Knibbel knabbel knuisje...    19-27

Grimms Hänsel und Gretel in Nederlandse vertaling

Marijke Castel

[Schrans] was bereid alles te doen om zijn naderend noodlot te ontlopen, tot aan lichaamsbeweging toe. Helaas was zijn hok te klein om wat heen en weer te springen, en opdrukken lukte na een week oliebollen ook niet meer omdat zijn armen te kort werden. Elke dag droeg Tussen Doortje hem op zijn vingers door de tralies te steken, zodat ze kon voelen of hij al vlezig genoeg was voor de consumptiemaatschappij. Frietje wachtte het oordeel iedere keer angstig af.

‘Nog een weekje,’ gniffelde het vrouwtje, ‘en de zaak kan geopend.’

Frietje probeerde te bedenken hoe ze het leven van haar broer nog wat kon rekken. Op een moment dat Tussen Doortje even de keuken uit was, duwde ze snel een paar aardappels en een mesje door de tralies.
‘Snijd hier een paar vingers van’, fluisterde ze Schrans toe.
Jammer genoeg had Tussen Doortje het meteen in de gaten. ‘Ik mag dan oud zijn,’ riep ze uit, ‘maar ik ben nog niet dement! Mij een beetje met aardappels voor de gek proberen te houden! Ik zal jullie leren. Frietje! Steek de oven aan!’
Vertwijfeld deed Frietje de klep van de oven open en streek een lucifer aan. Maar ze hield het stokje zo ver bij het gas vandaan dat het niet ging branden. ‘Ik krijf hem niet aan’, riep ze.
‘Dom kind’, mopperde Tussen Doortje. ‘Zit techniek eindelijk in de basisvorming, staan ze nog met twee linkerhanden. Geef hier die lucifers!’
Het vrouwtje bukte zich voor de openstaande oven. Zonder nadenken gaf Frietje haar een geweldige zet, zodat Tussen Doortje de oven in schoot en helemaal klem kwam te zitten. Het vrouwtje krijste van woede, maar daar trok Frietje zich natuurlijk niets van aan. Met enige moeite vouwde ze Doortjes benen ook nog naar binnen.

De meeste lezers van het bovenstaande fragment zullen bij het lezen van de namen Schrans en Frietje direct denken aan de sprookjesfiguren Hans en Grietje. Evenzo zal in het kindonvriendelijke vrouwtje Tussen Doortje de boze heks uit het welbekende sprookje van de gebroeders Grimm worden herkend. Deze humorvolle versie van Wim Meyles is slechts één voorbeeld van de vele Nederlandse vertalingen die in de loop der tijd van het oorspronkelijk Duitstalige sprookje zijn verschenen. Zoals het fragment illustreert zijn er bij dit culturele overleverings­proces de nodige ver­schuivingen opgetreden. Deze constatering roept de vraag op naar de invloed van de socioculturele context op de overlevering van Grimms Hänsel und Gretel in Nederland. Welke verbanden bestaan er tussen verschuivingen in vorm en stof van het sprookje en veranderingen in opvattingen op het gebied van pedagogiek, kind, maatschappij en (kinder)literatuur?

Lees verder in de papieren Filter