Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Vertalen als ontmoeting

Raúl Zurita op Poetry International

Lisa Thunnissen

Tijdens de presentatie van het zevende nummer van Terras vertelde ik het al: ik maakte kennis met het werk van Raúl Zurita in Guatemala, waar ik op aanraden van een bevriende schrijver de bundel Anteparaíso kocht. Uit die bundel vertaalde ik in 2014 voor Terras zeven gedichten, voor Poetry International vertaalde ik dit jaar een fragment uit Zurita’s Canto a su amor desaparecido en een aantal gedichten uit de recentere bundel INRI. Maar hoe vertaal je gedichten die gaan over een werkelijkheid die zo wezenlijk lijkt te verschillen van het veilige Nederland waar zelfs de weilanden keurig afgemeten rechthoeken en vierkanten vormen, zoals je kunt zien als je landt op Schiphol? Hoe de rafelranden van de bergen in Chili te schilderen in de taal van ons platte landje, waar je hoogstens in het oosten of zuiden een zacht glooiende heuvel tegenkomt?

Toen ik aan mijn vertalingen voor Terras werkte, heb ik Zurita eindeloze mails gestuurd met vragen: wat is dat voor aura in die ogen, waar bevindt zich de ‘andere wereld’ die in de gedichten voorkomt, hoe ver weg zijn de stranden die niet worden gevonden? Hij schreef lange mails terug waarin hij al mijn vragen beantwoordde, soms zelfs vragen die ik nog niet eens had gesteld. Tijdens het vertalen van de gedichten voor Poetry International zwaaiden we naar elkaar op Skype en praatten we over het woord leve, licht, of ijl, en flotar, wat drijven kan betekenen, maar ook zweven. Dit waren allemaal vragen op woordniveau, maar er was nog een veel groter probleem: de context.

De gewelddadige Chileense geschiedenis speelt een grote rol in de poëzie van Raúl Zurita, net als het Chileense landschap: de stranden, de bergen, de zee.1 Hierover sprak ik op het Poetry International Festival in Rotterdam, tijdens Het Vertaalbedrijf, een jaarlijks terugkerend programma waarin allerlei vertalers ingaan op de vertalingen die ze voor het festival maakten. Ik vertelde over de staatsgreep van Pinochet in 1973, over de talloze mensen die werden gemarteld, over de doodsvluchten, waarbij lichamen van vermoorde gevangenen uit helikopters werden gegooid. Maar in hoeverre is kennis van die Chileense context nodig om de poëzie van Zurita te kunnen vertalen? Het publiek maakte ik wijs dat die context verrassend onbelangrijk was, iets wat tegelijkertijd wel en niet waar is.

 16.25_illu1

Het Vertaalbedrijf, © Tineke de Lange / Hans Tak - Poetry International

Natuurlijk is het van belang te weten in wat voor wereld Zurita zich bevond toen hij zijn gedichten over de stranden van Chili en over zijn verdwenen geliefde schreef.2 Het kennen van die wereld begint bij de feiten: wat gebeurde er en wanneer? Dat is echter niet meer dan het raamwerk, die details doen er uiteindelijk niet zoveel toe. Veel belangrijker was voor mij de bredere context: het gegeneraliseerde geweld in zo’n periode, de angst waarvan de bevolking doordrongen is. Alweer komt Guatemala in mijn verhaal terecht: een land waar twintig jaar geleden nog een burgeroorlog woedde en waar geweld nog steeds aan de orde van de dag is. Om iets te kunnen begrijpen van wat Zurita voelde toen hij de gedichten schreef, heeft het mij erg geholpen dat ik daar – in een land dat in allerlei opzichten juist heel anders is dan Chili – met veel mensen sprak wier herinneringen aan de oorlog nog vers waren.

Het mooie van poëzie is dat je er, wellicht nog eerder dan bij proza, telkens iets anders in leest, of misschien vooral méér: er komt meer reliëf in. Daarbij zet het zich steeds meer vast in je lijf, het wordt deel van je eigen binnenwereld. Eerder dit jaar, in februari al, gaf ik in Leiden een college over Zurita aan tweede- en derdejaarsstudenten Latijns-Amerikastudies, over de nieuwe vormen die hij gebruikt, zijn zoektocht naar een taal die tegenwicht kon bieden aan het geweld van de dictatuur van Pinochet. Tijdens het vertalen van de gedichten voor Poetry International probeerde ik voor een tweede keer zelf die taal te vinden, en droomde ik over kalk en stenen die op mij werden gestort en die mijn geliefde naast mij verpletterden, deed een konijntje dat ik over de weg zag hupsen me denken aan Bruno die plots dubbelklapte, en toen viel. Langzaam maar zeker begon het te voelen alsof een zekere Zurita, die ook als personage in de gedichten voorkomt, een stoeltje in mijn hoofd had neergezet en van daaruit af en toe een Chileens berglandschap op mijn netvlies toverde, of een rood vlekje schilderde op de sneeuw die deze winter niet viel. Deze ontmoetingen met Zurita waren, meer nog dan al die keren dat we over woorden en zinnen spraken, meer nog dan wat ik over de geschiedenis van Chili las, cruciaal.

