VI (G)een potje schaken, r.139-172   

The Waste Land, deel II (derde tafereel)

Onno Kosters
 

In de scène die volgt op het gesprek vol onder- en bovenhuidse spanning tussen de twee echtelieden in het tweede tafereel, bevinden we ons in een Londense kroeg. We horen iemand tegen een vriendin roddelen over een gesprek dat ze had met een andere vriendin, Lil. De mystieke en door mythologie gekleurde atmosfeer en setting van het eerste tafereel in ‘A Game of Chess’ zijn nergens te bekennen. Ook de toon en het associatiepatroon van het tweede tafereel lijken ver weg. Eliot zelf schreef: ‘This section of the poem has nothing to do with the game of chess preceding and is merely a shift to a different stratum of society’ (2015, 638).

De verteller spreekt in een cockney dialect en bedient zich van de spreektalige ingrediënten die daarbij horen: het veelvuldig terugkerende ‘I said’ (9x) en ‘she said’ (2x); ongrammaticale constructies als ‘them pills’ en ‘What you get marrief for’; dubbele ontkenning (‘and no more can’t I’) enz.. Toon en vocabulaire van de passage zijn gebaseerd op het idiolect van Ellen Kellond, de huishoudster in dienst van de Eliots: ‘this passage was “pure Ellen Kellond”’, schreef Eliot met enige overdrijving (1971, 127n5). De grote uitdaging is de typische aspecten van de monoloog te handhaven, zonder dat het overdreven wordt, een parodie. Om de toon in het Nederlands licht aan te zetten, kies ik in mijn vertaling van de ‘I said’s’ en ‘she said’s’ – op twee na – voor de tegenwoordige tijd: ‘zeg ik’ en ‘zegt zij’. De eerste en tweede ‘I said’, beschouw ik als een introductie van het onderwerp aan de vriendin aan wie het verhaal wordt verteld; daar is ‘zei ik’ meer op z’n plaats. Andere ingrepen: ‘ken’ i.p.v. ‘kan’, ‘heb’ i.p.v. ‘hebt’, ‘wil’ i.p.v. ‘wilt’, samentrekkingen (‘dat ie’, ‘zei die’, ‘d’r’), en op registerniveau specifieke keuzes als ‘aangluren’ en ‘geen trek in’.

Vivien Eliot leverde belangrijke bijdragen aan de monoloog: ‘demobbed’ (oorspronkelijk het omslachtige ‘was coming back out of the Transport Corps’); ‘If you don’t like it you can get on with it’; ‘pills’ (Eliot: ‘medicine’); ‘What you get married for if you don’t want children’. Niet alles wat ze suggereerde, vooral waar ze voorstelt de uitspraak van bepaalde woorden 'zichtbaar' te maken, nam Eliot over, wat geheel in lijn is met haar eigen noot: ‘Make any of these alterations or none if you prefer’ (Eliot 1971, 15): ‘Somethink’ bleef ‘Something’ – iets dat hij dan weer losliet in de laatste regels, waar ‘Good night’, uitgesproken bij het verlaten van de pub, wordt ‘gecorrigeerd’ tot ‘Goo night’.

