Reus in de mist    28-32

Lette Vos

Kazuo Ishiguro stopt graag een reusje onder het gras. De gevierde auteur van onder andere The Remains of the Day en Never Let Me Go kenmerkt zich in zijn romans vooral door wat hij níét zegt – essentiële informatie die wordt achtergehouden omdat zijn personages deze nog niet kennen of omdat ze zich te erg schamen voor hun verleden. Ze klampen zich vast aan een toekomstbeeld, aan routine of de mensen om hen heen om maar niet van het hun zeer welkome geheugenverlies verlost te worden. De thema’s ‘vergeten’ en ‘beter niet kunnen weten’ zijn in al zijn romans impliciet aanwezig. In zijn nieuwste boek, The Buried Giant, gesitueerd in een middeleeuws Engeland vol trollen en draken, waar koning Arthur kortgeleden de Saksen versloeg, gebruikt Ishiguro dit sterke motief expliciet als uitgangspunt. Hoofdpersonages Axl en Beatrice staan een beetje buiten de gemeenschap, maar dit oudere Britse echtpaar heeft meestal genoeg aan elkaar. Er is één groot probleem: ze vergeten zo veel. In dit geval geen ouderdomskwaaltje; het hele dorp lijdt aan een soort collectief geheugenverlies. Als er een vrouw verdwijnt kan na een paar dagen niemand zich haar nog herinneren, en waarom hun zoon is weggegaan weten Axl en Beatrice ook niet meer. Ze worden zich steeds sterker bewust van de leemtes in hun geheugen – alsof er een ‘mist’ over hangt. Ze besluiten hun zoon te gaan opzoeken (ze weten niets meer over hem, maar zijn er toch van overtuigd dat hij in de buurt woont en vol smart op hen wacht) – misschien weet hij een oplossing. Uiteindelijk blijkt de mist te worden verspreid door een vrouwtjesdraak die in feite de vrede in het gebied bewaart door alle herinneringen aan de wreedheden van de Britten jegens de Saksen te vervagen.

Afgezien van de ietwat rammelende plot, de inconsistenties in het belangrijkste thema en de nogal onverwachte elementen uit het fantasygenre (onder meer de Arthurlegende en verscheidene fabeldieren), wijkt The Buried Giant op nog een ander belangrijk punt af van Ishiguro’s eerdere werk: als lezer bekruipt je voortdurend het gevoel dat je met eenzelfde mist worstelt, niet omdat er informatie ontbreekt (dat is immers eigen aan Ishiguro’s werk), maar omdat de roman stilistisch nagenoeg ondoordringbaar is – zelfs als je van het gezwollen taalgebruik van ridderromans houdt. De dialogen lopen stroef en missen Ishiguro’s typische zeggingskracht en scherpte. Je kunt je voorstellen dat de vertaler van een dergelijk boek voor een enorme uitdaging staat – en voor een dilemma: als je in de positie verkeert om die drakerige mist een beetje te verdunnen, moet je dat dan doen? Of bewaar je de stijl van een auteur tegen elke prijs?

Lees verder in de papieren Filter