Wichtig ist mir aber (und unentbehrlich zu meinem Glück) die Tätigkeit des Suchens, Erwartens und Ansprechens, dieses intensive, höchst wachsame, zielgerichtete Aufgehen in der freien Natur, von dem so viele Menschen keine Ahnung haben.
Hans Krieg (1888-1970)
I
Kort na mijn verhuizing naar het Schotse Mull ontmoette ik Brian Thomas, dichter, beeldhouwer en kalligraaf, op het strand van Ardalanish. We raakten in gesprek over een oude brievenbus langs de eenbaansweg die in maar liefst twintig gedichten van Brian figureerde. En hij was er nog lang niet over uitgedicht. Zijn trouw aan de statige, rode metalen cylinder raakte me en zoals Brian bijna niet langs de brievenbus kon lopen zonder dat zich nieuwe associaties aandienden, zo kan ik de brievenbus inmiddels niet passeren zonder aan Brian te denken. Tijdens dat eerste gesprek langs de vloedlijn nodigde Brian me uit om de maandelijkse leesronde van The Ross of Mull Poets bij te wonen. Het zeventallige gezelschap had dringend nieuwe leden nodig. Dat ik in het Nederlands schreef, maakte niet uit.
Hoewel ik het eiland zelf verre van afgelegen vind, kan ik niet ontkennen dat er heel wat minder ruis en vertier heersen dan op het vasteland. Mensen lijken met minder genoegen te nemen. Uiterlijk vertoon en luxe zijn al decennia afgeschaft. We appen wel, maar gaan vaker onaangekondigd bij elkaar langs. Gezien worden gaat vanzelf. Stoppen voor een praatje doet iedereen. Wanneer je onderweg iemand tegenkomt die je (vaag) kent, worden de raampjes van de auto’s even naar beneden gedraaid voor een korte uitwisseling. Bewoners blijven zo op de hoogte van elkaars welzijn of tegenslag en sparen daarmee als het ware tijd uit. In de stille uren, wanneer er niemand aanklopt, kunnen we ons daarom storten op iets wat zich langzaam ontwikkelt, niet meteen af hoeft, niet meteen om resultaat vraagt.
‘To be native to a place we must learn to speak its language and listen,’ schrijft Robin Wall Kimmerer in Braiding Sweetgrass: Indigenous Wisdom, Scientific Knowledge, and the Teachings of Plants.
Dankzij de Ross of Mull-dichters is het gelijknamige deel van het eiland intens verkend en voor de toekomst vastgelegd. Via deze ultralokale poëzie raakte ik vertrouwd met de oude eiken in de luwe valleien, de ingestorte kapel, een afgewaaide grafdeksel, de ruïne waar ooit twee behekste zusters woonden, het werkwoord ‘rockling‘ (het zoeken naar en selecteren van stenen op kiezelstranden, langs oevers van beken of rivieren), herten die de tuinen leegeten, de baai van Bull’s Eye en die van de afgehakte duimen, oorkwallen, zeedruiven en zoveel meer. Wat me in het landschap opviel, bleek vaak al door de dichters aangestipt.