Toen Lil d’r man afzwaaide, zei ik –  
ik wond er geen doekjes om, ik zei tegen haar,                                  140
HOOGSTE TIJD ALLEMAAL HOOGSTE TIJD 
nou Albert weer thuiskomt, tut jezelf een beetje op. 
Dat ie ken zien wat je met het geld heb gedaan  
dat ie je gaf voor een nieuw gebit. Echt, ik was erbij toen ie dat zei. 
Laat de boel maar trekken, Lil, en neem nieuwe, 
zei die, want ik zweer het, je bent niet om aan te gluren. 
Vind ik ook, zeg ik, en stel je voor die arme Albert, 
vier jaar is ie aan het front geweest, die wil z’n pleziertje 
en als jij ’m dat niet gunt, is er wel een ander, zeg ik. 
O is dat zo, zegt zij. Zeker weten, zeg ik.                                           150
Nou alvast bedankt, zegt zij, en kijkt me strak aan. 
HOOGSTE TIJD ALLEMAAL HOOGSTE TIJD 
Als je d’r geen trek in heb, dan heb je pech, zeg ik. 
Anders heeft een ander ’m zo ingepikt. 
Dus als Albert er vandoor gaat: je was gewaarschuwd. 
Je moest je schamen, zeg ik, er zo antiek uit te zien. 
(En dat pas eenendertig.) 
Ik ken er niks aan doen, zegt zij, met een lang gezicht. 
Het zijn die afdrijfpillen, zegt ze. 
(Ze heeft er al vijf en kleine George overleefde ze maar net.)           160
De drogist zei ze konden geen kwaad, maar ik ben al tijden niet de oude. 
Súfferd die je d’r bent, zeg ik.  
Weet je, als Albert niet van je af ken blijven, dan is het niet anders. 
Als je geen kinderen wil moet je niet trouwen.  
HOOGSTE TIJD ALLEMAAL HOOGSTE TIJD 
Afijn, die zondag kwam Albert thuis, ze aten een warm hammetje 
en vroegen of ik aan wilde schuiven nou ie nog warm was –  
HOOGSTE TIJD ALLEMAAL HOOGSTE TIJD 
HOOGSTE TIJD ALLEMAAL HOOGSTE TIJD 
Goeie avond Bill. Goeie avond Lou. Goeie avond May. Goeie avond. 170
Doe-doe. Goeie avond. Goeie avond. 
Goeienacht, dames, goeienacht, lieve dames, goeienacht, goeienacht.

 

Aantekeningen

(Bij dit derde tafereel leverde Eliot zelf geen aantekeningen.)

When Lil’s husband got demobbed, I said—
I didn’t mince my words, I said to her myself,

‘[D]emobbed’, kort voor ‘demobilised’: de Eerste Wereldoorlog is opnieuw (denk bv. aan ‘rat’s alley’, r. 115) dichtbij. Rachel Porter schrijft: 

The Waste Land shares with much Great War literature a concern with the psychological effects of modern combat. In particular, Eliot’s poem is interested in exploring the damage wrought upon male-female relationships as a result of the war, fixating on the absence of intimacy between partners whose physical and psychological experiences have diverged so radically that they find themselves faced with a debilitating emotional distance. (154)

Albert heeft gediend aan het front en keert na zijn demobilisatie terug naar zijn gezin bestaand uit Lil en vijf kinderen. Verteller noch Albert is blijkbaar gezegend met veel compassie voor Lil. Als manlief thuiskomt, moet ze gewoon weer aan de conventionele eisen voldoen: er een beetje verzorgd uitzien (liefst met een kunstgebit, waarvoor hij haar blijkbaar geld heeft gegeven) en hem seksuele gunsten verlenen als hij daarom vraagt (anders zoekt hij het ergens anders). De vriendin van Lil heeft vast het beste met haar voor, maar is weinig subtiel in haar advies: ze windt er geen doekjes om (Van Baarens en ook mijn keuze; Joyce & Co.: ‘Ik draaide er niet omheen’; Vendericks: ‘zonder omwegen’; Claes 2022: ‘ik zei ’r vierkant de waarheid’; Otten: ‘ik nam geen blad voor m’n mond’).
Van Baaren maakt opmerkelijke naturaliserende en didactiserende keuzes in zijn vertaling van dit stuk. Zo heet Lil bij hem voluit Lily en expliciteert hij dat Albert (r. 142) ‘uit Frankrijk terugkwam’. Verderop wordt Albert consistent ‘Ab’. ‘[L]ittle George’ wordt ‘Sjorsje’. Bill, Lou en May blijven Bill, Lou en May.

