‘Maar aan de oorlog kwam nog geen einde’    53-57

Harm-Jan van Dam

De Ilias is het oudste boek van Europa, waarschijnlijk opgeschreven rond 750 v.Chr. door iemand die wij Homerus noemen. De antieken beschouwden zijn werk als de bron van alle literatuur of zelfs van alle wijsheid. En nog steeds kan het lijken of alle literatuur uiteindelijk gebaseerd is op dit Griekse verhaal in ruim 20.000 verzen. Het vertelt een paar weken uit de tien jaar durende belegering van de stad Ilios of Troje in Klein-Azië door een coalitie van krijgers uit Griekenland onder aanvoering van Agamemnon, heerser over Mycene. Het verhaal wordt in gang gezet door de wrok van de sterkste Griekse held, Achilles, omdat de opperbevelhebber hem zijn bedgenote heeft ontnomen, en door de wil van de oppergod Zeus die de krijgskansen en de afloop bepaalt voor zover hij niet moet buigen voor het onwrikbare noodlot. De Ilias is vaak in het Nederlands vertaald, vijfmaal sinds de Tweede Wereldoorlog en de vertaling van Imme Dros, die zo’n vijfentwintig jaar geleden Homerus’ andere epos, de Odyssee, vertaalde, is nu de zesde.

De Ilias ademt een mentaliteit die haaks staat op onze westerse normen en waarden: een tsunami van Europese testosteronbommen trekt naar Azië, vooral pubers, twintigers en jonge dertigers. Deze strijders plegen talloze overvallen op dorpen in de buurt van Troje om seksslavinnen buit te maken, zoals het meisje dat Achilles moet afstaan. Vrouwen tellen in dit universum dan ook amper mee: ze kunnen een prijs in een wedstrijd zijn, soms een willekeurige zoals in de opsomming ‘goud, brons, schapen, vrouwen, paarden’, soms een fraaie, zoals de vrouw die aangeprezen wordt als wel vier ossen waard. De Grieken zien uit naar verkrachting als wraak en naar de slavinnen die ze als overwinnaars zullen meevoeren naar huis. Vrouwen kunnen uitsluitend draagsters zijn van de familie-eer als maagd, echtgenote of moeder. ‘Respect’ en eer zijn ook voor de mannen de kernwaarden: Achilles is gekrenkt en offert daaraan de oorlog op; wie een vijand doodt hoont hem om zijn afschuwelijke dood, tracht hem te verminken en rooft als ultieme smaad zijn wapenrusting, zoals de grootste held van Troje, Hektor, doet met de wapens van Achilles, die hij onmiddellijk aantrekt om pralend terug te keren in de strijd. Zo mogelijk hak je op het slagveld het hoofd van je vijand af om dat op een paal gespietst te tonen, maar ook de zielige spion Dolon wordt verhoord en dan koelbloedig onthoofd. Achilles sleept het lijk van Hektor ter vernedering achter zijn wagen rond de muren van Troje voor de ogen van diens vrouw en ouders. Bij de begrafenisceremonie van zijn vriend Patroklos doodt hij, naast honden en paarden, ook publiekelijk twaalf Trojaanse jongens die hij daartoe heeft gevangengenomen.

En toch raakt en ontroert het verhaal ook de weldenkende lezer van nu: hij voelt verdriet bij het afscheid van Hektor en zijn vrouw, met het detail van het kleine kind dat bang is voor zijn vaders helm en de vrouw die dan lacht door haar tranen. De lezer weet dat zij elkaar niet zullen terugzien. Hij lijdt mee in de oorlog die niemand spaart: zelfs de oppergod kan zijn zoon Sarpedon niet redden tegen de wil van het lot, en hij wordt smadelijk door Patroklos gedood. Wij weten dat ook Patroklos pijnlijk zal sterven en zijn beminde Achilles alleen nog in de droom ontmoet. Maar eerst wordt er grimmig gevochten rond zijn lijk, waarbij zelfs de onsterfelijke paarden van Achilles alleen schreiend kunnen toekijken. Zeus beklaagt ze omdat ze het droevig leven van stervelingen moeten delen. ‘Maar aan de oorlog kwam nog geen einde,’ zo eindigt boek 17, iconisch. Pas aan het eind beleeft de lezer enige verzoening als Achilles uiteindelijk het lijk van zijn dode en verminkte aartsvijand Hektor laat vrijkopen door diens vader Priamos en de jonge held en de oude man samen wenen om vaders die hun zoons niet meer levend terugzien, want Achilles weet dat ook hij niet zal terugkeren. Als lezers kijken we onze ogen uit bij het schild dat de goddelijke smid Hephaistos voor Achilles smeedt, waarop alle menselijke activiteit in de wereld is afgebeeld in een mise-en-abîme van het hele epos.

Lees verder in de papieren Filter