Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Thuiskomen in de taal

Ilse Lazaroms

Tot een klein jaar geleden dacht, las en leefde ik voornamelijk in het Engels. Dit is de taal waarin ik mijn vak als historica in de Europese geschiedenis en Joodse studies uitoefen – in een prachtige aaneenschakeling van archieven en bibliotheken overal in de wereld – en de taal die de wonderbaarlijke kakofonie van bronmateriaal in het Hongaars, Hebreeuws en Duits omsluit en soms ook opslokt. Dit maakt dat de geschiedenis voor meer mensen leesbaar wordt. Maar de dominantie van het Engels in mijn professionele leven en in de academische wereld is niet zonder problemen. Want hoe behoud je de complexiteit van een meertalig menselijk leven dat constant verspringt en manoeuvreert tussen culturen, nuances, accenten?

Voor mij is literair vertalen een bijzonder mooie en confronterende oefening in het thuiskomen in de taal. In mijn eigen taal, Nederlands, en in het Duits, de taal waarin Joseph Roth schreef en wiens eigenaardige, vaak idiosyncratische voetstappen mij door heel Europa voerden toen ik aan mijn proefschrift werkte. Roth is de reden dat ik Els Snick ontmoette, met wie ik op dit moment aan de vertaling van een Duitse roman werk – mijn eerste, haar vijftiende –, het prachtige Drehtür van Katja Lange-Müller. Voor mij een sprong in het diepe, en voor Els, die zo gul was mij haar vertrouwen te schenken, net zo. Zij is germaniste en literair vertaalster; ik ben literatuurwetenschapper en historica. Voor mij is Duits vooral de taal van ontwortelde Joodse immigranten die hun lot op vreemde plekken onder benarde omstandigheden op papier zetten. Het Duits dat de klank van het Jiddisch beïnvloedt en omgetoverd weer tevoorschijn komt in de melodieën van Oost-Europese klezmer.

17.30_Drehtur

Het was alweer een tijdje geleden dat ik me zo bewust met het Duits had beziggehouden, me in de taal had bewogen, als het ware – tijdens mijn onderzoek naar Roths verhouding met zijn Joodse wortels vertaalde ik brieffragmenten naar het Engels, een jaar voor Michael Hofmanns meesterlijke vertaling van Roths correspondentie verscheen – en ik keek dan ook met gespannen blik naar de tollende rode letters op de cover van Katja’s roman Drehtür, uitgegeven door Kiepenheuer & Witsch; misschien niet geheel toevallig ook Roths uitgever.

Hoe zou het aanvoelen, dit Duits?

De opluchting was groot toen ik de roman las. Dit was een boek dat ik begreep! Het las zo natuurlijk en de woorden leken moeiteloos te zijn neergedaald op de stevige bladzijden en zelfs als de precieze betekenis van een woord me ontglipte, bracht mijn intuïtie me waar ik moest zijn: alsof de diepere lagen van het boek zich hechtten aan de diepere lagen in mijn onderbewuste (en dit maakt het – zo wist ik later – tot schitterende literatuur).

De schok kwam toen ik ook daadwerkelijk deze woordenstroom woord voor woord moest gaan omzetten. Om - vormen. Ver - vormen. Ver - talen.

Want Katja’s Duits is uiterst zorgvuldig gevormd en geslepen en zit vol met woordspelingen die soms bladzijdenlang doorgaan, als een zeer fijne draad door een bont kleed die je desondanks niet uit het oog mag verliezen. Ik moest niet alleen zoeken naar woorden; toen die er eenmaal stonden, zocht ik naar een ritme en een toon die langzaam maar zeker de stuwende onderlaag moesten gaan vormen die me tijdens het lezen van het boek zo had gegrepen. Ik moest diep graven om het mooiste in mijn Nederlands weer boven te halen; want ook over mijn moedertaal lag een dun laagje stof. Die eerste weken waren monnikenwerk met een zilveren randje: ik keek uit op een puinhoop Duitse woorden die druk gesticulerend eisten dat ik ze terug op hun plek zou zetten. De uitdaging en de aanmoedigende woorden van Els zorgden ervoor dat ik de moed niet verloor: ergens achter de woordenbrij schijnt het licht en met een beetje afstand zie je dat je iets heel moois hebt gebouwd.

