Inleiding – Vertaalchronotoop Japan    3-4

Ivo Smits

Vertalen is altijd tweerichtingsverkeer, omdat vertalingen onze ideeën over onder meer de representativiteit van de brontekst in de eigen cultuur beïnvloeden. De betekenis van de brontekst verandert daarmee, al is dat soms een bescheiden verschuiving, niet alleen doordat er een vertaler tussen brontekst en doeltekst zit, maar ook doordat er zich tussen vertaling en brontekst aannames van lezers bevinden. Vertalingen van minder gelezen literaturen zoals de Japanse worden al snel markeringspunten op een vrij lege kaart. Al zijn de stukken in dit nummer zeker zulke markeringen, ik besef heel goed dat zij samen geen enkele aanspraak maken op welke representativiteit dan ook. Historisch toeval is het vooral dat ze samenbrengt: recente vertaalervaringen (Fennema en Vos), recent verschenen vertalingen (Van der Salm, Van der Meer, Smits), recent ontdekte vertalingen van twee eeuwen her (Van Ewijk), of recente herinneringen aan vertaalmetamorfosen (Mes).

Het nummer is zowel een terugblik, want op een aantal filmtitels na zijn alle bronteksten alweer wat ouder tot zeer oud, als een blik op het nu, want alle bijdragen zijn uit dit moment geboren. Een andere gemene deler dan ‘Japan’ is er niet, en in feite is zelfs die schijn. Ook in het Japans klinkt een polyfonie aan individuele stemmen, die elk hun eigen Nederlandse echo’s nodig hebben. Mooi is dat die verschillen nu klinken kunnen over de hele breedte tussen de vertaling van de vertaler (koop die boeken!) en de vertaling van de beschouwer (lees dit nummer!). Deze Filter biedt inzichten van literaire vertalers (Fennema en Vos) en verwachtingen van lezers die veel van de context weten (Van der Salm en Van der Meer) en studies van vertalen als vorm van communicatie (Van Ewijk) en als een vorm van cultuurpolitiek (in Van der Meer).

Lees verder in de papieren Filter