ wordt genoemd in een verhaal waarin alles kort en klein wordt geslagen. Verderop, in het verhaal ‘getallen verzinnen’, wordt het getal ‘uno stramilione di biliardoni, un ottone di millantoni, un meravigliardo e un meraviglione’ bedacht. Vertaal dat maar eens! Het wordt: ‘een maximiljoen biljardbiljoen, een voldrachtig talvantachtig, een verwondertal en een veelvoud.’ Dat zit dicht op het origineel, maar verliest niets van zijn speelsheid en poëzie. En wat te denken van Generaal Superduper Bommentroeper Grofgeschut van Uppercut? Het wemelt in dit boek van dit soort vondsten en beginnend vertaler Inge Piryns heeft haar nominatie voor de Filter vertaalprijs dan ook dubbel en dwars verdiend.

 

Maria Postema voor Julia en de haai van Kiran Millwood Hargrave met illustraties van Tom Freston (Ploegsma)

Als één jeugdboek de afgelopen jaren een goede Nederlandse vertaling verdiende, is het Julia en de haai van Kiran Millwood Hargrave, met illustraties van Tom de Freston. Maria Postema heeft met de vertaling van dit gevoelige verhaal een parel toegevoegd aan de Nederlandse jeugdliteratuur. Het boek gaat over Julia, haar vader en haar moeder, die een zomer lang verblijven op het afgelegen eiland Unst, waar Julia’s vader de vuurtoren automatiseert en haar moeder op zoek gaat naar de zeldzame Groenlandse haai. Als de zoektocht van Julia’s moeder obsessief wordt en ze zichzelf erin verliest, voelt Julia zich meer en meer verantwoordelijk voor het geluk en de gezondheid van haar moeder. Ze besluit haar moeders onmogelijke zoektocht voort te zetten en is vastberaden de haai te vinden.

Keer op keer lukt het Postema een pracht van een vertaling neer te zetten, of het genre nu fantasy, straatwijze young adult of poëzie betreft. Ook dit keer is dat haar gelukt. En hoewel Julia en de haai op het eerste gezicht misschien geen ingewikkeld boek lijkt om te vertalen, worden er wel verschillende stijlen door elkaar in gebruikt, die Postema heel overtuigend heeft overgezet. Ze komt meteen sprankelend binnen: ‘Ik heb van mama geleerd dat als het water kalm is en de sterren in het oppervlak prikken, er geheimen van de lucht in de oceaan vallen die hem nog raadselachtiger maken.’ Dit soort beeldende zinnen hebben meestal betrekking op de gemoedstoestand van de moeder – ‘Haar glimlach was dun en breekbaar, als een masker van overtrekpapier waar de echte frons doorheen schemerde.’ – of op de magie van natuurverschijnselen – kolkende beschrijvingen van vogelzwermen en onderwaterleven in poëtische taal beschreven, met als climax Julia’s ontmoeting met de haai, ‘bijtend en bedorven en levend, dierlijk en duizelingwekkend oud’. Deze worden afgewisseld met passages waarin Julia op een luchtige verteltoon haar leven beschrijft.

Als een verhaal zo gevoelig is, zo raakt en zo subtiel ingewikkelde thema’s aansnijdt, dan wens je dat verhaal een vertaling toe die net zo stevig en eigen is als origineel. Die wens is met deze vertaling geheel in vervulling gebracht. De vertaling klinkt compleet natuurlijk, met overtuigend Nederlands idioom, waarin elk woord met zorg is gekozen en elke zin zorgvuldig in treffend Nederlands is opgebouwd. Als we een keuze hadden tussen getallen en woorden, dan zouden wij, net als Julia, voor de woorden kiezen. De woorden van Maria Postema. 

 

Bette Westera voor Ukkie en kleine Pukkie van Lu Fraser met illustraties van Kate Hindley (Querido Kind)

‘Op de ijzige top van een grijzige berg, / waar het stormde en sneeuwde, heel hard en heel erg, / woonde Ukkie, een kleine, maar dappere jak, / in een huiselijk hol met een wit besneeuwd dak.’ Zo begint heerlijk ritmisch het tweede prentenboek over de kleine jak Ukkie. Elke regel van de vertaling die Bette Westera maakte van Lu Frasers The Littlest Yak: The New Arrival, is geschreven met de ‘vliegende vaart’ van Ukkies kudde: ‘kataklop, kataklop’. Wie begint met het lezen, of voorlezen, van dit boek wil niet meer stoppen.

Het rijm is verrassend, de woorden zijn mooi, en je leeft mee met Ukkie, die zich verheugt op de komst van een ‘ukkepuk-jakkie, / een jakkepak-pukkie’. Ze wordt grote zus! Ukkie legt alvast een stapel aan van boeken die ze met de kleine Pukkie wil lezen. De titels daarvan zijn leuk in het Engels, maar Westera maakt er een nog groter feestje van: ‘Roodjakje’, ‘Wees wijs met ijs’, ‘Jak en Janneke’, ‘Jan Jak en zijn maat’. Ukkie vindt het geen enkel probleem om die boeken en haar andere spullen te delen, maar één zorg heeft ze wel: ook mama jak heeft ze straks niet meer voor zichzelf alleen. En het hart van mama jak is weliswaar groot, ‘maar strakjes / moest binnen wel plaats zijn voor TWEE jonge jakjes…’ Zou dat wel gaan?

Met haar hoef tekent Ukkie een groef in de sneeuw in de vorm van een hart. Het ziet eruit alsof het weleens te klein zou kunnen zijn. Gelukkig stelt mama jak haar gerust en laat ze aan haar zien hoe het werkt met zo’n hart: ‘“Een hart is iets prachtigs, het groeit als het moet”’. Ze veegt de lijnen die Ukkie getrokken heeft uit en tekent een nieuw hart, ‘wel twee keer zo groot’.

Om het ritme van begin tot eind zo soepel te krijgen en in het Nederlands een talig universum te scheppen dat als van nature bij de kleine jak en haar kudde past, waagt Westera zich soms buiten de gebaande vertaalpaden: in het Engels verwachten ze in plaats van een ‘jakkepak-pukkie’ namelijk ‘a baby [...] brand new’’. Best anders dus, en niet alleen daar. Maar Westera’s vertaling wordt wel mooi speels van de keuzes die ze maakt, en voor een geheel dat zo overtuigt, is de jury best bereid haar vertaalhart een tikje op te rekken.