Laatst kwam ik al scrollend op Instagram een filmpje tegen met de titel ‘De vijf grootste missers die ik tegenkom als literair agent’. De titel deed waarvoor die bedoeld was: mijn onzekerheid vlamde op – beging ik die blunders in mijn werk ook? – en ik maakte de fout een paar seconden te blijven hangen. De schade aan mijn algoritme was een feit. Het volgende halfuur scrollen leverde het ene na het andere zelfverzekerde verhaal op over hoe je moet schrijven, een agent moet krijgen, gepubliceerd moet worden, en ik scrolde er zo vlug als ik kon langs tot ik weer veilig terug was in het domein van de ondeugende wasbeertjes.
In al mijn tijd online heb ik nog nooit een filmpje van datzelfde genre ontdekt dat was gewijd aan literair vertalen. Dat is tot op zekere hoogte geruststellend: mijn onzekerheden als literair vertaler worden vooralsnog niet te gelde gemaakt door inhalige influencers. Maar die afwezige aandacht beperkt zich niet tot sociale media. Er zijn geen films over vertalers, we duiken zelden op in een roman (tenzij de roman in kwestie is geschreven door een vertaler) en er is weinig ruimte voor ons in besprekingen, zelfs van boeken die door onszelf zijn vertaald. Dit gebrek aan aandacht werkt vaak in ons nadeel – geen zichtbaarheid betekent geen erkenning voor ons werk, in sociaal noch in economisch opzicht. En toch heeft het een vreemd bijkomend voordeel; literair vertalen is vrijwel de enige creatieve discipline die gevrijwaard is van veroordelende blikken op online platforms.