Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Vraagbaak, vriendin en vakantiebestemming

Lette Vos

26 juli, 19.30 uur – ik sta al zeker tien minuten besluiteloos in de boekwinkel op het vliegveld, met in de ene hand een boek dat ik uitzonderlijk mooi vond (A Little Life van Hanya Yanagihara), en in de ander de recente winnaar van de Man Booker International Prize, The Vegetarian van Han Kang, waarbij het prijzengeld gedeeld werd door auteur en vertaler. Het laatste lijkt een toepasselijker cadeau voor Sara Baume (1984), de auteur die ik vertaal. Tegelijkertijd ben ik nieuwsgierig naar haar mening over het eerste; ik wil horen of zij als schrijver anders aankijkt tegen stijlkwesties, plotwendingen, de geloofwaardigheid van personages, omdat dat me meer inzicht geeft in haar eigen werk en ik ergens geloof dat mijn vertaling van haar tweede boek daarmee beter, waardiger wordt. Ik kies uiteindelijk toch voor Yanagihara. Op weg naar de gate graaien we voor Sara’s moeder nog een kitscherig blikje stroopwafels mee.

Spoelen we de band even door – de details van de vertraagde maar verder weinig verheffende vlucht zal ik u besparen. We zitten in de knusse huiskamer van Sara’s moeder, die tot de (lage) nok toe vol staat met boeken. De stroopwafels zijn een hit gebleken en ook de keuze voor het boek was geslaagd (Kang zag ik bij binnenkomst al op een wankel stapeltje liggen). De garage herken ik onmiddellijk als een deel van het schuurtjescomplex waar de vader van de hoofdpersoon in ‘ons boek’ na zijn pensioen de tuin mee volbouwde. Ik slaak verheugd kreetje na kreetje bij alles wat ik herken uit het boek. Al eerder vroeg ik Sara hoe fictief het eigenlijk was. Daarop antwoordde ze: ‘It began very true and became less so as I wrote on.’ De gevoelens, de ontgoocheling van het volwassen worden en de daaropvolgende depressie zijn echt. Wat de details betreft ontdek ik tijdens ons bezoek stukje bij beetje hoeveel zij aan de werkelijkheid ontleent, ook voor haar eerste boek: als we een dag later in haar eigen huis de hond One Eye ontmoeten – die eigenlijk Wink heet, wat op een iets subtielere manier hetzelfde uitdrukt ‒, een hoofdpersonage uit haar eerste boek, vervult dat me met de euforische blijdschap van een kind in Disneyland dat oog in oog komt te staan met haar filmhelden. Aan de andere kant ben ik blij met de muilkorf die Sara hem uit voorzorg heeft omgedaan, omdat ik me steeds meer scènes uit het boek herinner die ik liever niet zou naspelen.

16.34 Foto1
Vertaalster Lette Vos (links) op bezoek in Ierland

Sara was blij dat ik haar ouderlijk huis zou zien – een soort huiswerk tijdens mijn vakantie, zei ze verontschuldigend. Als ik de locaties uit A Line Made by Walking ken, zo redeneerden wij, kan ik meer vrijheid nemen om de juiste sfeer op te roepen in het Nederlands. Dat brengt me bij de vraag die ik in deze column wil stellen: wordt een vertaling beter van contact met de auteur? Het lijkt bijna stupide: natuurlijk! Alle informatie is goed! De auteur weet alles! Uit een krantenartikel over The Vegetarian dat Sara’s moeder me toeschoof bleek al hoeveel vormen deze samenwerking kan aannemen: soms is de auteur de doeltaal dusdanig meester (met name als het vertalingen in het Engels betreft) dat deze suggesties kan doen of zelfs mee kan puzzelen met de vertaler in de formulering van de doeltekst. Zo niet, dan kan de vertaler in ieder geval vragen kwijt over de interpretatie van de brontekst, wat niet altijd tot een kant-en-klare oplossing leidt, maar wel enig houvast geeft. Zo vroeg ik Sara om tekst en uitleg bij de ‘piece of rock in a blob of amber’ die de oma van het hoofdpersonage in haar rariteitenkabinet bewaart. Ik kreeg een foto terug – en de opmerking: ‘I love the way you intuitively know this is some weird trinket I actually own.’

