1
Vanmorgen – 2 december 2025 – gaat het op de voorpagina van de Libération over de beroepen die nu al zijn verdwenen door toedoen van AI. Een vertaler van een jaar of veertig – gespecialiseerd in videogames – zegt optimistisch te zijn omdat hij zich heeft laten omscholen tot literair vertaler. ‘Die sector wordt om diverse redenen minder hard getroffen: de taalmodellen zijn niet goed in het vasthouden van de draad van het verhaal en kunnen moeilijk samenhang bewaren, ze zijn geneigd grofheden te censureren en hun stijl is te netjes. In dialogen die in het Frans worden vertaald laat AI bijvoorbeeld consequent de “ne” staan in een ontkenning, terwijl het natuurlijker zou zijn om dat te laten vallen.’ Wat hij hier zegt is nog beangstigender dan wat de grafisch vormgevers, redactrices en anderen die hun werk tegenwoordig overgenomen zien worden door AI in het artikel vertellen. Want zijn beeld van literair vertalen laat zich vatten in een handvol uiterlijke kenmerken – of de draad van het verhaal wordt vastgehouden, of de samenhang bewaard blijft, of er hobbels in de taal worden gladgestreken – die duiden op een tamelijk kil en schematisch idee zowel van vertaling als van literatuur.
Aan de andere kant van het spectrum staan de grote theorieën die, een enkele uitzondering daargelaten (denk vooral aan Walter Benjamin), geschreven zijn door mensen die nog nooit één enkele tekst hebben vertaald. Die de taal vaak zien als een goddelijk geheel en tot de slotsom komen dat vertalen een onmogelijke opgave is omdat het een soort aanval is op de onaantastbaarheid van de taal, heiligschennis.
Deze twee denkbeelden mogen dan recht tegenover elkaar staan, wat ze bindt is dat ze allebei, als gevolg van onbegrip, ver afstaan van de reële praktijk van het vertalen.