HURRY UP PLEASE ITS TIME ‘The conventional formula of English publicans, bellowed from the bar of public houses as closing-time (fixed by the Licensing Acts) approaches’ (Eliot 2015, 638). De kracht van herhaling: naarmate de passage vordert, krijgt de oproep steeds omineuzere, apocalyptischere bijklanken. Als ik me goed herinner baseerde Harry Mulisch de titel van zijn roman Hoogste tijd op Eliots gebruik van de oproep het café te verlaten. Interessant overigens dat de barman ‘ITS’ roept en niet ‘IT’S’: Ricks & McCue kiezen overal voor ITS; in het typoscript staat consequent IT’S.

Now Albert’s coming back, make yourself a bit smart.
He’ll want to know what you done with that money he gave you
To get yourself some teeth. He did, I was there.

‘He did, I was there’: de vertelster reageert, zo lees ik het, op een ongelovige blik van haar toehoorster als die hoort dat Albert Lil zelfs geld heeft toegestopt om haar tanden en kiezen te laten trekken en een kunstgebit aan te schaffen. In de monoloog, kortom, is er duidelijk sprake van een publiek. Die aanwezigheid zorgt voor een theatraal effect.

You have them all out, Lil, and get a nice set,
He said, I swear, I can’t bear to look at you.

In de Britse arbeidersklasse waren gebitsproblemen een berucht probleem, vooral onder jonge mannen en vrouwen. ‘False teeth, because so common and so badly fitted, are a popular object of vulgar jokes’ (Eliot 2015, 638-39).

And no more can’t I, I said, and think of poor Albert,
He’s been in the army four years, he wants a good time,
And if you don’t give it him, there’s others will, I said.
Oh is there, she said. Something o’ that, I said.
Then I’ll know who to thank, she said, and give me a straight look.

‘Something o’ that’: bij deze ‘Something’ suggereerde Vivien ‘Somethink’, wat Eliot blijkbaar in combinatie met ‘o’ that’ te veel van het goede werd. Gek genoeg tekent hij uitgerekend hier aan: ‘I want to avoid trying to show pronunciation by spelling’ (1971, 13), terwijl hij ‘o’ that’ intact laat. ‘[G]ive’ in plaats van ‘gave’ is weer een mooi voorbeeld van Eliots gebruik van spreektaal; nadeel van mijn keuze om de toon onder andere te vangen in de tegenwoordige tijd ‘zeg ik’/ ‘zegt zij’, is dat tegenwoordige tijd ‘kijkt’ er hier minder uitspringt dan ‘give’ in de brontekst, maar desalniettemin overtuigender dan ‘[…] en keek me strak aan’. De onverwachtse tegenwoordige tijd ‘give’ is door Van Baaren, Joyce & Co. en Otten wellicht over het hoofd gezien; alle drie kiezen voor ‘keek’.

HURRY UP PLEASE ITS TIME
If you don’t like it you can get on with it, I said.
Others can pick and choose if you can’t.
But if Albert makes off, it won’t be for lack of telling.
You ought to be ashamed, I said, to look so antique.
(And her only thirty-one.)

Met zulke vriendinnen heb je geen vijanden meer nodig. You ought to be ashamed, I said, to look so antique. De lezer herinnert zich onmiddellijk de ‘antique mantel’ (‘Above the antique mantel was displayed’) uit het eerste tafereel. Oliver Tearle legt een interessant verband tussen beide ‘antique’s’:

Whereas the first woman’s room has an ‘antique mantel’ (l. 97), Lil simply looks ‘antique’ (l. 156), despite being only 31 years of age. The rich woman may have a depiction of the Philomel myth above her mantelpiece (l. 97-100), but there is a sense that Lil is somehow living such an existence, being ‘rudely forced’ (l. 100) into granting his conjugal rights’ (l. 80-81).

Alle reden om de ‘antique’s’ concordant te vertalen (Van Baaren: antieke / oud; Joyce & Co.: antieke / afgeleefd; Venderickx: antiek / ouderwets; Claes 2022: antieke / ouwelijk; Otten: antieke / afgetakeld). 

