De vertaler als auteur    41-45

Martin de Haan

De State of Translation-lezing is bedoeld om één keer per jaar te kijken hoe de zaken ervoor staan in wat in de volksmond Vertalië wordt genoemd. Welnu, something’s rotten in the State of Translation. Met die stelling hoop ik u het komende halfuur zoet te houden.

Deze lezing is aangekondigd onder de titel ‘De vertaler als auteur’, en in de beschrijving werd de suggestie gewekt dat het daarbij om een tamelijk radicaal standpunt ging. Ik moet u wat dat betreft helaas teleurstellen. Niet alleen weten mensen die mij een beetje gevolgd hebben dat ik dit standpunt al zo’n twintig jaar verkondig en dat het dus eigenlijk gewoon een stokpaardje is, ook juridisch gezien is het idee van de vertaler als auteur een volstrekt open deur, een waarheid als een koe. Volgens de Berner Conventie, het verdrag uit 1886 dat nog altijd de basis voor het internationaal auteursrecht vormt, worden bewerkingen en vertalingen beschermd als oorspronkelijke werken – niet alsof het oorspronkelijke werken waren, maar in de hoedanigheid van oorspronkelijke werken. Dat soort bescherming, waarvoor schrijvers als Balzac in de negentiende eeuw keihard hebben gevochten, is nodig om de oorspronkelijkheid van een werk – let wel, alleen van een werk, niet van een idee – onlosmakelijk te verbinden met de auteur, de ‘maker’ zoals die in de Nederlandse Auteurswet heet, die op basis van het auteursrecht mag zeggen dat hij de intellectuele eigendom over het werk bezit. En dat brengt weer met zich mee dat hij ook mag beslissen door wie en tegen welke voorwaarden het werk wordt gepubliceerd en verkocht.

Lees verder in de papieren Filter