Wat zijn het en waar zijn ze dan, die aandachtsoases?
Overal en nergens, en voor iedereen anders. En vaak privé ook.
‘Ik heb een tas vol kleurige garens om sokken te stoppen. Er zit ook een ronde houten bol bij die in de sok hoort zodat het stoppen makkelijker gaat. Als je zo de sok vasthoudt is het net een lappenpop. Het stoppen vind ik rustgevend. Ik heb het mijn moeder nog zien doen en dat doet me plezier.’
‘Een huis van een grootmeesteres, jongens en een groene kerk – een wandeling langs het jaagpad van De Visserij, waarbij ik het huis van de grootmeesteres van het begijnhof Onze-Lieve-Vrouw ter Hoyen passeer, het spiegelt zich elegant en imposant in het water. Na het oversteken van de drukke weg, loop ik over de Jongenstragel en die naam zet me altijd opnieuw aan het denken. “Jongens waren we, maar aardige jongens”. Misschien was ik ooit een jongen? Ik maak een bocht via de jachthaven en loop dan door een groene kerk, een oase van rust, een kathedraal van bomen. Ooit stond op die plek de Abdijkerk van de Sint-Baafsabdij, maar de kerk werd verwoest en de abdij is een romantische ruïne. Onder de beuken- en kastanjebomen kan ik me rustig een kerk voorstellen waarbij de pilaren machtige bomen zijn. Ruisende bladeren als dak. Ik denk dan ook aan het kerkelijk huwelijk van de Bourgondische hertog Filips de Stoute met de Vlaamse Margaretha van Male, dat hier plaatsvond in 1369. Het kan me niet ontgaan, want er ligt sinds kort een gedenksteen. Dat huwelijk was blijkbaar een belangrijke schakel in het ontstaan van de Lage Landen.’
‘Het strijken van een stapel zakdoeken, in het bijzonder witte van katoenbatist. Of lang en lui douchen, vermaand en wel.’
‘Park Zypendaal zou een antwoord kunnen zijn, of de Parkweg en de Kluizeweg opfietsen op een niet-elektrische fiets, maar het is ook een kwestie van de juiste theepot, de juiste thee, het juiste theekopje, de juiste pen, het juiste vulpotlood, het juiste papier en alle mailboxen, krantenwebsites en telefoonberichten afschermen tot het middaguur. Vroeger was het voor mij ook de biologische supermarkt, meerijden in een auto met iemand met wie ik niet hoef te praten en in je eentje naar de bioscoop, maar dat heeft allemaal zijn kracht verloren of het komt niet meer voor. Misschien kan ik nog toevoegen dat de workshop gregoriaanse zang helpt...’
‘Mijn aandachtsoase is de stad Utrecht in de elfde en twaalfde eeuw – een gedetailleerd mentaal construct, na te lopen in een innerlijke ommegang, gevoed door de boeken die ik in en uit de halve vierkante meter schuif die ik daarvoor op mijn bureau leeg houd en het scherm daarachter waarop ik teksten lees, tekeningen, schilderingen, manuscriptverluchtingen, 3-D-reconstructies bekijk, waar zich een verhaal vormt, vol gaten die om aandacht vragen. Maar de oase laat zich ook materieel betreden, in de pandhof van de oude, ter ziele gegane Mariakerk of in de Pieterskerk in de oude immuniteit van het kapittel van Sinte Pieter, waar je staand op het hoogkoor je aandacht laat vangen door de serene sfeer in het schip dat begrensd wordt door twee rijen van vijf rode zandstenen zuilen uit één stuk gehouwen in een steengroeve in de Eifel, zowat duizend jaar geleden, en per boot, samen met het tufsteen van de buitenmuren, over de Rijn naar Utrecht gebracht, en door de hemel belicht vanuit de hoge romaanse ramen in de lichtbeuken.’
‘Strijken doe ik nooit, maar wel “meditatief afwassen”, van iemand geleerd die hulp altijd weigerde met dit argument: nee laat maar, ik hou ervan om meditatief af te wassen. Voor mij zijn aandachtsoases op dit moment de dagelijkse wandeling door het Vondelpark, het letten op het licht daar, en de kleur van de gevallen blaadjes; de Pilateslessen van een uur, waarbij je lichamelijke inspanning alle andere gedachten uitsluit; het lezen van één enkel gedicht van Szymborska (vertaald door Rasch en Lesman) in de ochtend bij een theelichtje, met een kopje thee, buiten het donker. Een schilderij van Coba Ritsema waardoor ik ineens de vertaling van een verkeerde klemtoon waar ik vergeefs naar zocht in mijn schoot krijg geworpen...’
‘Voor mij is de aandachtsoase bij uitstek het moment dat ik iets boetseer, schilder of teken. Dat is een van de spaarzame momenten dat ik mij volledig kan laten opslokken door de handeling waar ik mee bezig ben, zonder dat mijn gedachten afdwalen, to-dolijstjes zich opdringen of ik plotsklaps word afgeleid en daarna besef dat ik eigenlijk met iets anders bezig was. Alle focus ligt dan bij hetgeen ik aan het doen ben, vooral bij het schilderen van een stilleven, waar je zo precies mogelijk observeert om wat je ziet met verf en penseel naar je blad te vertalen. Ik merk altijd nadien pas, wanneer ik uit mijn “trance” wordt gehaald (doordat Jonas thuiskomt of de academieleerkracht zegt dat het tijd is om op te ruimen en penselen uit te wassen), dat ik gedurende een paar uur aan helemaal niks anders heb gedacht. Dichter dan dit kom ik niet bij meditatie.’