Zoals Els zegt: ‘Het is als yoga. Je kunt het niet met haast doen. Iedere zin vraagt om tijd en aandacht, tot het helemaal klopt.’ Ze geniet ervan. Het is een genieten dat rust op de wetenschap dat alle woorden die de laatste vijftien jaar door haar vingers zijn gegaan een plekje hebben gevonden. Een plekje in de taal waar ze thuis zijn.

En de eerste zin van ‘onze’ Draaideur? Lezers die Els’ Vrijdag Vertaaldagcolumn van 7 juli jl. gelezen hebben, weten hoe we geworsteld hebben met de openingszin van Katja’s roman. Op dit moment – Els is bezig aan haar laatste versie die ik over een paar weken nog eens heel secuur zal doornemen – staat er:

Onweersbui, denkt Asta, dat woord is me al lang niet meer, maar nu werkelijk als bij donderslag te binnen geschoten. Slaat de donder? Hm. Is een bliksem schichtig? Bullshit. Dus: onder een onweersbui verstaan we een hevige regenbui met donder en bliksem, die snel wegtrekt. – Wegtrekken, weer zo’n woord dat Asta stoort en haar remt in de poging zich te herinneren wat een onweersbui precies is.

‘Wegtrekken’ doet Asta denken aan ‘verhuizen’ – wat een beeldschoon Nederlands evenbeeld is voor ‘aufhören’ en ‘aufhorchen’. Want terwijl Asta’s vliegtuig landt in München, trekt het onweer langzaam weg. Ze is thuis, de storm is voorbij. Maar is dat wel zo? Ze is oud en ze heeft geen Plan B voor haar leven na de reis en haar aankomst in Duitsland. En wat moet ze met een moedertaal die haar vreemd in de oren klinkt? Het begin van het boek – zoals het er nu staat – problematiseert de thuiskomst: niet alleen in Duitsland, maar ook in de taal. Asta speelt en ruziet en ligt in de clinch met haar moedertaal.

En dit komt me bekend voor.

De laatste maanden heb ik onder het liefdevolle oog van Els een berg beklommen. Wat ik weet is het volgende: intuïtief lezen is vertalen op het niveau van de ziel. Je haalt een boodschap uit een boek en plaatst deze naadloos in je eigen leven of achtergrond. Literair vertalen is iets heel anders: je pakt de droom die een auteur heeft geschapen op als een huis, en breekt het in één ademstoot af. Om het dan, steen voor steen, weer op te bouwen, op een andere plek in een ander land waar de zonsondergang een mooie maar ietwat onbestemde kleur heeft. Het is geduld, vertrouwen en ervaring. Geduld, omdat je naar ieder woord, zelfs het allerkleinste – hoe vertaal je toch de woordjes ‘nun’, ‘na’ en ‘ja’? – uiterst aandachtig moet luisteren. Vertrouwen in het feit dat uit de rommelige, onaffe brokstukken uiteindelijk een overtuigend geheel zal ontstaan. En ervaring – dat spreekt voor zich.

17.30_Ilse

Ilse Lazaroms

Dit alles vind ik in Els. Ze is iemand die geduldig mijn teksten leest en zich met een enorme liefde voor het vak en de taal – en misschien zelfs een beetje voor mij – over mijn werk buigt en de knopen eruit haalt. Ik droomde er altijd van een om levende mentor te hebben; iemand die haar kennis aan je overdraag door wie ze is en wiens levenservaring zit opgesloten in de manier waarop ze werkt. Het is een verademing om met haar te mogen werken. Fouten bestaan en zijn menselijk; Els corrigeert ze en ik groei weer een millimeter. En elke millimeter brengt Katja’s roman dichter naar de uiteindelijke versie en mij naar een mogelijke carrière als literair vertaalster. En Els zegt dat het voor haar heel interessant is om samen te werken met een Noord-Nederlandse; onze Vlaams-Nederlandse samenwerking zorgt ervoor dat we allebei letterlijk op de puntjes van onze stoel zitten.

Thuiskomen in de taal is een pijnlijk en prachtig proces; ik had me geen beter ontvangstcomité kunnen wensen dan Els Snick en de duizenden woorddeuren die voor me opengaan door het literair vertalen.

 

Ilse Josepha Lazaroms is historicus, schrijver en literair vertaler. Ze publiceerde onder andere over de schrijver Joseph Roth en het Hongaarse jodendom. Ze is de oprichter van Azarel Press en werkt op dit moment aan haar debuutroman, Vinter.