Toch kun je je ook afvragen of het je als vertaler niet gemakzuchtig maakt: ‘Dit begrijp ik niet helemaal, even vragen.’ En dan is er natuurlijk de idee van de dode auteur – als je auteur niet meer leeft, houdt het sowieso op, maar ik doel op Roland Barthes’ beroemde essay ‘De dood van de auteur’ (1967). Zodra de tekst geschreven is, verliest de auteur de ultieme autoriteit, heeft hij of zij de waarheid niet meer in pacht. Moet je dan precies weten hoe de tuin, het huis, het stukje curio eruitziet waarop de schrijver zich baseert om bepaalde woorden, zinnen, passages te vertalen? Moet je weten, sterker nog, kún je altijd weten wat fictie is en wat echt? Laten we Wink als voorbeeld nemen: door hem uit de werkelijkheid te halen en in een verhaal te plaatsen dat weliswaar op feiten berust, maar niet waargebeurd is, door zijn naam te veranderen en hem een nieuw baasje te geven heeft Sara hem al gefictionaliseerd. Is het dan erg als zijn staart in het Nederlands iets korter is? Als zijn vacht minder krullen heeft, doordat de vertaler een metafoor heeft veranderd ten behoeve van een mooie alliteratie of ritmisch voordeel? Een dergelijke aanpassing is wellicht alleen geoorloofd bij auteurs die dergelijke tropen bewust inzetten, maar hoe weet je dát dan weer? 

En dan blijven er de vreemde ongelijkheden: Sara vroeg of mijn naam op het omslag zou komen – nee. Dat vond zij een gek idee. Na even rekenen beseften we dat ik meer ga verdienen aan de vertaling van haar boek dan zij. Dat vond ik op mijn beurt een gek idee. Het belicht beide kanten van het vertalersdilemma: alle woorden in het boek zijn van jouw hand, jij hebt ze gekozen, maar ze zijn ingegeven door een ander. Bij onze ontmoeting draaien we het op een grappige manier even om: aan de keukentafel vertellen mijn vriend en ik over onze ervaringen als zangers, maar ook over de kleurrijke figuren bij wie we die dag in de auto hebben gezeten terwijl we naar Sara’s dorp liftten, en Sara slaat alles op. Materiaal voor minstens drie korte verhalen, zegt ze.

16.34 Foto2

Als ze ons de volgende morgen na een korte wandeling met de honden bij een grotere weg afzet, waar wij onze lift- en wandelreis zullen vervolgen, zegt ze met een licht smekende blik naar haar vriend dat ze maar wat jaloers is op ons avontuur. Zij zullen die avond dineren met rijke Amerikanen die na het lezen van haar debuut contact hebben gezocht. Ze woont niet voor niets in de middle of nowhere – sociale gelegenheden zijn niet haar ding. Het idee van een zwerftocht met steeds nieuwe personages trekt haar wel. Er zouden ongetwijfeld talloze mooie verhalen uit rollen.

Intensief contact met de schrijver, en dan ook nog iemand die vlot en gretig alle twijfels wegneemt, lijkt voor velen een haast utopische vertaalsituatie, iets waar je tijdens je opleiding slechts van kunt dromen. Tijdens mijn eigen studie kon ik de ‘ware betekenis’ van de tekst enkel ontlenen aan de woorden zelf, aan mijn docenten en eventueel de interpretaties van literatuurwetenschappers. Nu leef ik die droom, en hoewel het de vraag blijft of mijn vertaling automatisch minder (leesbaar, begrijpelijk, acceptabel, adequaat, etc.) zou worden als ik mijn kanonnade aan vragen niet op haar kon afvuren, prijs ik me gelukkig met een schrijver die in korte tijd ook vriendin en vakantiebestemming geworden is.

 

A Line Made by Walking verschijnt in maart 2017 bij uitgeverij Houghton Mifflin Harcourt. 

Lette Vos (1992) studeerde cum laude af aan de onderzoeksmaster Literair Vertalen in Utrecht met een scriptie over opera in vertaling. Momenteel studeert zij klassieke zang aan het Utrechts Conservatorium en werkt ze als junior-docent vertalen en vertaalwetenschap aan de Universiteit Utrecht. In 2014 ontving ze een door het Nederlands Letterenfonds gesubsidieerde Talentbeurs Literair Vertalen. Tijdens Crossing Border 2015 vertaalde zij het werk van de jonge Ierse auteur Sara Baume als onderdeel van The Chronicles (en schreef daarover voor Webfilter). In november komt haar eerste boekvertaling uit (Contouren van Rachel Cusk), die zij maakte in samenwerking met Caroline Meijer.