Op dinsdag 7 juni ontmoette ik Zurita voor het eerst in levenden lijve. Dankzij Poetry International kon hij naar de universiteit in Leiden komen om daar te spreken over zijn werk. In het raamloze lokaal vertelde hij over de soldaten die hem gevangennamen, over de taal die daarna zijn betekenis verloor, over hoe hij toch weer begon te schrijven en zo langzaam de taal heroverde, opnieuw leerde spreken en vanuit zijn poëzie de strijd met de dictatuur aanging. Het was, zo zei hij, een strijd om de betekenissen; tegenover het geweld van de dictatuur plaatste hij het geweld van de poëzie.

16.25_illu 2a16.25_illu 2b

© Dr. A.I. Churampi Ramirez - Universiteit Leiden

Wonderlijk was dat de dichter die in dat lokaal zat te vertellen, de Zurita die op Poetry International verscheen, veel overeenkomsten bleek te vertonen met de Zurita in mijn hoofd. Was ik het nog die Zurita ontmoette, of schudde op dat moment de Zurita die zich in mijn hoofd had genesteld de ‘echte’ Zurita de hand? Wat er precies gebeurde, doet er niet toe. Al tijdens het zorgvuldig samengestelde openingsprogramma zat ik met tranen in mijn ogen te luisteren naar het fragment uit ‘Canto a su amor desaparecido’ dat hij voordroeg. Gelukkig was er daarna veel ruimte om ook los van de voordrachten naar Zurita te luisteren, elk jaar vind ik dat weer fantastisch van het festival: dichters lopen er gewoon tussen het publiek, iedereen spreekt elkaar aan, vertalers trekken samen op. Het is een soort walhalla voor vertalers: tijdens de voordrachten hoor je er alle mogelijke talen, je kunt je beroepsdeformatie botvieren op de Engelse en Nederlandse vertalingen die tegelijkertijd in beeld zijn, en er is altijd één hele dag waarop het vertalen centraal staat, met in de ochtend workshops over vertalen en in de middag Het Vertaalbedrijf, dat ik al eerder noemde. Bijzonder is ook dat je de lezers van je vertalingen spreekt, dat je hun ontmoetingen met het werk ‘live’ meemaakt.

Poetry International was ook dit jaar weer een week vol onvergetelijke ontmoetingen. Ik hoop dat het niet de laatste keer was dat ik Zurita tegenkwam.

Noten
1 Op de pagina van het Hemispheric Institute of Performance and Politics is bijvoorbeeld een filmpje te vinden van het gedicht ‘La vida nueva’, dat Zurita in de lucht boven New York liet schrijven: http://hemisphericinstitute.org/hemi/en/hidvl-additional-performances/raul-zurita-la-vida-nueva.

2 Voor degenen die nieuwsgierig zijn: Op http://tijdschriftterras.nl/de-utopieen/ is een selectie te vinden uit Anteparaíso, op de website van Poetry International staat de vertaling van het gedicht ‘Bruno dobla, cae’ uit Inri: http://www.poetryinternationalweb.net/pi/site/poet/item/27963/Raul-Zurita.

 16.25_portret Zurita

Raúl Zurita tijdens het Poetry International Festival 2016
© Tineke de Lange / Hans Tak - Poetry International

Lisa Thunnissen (1984) voltooide de research master Latin American Studies in Leiden en de master Literair Vertalen i.o. in Utrecht (beide cum laude). In 2011 ontving ze een Talentbeurs van de Master Literair Vertalen ter beschikking gesteld door het Nederlands Letterenfonds. Ze werkte als vertaler mee aan The Chronicles, onderdeel van het Crossing Border-festival in 2012, en vertaalde werk van Eduardo Halfon en Raúl Zurita voor literair tijdschrift Terras, en werk van Juan Villoro voor Filter. Dit jaar was ze vertaler voor Poetry International.