Groot groter grootst    41-42

Vincent Hunink

Als vertaler schuwt Piet Schrijvers (1939) het grote gebaar niet. Vaak kiest hij voor de hoogst gewaardeerde Romeinse schrijvers uit de klassieke oudheid: Lucretius, Vergilius, Horatius. Of minstens voor auteurs die zichzelf in dat rijtje plaatsten, zoals de ambitieuze dichter Lucanus. De vertalingen die Schrijvers van zulke beroemdheden publiceert zijn vervolgens ook letterlijk groot. De complete Horatius, de gehele Aeneïs van Vergilius, de volle zes boeken Lucretius, tweetalig en in fors bemeten, monumentale uitgaven van de Historische Uitgeverij. Te zwaar om in handen te houden, de lezer moet ervoor plaatsnemen aan een tafel of bureau.

Inhoudelijk en stilistisch behoren Schrijvers’ vertalingen tot de top. Over de academische onderbouwing en omlijsting van zijn teksten hoeft niemand zorgen te hebben (Schrijvers is emeritus hoogleraar Latijn). Zijn Nederlands is veelzijdig, flexibel, fijnzinnig, en verraadt een duidelijk talent voor poëzie. Niet voor niets vertaalt Schrijvers bij voorkeur dichters. En niet voor niets kreeg hij voor zijn werk zowel de kleine maar fijne Oikos Publieksprijs (2007) als de prestigieuze Martinus Nijhoffprijs (2011).

Ook na dat prijzengeweld is Schrijvers gewoon blijven vertalen. De allergrootste Romeinse dichters waren weliswaar gedaan, ofwel door hemzelf, ofwel, zoals in het geval van Ovidius en zijn vermaarde Metamorfosen, door anderen, maar er bleken toch nog lacunes. Een van de meest markante daarvan was wel het werk van Seneca (ca. 4 v.Chr.–65 n.Chr.).

Lees verder in de papieren Filter