Fictionele sociologie: vertalers in literaire werken    26-33

Klaus Kaindl
Vertaling: Inge van  Balgooij

Ben je eenzaam of heb je het idee dat je door je omgeving niet geaccepteerd wordt? Ben je ongelukkig en depressief? Vind je het moeilijk om relaties aan te gaan of voel je je niet geliefd? Wordt je werk niet gewaardeerd of word je slecht betaald of uitgebuit? Dan ben je waarschijnlijk een vertaler of een tolk – tenminste als je een personage in een literair werk bent.

In dit artikel kijk ik naar de manier waarop de identiteit van vertalers in fictie wordt gerepresenteerd. Ik baseer me hiervoor op een corpus van 132 fictieboeken waarin vertalers de hoofdrol spelen. In een essay uit 1999 stelde Sherry Simon dat vertaling als literair onderwerp beperkt bleef tot postkoloniale teksten en ‘verschillende vormen van “grensoverschrijdend schrijven”’ (zie 1999: 58 e.v.), maar tien jaar later kunnen we zeggen dat vertaling als literair onderwerp in alle genres is doorgedrongen: in toneelstukken, historische romans en sciencefiction, in chicklit en homoliteratuur, in experimentele literatuur en in literatuur voor de massa, in metafictionele teksten (waarin literatuur en vertaling zelf onderwerp zijn) en zelfs in dertien-in-een-dozijnse misdaadverhalen, liefdesromans en avonturenverhalen.

Tegelijkertijd heeft er de laatste jaren, zoals Delabastita (2009: 112) recentelijk vaststelde, een ‘fictionele wending’ in de vertaalwetenschap plaatsgevonden. Het is evident dat er de afgelopen vijf jaar een sterke stijging te zien is in het aantal onderzoeken dat zich richt op vertalers en tolken in fictie. Naast talloze artikelen is er de laatste tijd een aantal boeken over dit onderwerp gepubliceerd (bijv. Delabastita & Grutman 2005; Kurz & Kaindl 2005, Kaindl & Kurz 1998, Steiner 2009, Strümper-Krobb 2009).

Lees verder in de papieren Filter