‘Verder herken ik ook de genoemde autoritoase. Ik heb dat vooral als ik zelf een lang stuk moet rijden op een weg die ik ken en waar ik niet moet zoeken en als ik helemaal alleen in de auto zit, dan kan ik ook heel diep in gedachten verzonken zitten en als het ware op automatische piloot rijden. Bij het opschrijven besef ik dat dit als onverantwoord rijgedrag klinkt, maar ik denk dat net de handeling en focus van het rijden ervoor zorgen dat mijn aandacht niet voortdurend afdwaalt naar andere dingen.’
Diep in gedachten verzonken zitten, totale focus hebben op wat je aan het doen bent, afgesloten van alle afleiding. Het lijkt een noodzaak geworden in deze tijd. Toen de wereldleiders afgelopen januari bijeen waren in Davos liet Marina Abramović een nieuwe bus voorrijden, naar verluidt om de opgefokte wereldleiders te bedaren. Ze konden overal instappen, maar vooral bij halte Aandacht. ‘We willen laten zien hoe belangrijk vertragingen en digitale detox zijn in een tijd die wordt bepaald door constante online verbondenheid en digitale snelheid,’ lichtte de kunstenaar in The Art Newspaper toe. The Bus heet de bus, goed vertaald, in het citaat lezen we in plaats van verbondenheid liever verbinding. Hoe bereiken mensen van nu hun momenten van aandacht? We legden het voor aan onszelf. Deze tekst wemelt van de bekentenissen.
Maar nogmaals: diep in gedachten verzonken zitten, totale focus hebben op wat je aan het doen bent, afgesloten zijn van alle afleiding, zoeken naar de gemoedstoestand die de meeste creativiteit bovenhaalt – het zijn voor vertalers, zeker de literaire, beschrijvingen van wat er bij essentiële onderdelen van hun werk gebeurt. Vertalen is zo’n immens intensief proces dat het zelf een aandachtsoase bij uitstek is (of kan zijn) en dat op zijn mooist en waardevolst is als je er volledig in opgaat. Sterker nog, dat een aandachtsvolle vertaling – een vertaling die met aandacht is gemaakt – ook meer ziel heeft, meer leven en daardoor ook de aandacht van de lezers beter zal kunnen vasthouden. Zo’n vertaling is uitnodigender om in binnen te treden en in te vertoeven en hoe meer je erin zit, hoe kleiner de verleiding om je er door zaken die zich elders afspelen weer uit te laten trekken.
Zou het kunnen zijn dat op den duur alleen dergelijke doorleefde vertalingen nog de meerwaarde zullen bepalen van een menselijke vertaler ten opzichte van het per definitie onaandachtige ai? Maar, dus, idealiter een aandachtsoase bij uitstek, want ook vertalers moeten er steeds harder voor werken om hun eigen aandacht niet alle kanten op te laten gaan, en alleen al de keuze om steeds opnieuw alle benodigde aandacht te verzamelen en die aandacht te bewaken is in deze tijden een vorm van verzet. Zoals oases in de letterlijke zin van het woord kunnen worden bedreigd door oprukkende woestijnen, zo blijven aandachtsoases ook niet zomaar uit zichzelf in stand. In onze beeldspraak heeft een oase iets verwelkomends, het is een toevluchtsoord waar je kunt uitrusten en op krachten kunt komen, maar om een oase te behouden zal je je soms ook moeten inspannen, anders raak je haar kwijt.
‘Ik heb echt het gevoel dat ik de hele dag door aan het strijden ben tegen allerlei aanvalletjes op mijn aandacht.’
Vertaler Kaat Vanneste schrijft in het nieuwste nummer van Terras: ‘Iris Murdoch, een Britse filosofe die schatplichtig is aan Simone Weil, schrijft in De soevereiniteit van het goede dat volgehouden aandacht – een aandachtige manier van kijken of studeren – een vorm van liefde is.’ Die zin diept ze op omdat ze een fragment vertaalt van de Amerikaanse schrijfster en wiskundige Karen Olsson uit een boek over de genoemde Simone Weil en haar relatie met haar broer, ook een wiskundige. Olsson beschrijft hoe bij een wiskundige ‘de gedachten en het gevoel zich vermengen in een vlaag van zelfvergetelheid’. Ook zij wijst nadrukkelijk op het belang van aandacht, met name voor een onderwerp dat volledig buiten jezelf ligt. ‘Zo zie je zaken die je eerder niet zag, en die je daarna niet meer kunt “ont-zien”.’ Van belang voor Ollson is het oefenen van de aandacht zelf, ‘het oefenen van de aandacht zelf, het streven naar concentratie op wat dan ook in dit tijdperk vol afleidende technologieën’. Hoe bizar sommige van Simone Weils geloofsovertuigingen en voorstellen ook waren, ze had gelijk om het belang van volgehouden aandacht te benadrukken, want we laten die zomaar wegglippen, we geven die zelfs weg, met hoogstens wat flauwe, vluchtige bezwaren.
Vertalers belichamen het verzet tegen al dat gewetenloze geroof van aandacht. (Red.)