I can’t help it, she said, pulling a long face,
It’s them pills I took, to bring it off, she said.
(She’s had five already, and nearly died of young George.)
The chemist said it would be all right, but I’ve never been the same.
You are a proper fool, I said.
Well, if Albert won’t leave you alone, there it is, I said,
What you get married for if you don’t want children?
HURRY UP PLEASE ITS TIME
Well, that Sunday Albert was home, they had a hot gammon,
And they asked me in to dinner, to get the beauty of it hot—
HURRY UP PLEASE ITS TIME
HURRY UP PLEASE ITS TIME
Goonight Bill. Goonight Lou. Goonight May. Goonight.
Ta ta. Goonight. Goonight.
Good night, ladies, good night, sweet ladies, good night, good night.

And they asked me in to dinner, to get the beauty of it hot— en vroegen of ik aan wilde schuiven nou ie nog warm was –’ (Met dank aan Hans Kloos.) 

In de laatste regel keren we terug tot het spel met literaire allusies dat Eliot bijna overal laat meeklinken: de regel echoot Ophelia’s (bijna) laatste woorden in Hamlet, alvorens ze zichzelf verdrinkt. Bij mijn vertaling van ‘goonight / good night’ kon ik opnieuw gebruik maken van Willy Courteaux’ vertaling van Shakespeare. Ophelia: ‘Goeienacht, dames; goeienacht, lieve dames; goeienacht, goeienacht’ (1009). Met mijn ‘goeie avond’ in de kroeg boots ik de spreektalige, ‘volkse’ variant na (een moderniserende vertaler zou vast kiezen voor ‘fijne avond’; ik actualiseer alleen lichtjes de Ta ta tot ‘Doe-doe’).1 Courteaux’ keuze om Ophelia ‘goeienacht’ te laten zeggen, past mooi in het tragisch einde dat ze aan haar leven maakt en sluit hier ook aan op het thema van dood door verdrinking.

Met dank aan Hans Kloos.

Op naar ‘The Fire Sermon’, deel III van The Waste Land.

 

Noot
1
Zie Ulysses, waar in de vertaling van Bindervoet en Henkes, Milly een PS toevoegt aan haar brief aan pappa Bloom: ‘Sorry voor mijn handschrift, heb erge haast. Doeidoei’ (80).

 

