‘C’est un livre qui nous arrive décidément à l’heure !’
Andreas Burnier (1931-2002) was romanschrijfster, essayist, publieke intellectueel, filosoof, hoogleraar criminologie in Nijmegen, ‘transgender’ avant la lettre, ‘queer icoon’, ‘rebel in herencolbert’, voorloper van de tweede feministische golf, de eerste Nederlandstalige auteur die op een vanzelfsprekende manier over vrouwelijke homoseksualiteit schreef, een polemist van het zuiverste water, die niet alleen de vrouwenbeweging tegen het zere been stootte door abortus af te wijzen, maar ook vele anderen door tegen ‘euthanasiasme’ te zijn, hetgeen ze uiteenzette in haar pamflet Mag de dokter doden? (1986). Ten slotte is het niet onbelangrijk te vermelden dat de schrijfster van Joodse origine was; als zij als kind niet was ondergedoken had ze de Tweede Wereldoorlog niet overleefd. Het is zacht uitgedrukt dat Burnier een opmerkelijk oeuvre bij elkaar schreef, haar tijd ver vooruit was en een grote bijdrage heeft geleverd aan belangrijke maatschappelijke discussies. Van dat laatste getuigt ook de succesvolle toneelvoorstelling Jongensuren van de Toneelschuur in 2024-2025 met een tekst van Koen Verheijden gebaseerd op Een tevreden lach, Het jongensuur en de biografie van Elisabeth Lockhorn.
Tijdens haar hoogleraarschap schreef Burnier een wetenschappelijk boek met de oxymoron-titel De droom der rede (1982), over de geschiedenis van het zelfbewustzijn van de mensheid dat in haar visie steeds ‘schraler’ is geworden en waarin ze het positivisme bekritiseert door stil te staan bij een onderstroom, die een sluimerend bestaan leidt naast het dominante wijsgerige denken. Zo vestigt ze bijvoorbeeld de aandacht op Jung, die meer belangstelling had voor de spirituele kanten van de mens en geïnteresseerd was in esoterie en mystiek.