Sidderend denken – Harm-Jans Heinsius     144-147

Ton Naaijkens

Die bewuste zomerdag in juni 2025 waren alle treinen naar Leiden gestremd door een kaduke brug, zowel vanuit Amsterdam als vanuit Utrecht. Alle Leidenaren – overwegend classici – zaten stipt in het Lipsiusgebouw te wachten, maar de sprekers van elders waren toeren aan het uithalen om op tijd aanwezig te zijn. Wat amper lukte. Maar de belangrijkste persoon redde het door spoorslags de trein terug naar huis te nemen en terug te vallen op zijn auto: Harm-Jan van Dam, vertaler van de gedichten van Heinsius (1580-1655), bijeengebracht in de bij uitgeverij P verschijnende tweetalige bundel Monobiblos die die dag ten doop zou worden gehouden. Mij – te laat binnengestommeld – was gevraagd kritische vragen te stellen. We luisterden aandachtig naar een lezing van Casper de Jonge waarin alle adressen waar Heinsius – uit protestantse Hugenoten ‘in Gent geboren als ene Daniël Heins of Heyns’ – ooit gewoond had de revue passeerden. Het waren er nogal wat. ’s Avonds aten we in de binnenstad, ongetwijfeld vlak bij een van die woonhuizen, maar in ieder geval pal voor de Pieterskerk, waar hij begraven ligt. Het was een waar feestmaal met terzake kundige en geestige gasten, de doop was alsnog volbracht, de vertaler moet ingenomen zijn geweest met de afsluiting van een lang en allesbehalve eenvoudig proces. Ik was positief geweest in mijn reactie maar had ook een gevoelige snaar geraakt en de spijt daarover zeurt nog in me door.

Lees verder in de papieren Filter