Babel zij dank     53-56

Meertaligheid als aandachtskatalysator

Anna Eble

Onze West-Europese omstandigheden zitten, als we ze met een voorzichtig vluchtige blik bekijken, zo in elkaar: alles voltrekt zich in alle rust. We leven in welhaast vrolijke harmonie; begrijpen elkaar als het nodig is, redden het zonder elkaar als het ons uitkomt en begrijpen elkaar zelfs dan […].
Kafka, ‘Inleidende lezing over jargon’, 1912

Laten we eens aannemen dat degene die tegenover ons zit dezelfde taal spreekt als wij. Laten we eens aannemen dat degene die tegenover ons zit begrijpt wat we zeggen als we wat zeggen. Laten we eens aannemen dat we weten wie ‘wij’ zijn, wie degene is die tegenover ons zit, wat diegene denkt, en waarover. Laten we eens aannemen dat we dat allemaal niet kunnen aannemen. Waar moet het dan naartoe? Dan belanden we in een godverlaten tussengebied, in een onzekerheid die wellicht moeilijk te verdragen is, maar van waaruit we ons wel naar de ander toe kunnen bewegen. Pas op het moment dat we er zomaar van uitgaan dat er geen vertaalbeweging richting de ander nodig is, wordt het gevaarlijk. Als een cognitieve perspectiefwisseling wordt afgedaan als overbodige luxe – of, erger nog: als er niet eens bewust van wordt afgezien maar de gedachte eraan niet eens opkomt – dan kan er geen echte toenadering meer plaatsvinden.

Lees verder in de papieren Filter