Cumulatieve bibliografie
Ackerley, Chris. 2007. ‘Prufrock’ and The Waste Land. Penrith: Humanities E-Books.
Alighieri, Dante. 1999. Mijn Komedie: Hel, vert. Jacques Jansen (Nijmegen: SUN).
Alighieri, Dante. 2021. De goddelijke komedie, vert. Herman Jansen (Utrecht: IJzer).
Badenhausen, Richard. 2015. ‘Trauma and Violence in The Waste Land’. The Cambridge Companion to The Waste Land (Cambridge: University Press), blz. 147-61.
Creekmore, Betsey B. 1982. ‘The Tarot Wisdom in The Waste Land’. ELH, vol. 49, no. 4, blz. 908-28.
Dickey, Frances. 2020. ‘Disclosures (February-March 1931)’, in: Reports from the Emily Hale Archive, The International T. S. Eliot Society, https://tseliotsociety.wildapricot.org/news/8499884.
Eliot-Hale Letters, The. https://tseliot.com/the-eliot-hale-letters (geraadpleegd 19 april 2023).
Eliot, T.S. 1956. ‘The Frontiers of Criticism’. The Sewanee Review vol. 64, no. 4, blz. 525-43.
Eliot, T.S. 2015. The Poems of T.S. Eliot. Ed. Christopher Ricks & Jim McCue. Vol. I: Collected and Uncollected Poems (Londen: Faber & Faber). (Afgekort tot CP)
Eliot, T.S. 1974, ‘Het dode land’, vert. Joyce & Co., in Maatstaf 22:4, blz. 9-13 (geraadpleegd 12 december 2023).
Eliot, T.S. 1949. Braakland, vert. Theo van Baaren (Amsterdam: Van Oorschot).
Eliot, T.S. 1971. The Waste Land: A Facsimile & Transcript of the Original Drafts Including the Annotations of Ezra Pound, ed. Valerie Eliot (Londen: Faber & Faber).
Eliot, T.S. Geen datum [1996]. Het barre land, vert. Jan Venderickx (Leuven: Kritak).
Eliot, T.S. 2022a. Het barre land, vert. Paul Claes (Amsterdam: De Bezige Bij).
Eliot, T.S. 2022b. Het barre land, vert. Marcel Otten (eigen beheer).
Empson, William. 1930/1948. Seven Types of Ambiguity (Londen: The Hogarth Press).
Encyclo.nl: tjoep (geraadpleegd 8 december 2023).
Gordon, Lyndall. 2022. The Hyacinth Girl: T.S Eliot’s Hidden Muse (New York: W.W. Norton).
Joyce, James. 2012. Ulixes, vert. Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes (Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep).
Kosters, Onno. 2022. ‘De ruïne opnieuw: Een herziene en een nieuwe vertaling van The Waste Land’. Filter 29.4, blz. 115-30.
Kosters, Onno. 2023. ‘II De eigenstandige ruïne - Een nieuwe vertaling van The Waste Land r. 19-42’, Dossier Webfilter (september) (geraadpleegd 2 december 2023).
Kosters, Onno. 2023. ‘III De eigenstandige ruïne, r. 43-76 – Hypocriete lezers: Madame Sosostris en slapie Stetson, Dossier Webfilter (september) (geraadpleegd 11 december 2023).
Kosters, Onno. 2024. IV Een potje schaken, r. 77-110. The Waste Land, deel II (eerste tafereel), Dossier Webfilter (februari).
Kosters, Onno. 2024. V Een potje schaken, r. 111-138. The Waste Land, deel II (tweede tafereel), Dossier Webfilter (februari).
Malone, Tyler. ‘The Hearers to Collection: T.S. Eliot’s The Waste Land’ (geraadpleegd 12 december 2023).
Lennard, John. 1991. But I Digress: The Exploitation of Parentheses in English Printed Verse (Oxford: Clarendon Press).
Martindale, Charles. 1990. ‘T.S. Eliot and Virgil’, The Classical Review 40.2, blz. 457-58.
Ovidius, 1999. Metamorphosen, vert. M. D’Hane Scheltema (Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep).
Porter, Rachel. 2015. ‘Gender and Obscenity in The Waste Land’, The Cambridge Companion to The Waste Land (Cambridge: University Press), blz. 133-46.
Ricks, Christopher. 1994. T.S. Eliot and Prejudice (Londen: Faber & Faber). 
Shakespeare, William. 1987. Anthonius en Cleopatra, vert. Willy Courteaux, in Verzameld werk (Kampen: Kok Agora), blz. 1101-42.
Shakespeare, William. 1987. De storm, vert. Willy Courteaux, in Verzameld werk (Kampen: Kok Agora), blz. 3-28.
Shakespeare, William. 1987. Hamlet, vert. Willy Courteaux, in Verzameld werk (Kampen: Kok Agora), blz. 971-1021.
Shakespeare, William. The Tragedy of Hamlet, Prince of Denmark. Folger Shakespeare Library. (geraadpleegd 17 januari 2024).
Tearle, Oliver. 2019. The Great War, The Waste Land, and the Modernist Long Poem ((London: Bloomsbury).
Vergilius, Aeneis. 1996. Vert. Piet Schrijvers. Groningen: Historische Uitgeverij.
Williams, Todd. 2004. ‘Eliot’s Alteration of Renaissance Drama through Frazer in The Waste Land. Lisa, vol. II, no. 5, blz. 59-72 (geraadpleegd 1 december 2023).