‘Het mooiste vak van het heelal’    52-59

De verrassende loopbaan van selfmade vertaler C.A.G. van den Broek

Anton Wesselingh

‘Rondwandelen en tegen steentjes schoppen en zo.’

 

Op 17 april 2014 overleed de Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez, 87 jaar oud. In 1982 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur voor zijn hele oeuvre, waarvan het grootste deel in het Nederlands is vertaald. Zijn bekendste werk is het epos Cien años de soledad uit 1967, in Nederland uitgebracht onder de titel Honderd jaar eenzaamheid in 1972. De vertaler kreeg in 1974 de Martinus Nijhoffprijs voor zijn gehele vertaaloeuvre,1 in het bijzonder voor Honderd jaar eenzaamheid. Het was Theo Sontrop, destijds hoofdredacteur bij uitgeverij Meulenhoff, die rond 1970 de Zuid-Amerikaanse literatuur in Nederland introduceerde.

Na Márquez’ dood was er in de hele wereld veel aandacht voor zijn leven en werk. Ook in de Nederlandse media, waarbij opnieuw Honderd jaar eenzaamheid werd geprezen, niet in de laatste plaats vanwege de briljante vertaling.2 Het boek is op dit moment toe aan de 72ste druk en de vertaling heeft haar frisheid nog altijd behouden. Hoe vaak wordt niet de openingszin van het magistrale werk geciteerd: ‘Vele jaren later, staande voor het vuurpeloton, moest kolonel Aureliano Buendía denken aan die lang vervlogen middag, toen zijn vader hem meenam om kennis te maken met het ijs’? Velen hebben het ruim 400 bladzijden dikke meesterwerk met veel genoegen gelezen en herlezen.3

Wie was de vertaler, die vrijwel nooit in de publiciteit trad? Hoe kwam hij ertoe vertaler te worden en hoe beleefde hij zijn vertalerschap? Hoe zag zijn dagelijks leven eruit? Wat waren zijn ideeën over het vertalen? Vijfentwintig jaar na zijn dood wil ik in dit artikel een niet alledaagse vertaler wat meer op de voorgrond plaatsen.

Lees verder in de papieren Filter