Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Gerrit Komrij in De Avondetappe?

Jan Mulder

Dit voorjaar, vijf jaar na het overlijden van Gerrit Komrij, is tijdschrift De Parelduiker aan hem gewijd. Komrij wordt onder de loep genomen, als dichter, toneelschrijver, homoactivist, bloemlezer, televisierecensent, idool, polemist, vertaler en dichter des vaderlands. Een bijdrage over sport ontbreekt; nogal wiedes denkt u misschien. In ‘Schrijvers over voetbal’ lezen we: ‘Komrij had als kind al een hekel aan sport… Wedstrijden op televisie slaat hij consequent over, de sportpagina’s verdwijnen als eerste in de vuilnisbak. Een bezoekje aan het stadion zal hij nooit overwegen.’

Als kind al had hij meer interesse voor boeken. Het sonnet ‘Fietstocht’ beschrijft zijn bezoek aan de bibliotheek om nieuwe schatten te delven en zo snel mogelijk naar huis te vliegen:

… Met in mijn hoofd een eerste regel die
Ik vluchtig had gezien bij een verhaal
Werd, fietsend, al naar het vervolg gegist.

Toch geselde ik vervaarlijk het pedaal
Om sneller thuis te zijn, omdat ik wist:
Het boek is beter dan de fantasie.

De jonge Gerrit geselt de pedalen niet om de sensatie van snelheid te ervaren, maar, zoals je van een boekenwurm mag verwachten, om zo snel mogelijk met de neus in het nieuwe boek te kunnen duiken.

Misschien had hij toch wel affiniteit met wielrennen. Volgens Mart Smeets had Komrij best in De Avondetappe willen aanschuiven: 'Komrij hield mij eens staande en vroeg of hij niet eens een etappe in de Tour kon meemaken. Dat leek hem een bijzondere dagpassering. Hij wilde ook de magie van die “praattafel” met die wielermannen weleens meemaken.'

Die affiniteit zou te maken kunnen hebben met de vertaling die Komrij in 1970 maakte van Le surmâle (1902) van de Franse schrijver Alfred Jarry:

 17.29_Jarry

Eerste druk, uitgegeven in de Meulenhoffreeks, 1970

Jarry was hevig geïnteresseerd in het rijwiel en wielrennen. Zonder twijfel heeft hij het wielrennen in zijn tijd, rond 1900, goed gevolgd; snelheid fascineerde hem. Zo zijn er aantekeningen van hem voor een artikel over de vacuo-vélodrome: de ultieme wielerbaan waar de renners zonder luchtweerstand met fabelachtige snelheid in de rondte flitsen. Fietsen was één van zijn favoriete bezigheden. Hij hield zelf af en toe een wedstrijdje met een regionale trein; op de omslag van de Nederlandse vertaling prijkt de schrijver op zijn fiets.

Zijn fascinatie voor wielrennen blijkt uit Superman. Het boek verschijnt in 1902 in Frankrijk maar speelt zich af in de toekomst, in het jaar 1920. Jarry speculeert hoe de mens, de liefde, het wielrennen, doping, commercie, techniek zich zullen ontwikkelen. Het is een mogelijke extrapolatie van de wereld in 1902, door een fantasierijke geest vertaald naar de toekomst – zo zou de toekomst eruit kunnen zien. Je zou het een Jules Verne-achtig boek kunnen noemen, die schrijver speculeerde tenslotte ook over nieuwe toepassingen van bekende technologieën.

Pièce de résistance van Superman is de wedstrijd over tienduizend mijl tussen een trein en vijf wielrenners. Het parcours loopt van Parijs tot voorbij Irkoetsk in Siberië en weer terug. De race is dé gelegenheid om nieuwe vindingen te testen: de snelste trein die ooit gemaakt is, het voedsel-van-de-eeuwigdurende-beweging als de brandstof voor de renners, de laatste technische snufjes. Eén van de vijf renners is gebaseerd op Major Taylor, de hoofdpersoon van mijn boek – vandaar dat ik me in Superman verdiept heb.

In De Parelduiker schrijft Jaap van der Bent over Komrij als vertaler. Hij is niet onverdeeld lovend over diens vertaalwerk (de titel van het artikel luidt: ‘Goud zoeken tussen de modder’), maar positief over de vertaling van Surmâle. Komrij is er echt voor gaan zitten: ‘afgezien van één stommiteit lijkt deze vertaling het werk te zijn van een goede vertaler’.

Dit jaar was de vertaling door Liesbeth van Nes van een ander boek van Jarry kandidaat voor de Filter Vertaalprijs: Roemruchte daden en opvattingen van doctor Faustroll, ‘patafysicus’. Als je de teksten van de jury leest moeten de alarmbellen gaan rinkelen: 'de welhaast onvertaalbare roman van Alfred Jarry', 'zijn bizarre, ondoorgrondelijke en plurilinguïstische stijl', 'in een tijdsbestek van 22 jaar vertaalde de vertaalster de roman driemaal'. Jarry heeft dan ook een hele schare volgelingen en explicateurs met tijdschriften als de Subsidia Pataphysica en in Nederland De Centrifuge. Superman is toegankelijker dan Dr. Faustroll, maar een gewaarschuwd vertaler telt voor twee.

Hoe heeft Komrij termen uit het wielrennen vertaald?

De vijf wielrenners rijden op een quintuplette. Quintupel betekent vijfvoudig, maar wat betekent het in deze context? De Winkler Prins (1905) heeft als omschrijving: Quintuplet is de naam van een rijwiel voor vijf personen. Zo dus:

 17.29_wielrenners

Foto uit één van de albums van de Franse fotograaf Jules Beau (www.gallica.fr)

Komrij heeft er moeite mee: hij vertaalt 'les hommes de la quintuplette' correct als vijfkoppige ploeg, maar maakt van de quintuplette ‘vijfwieler’ als het over het rijwiel gaat. Het vijfvoud slaat echter niet op de wielen, maar op de renners. Het verhaal maakt dat ook duidelijk: tijdens de race springt eerst de band van het voorwiel en dan die van het achterwiel. Een mogelijke vertaling van quintuplette is 'vijfzitter', of, wat meer omslachtig, 'fiets voor vijf personen'. Het blijft een klus een woord te vinden dat voor de lezer van nu het juiste beeld oproept.

De vijfzitter haalt een snelheid van meer dan 300 kilometer per uur. Om zo hard te gaan heb je een zwaar verzet nodig. Jarry schrijft over 'développement de cinquante-sept mètre trente-quatre'; bedoeld wordt dat de vijfzitter met één omwenteling van de trappers 57,34 meter aflegt. Met een trapsnelheid van 100 omwentelingen per minuut kom je zo op 5,734 kilometer per minuut, ruim 300 kilometer per uur. Dat lukt met een (extreem zwaar) verzet van 220 tanden voor en 8 achter; ter vergelijking: een topsprinter in de Tour sprint met 55 voor en 11 achter – maar die haalt dan ook geen 300 kilometer. Komrij vertaalt met 'een versnelling van vierendertig op zevenenvijftig', en slaat de plank mis.

Eén van de renners zet er af en toe zo de sokken in dat er afgeremd moet worden om op schema te blijven. Dat gebeurt door 'contrepédaler': door tegen te trappen zoals op een doortrapper of fixie: een fiets zonder vrijloop. Komrij vertaalt met 'op de terugtraprem gaan staan'. Een terugtraprem op een vijfzitter die meer dan 300 kilometer rijdt? De rem zou subiet in rook opgaan.

Dan nog een stukje Franse wielergeschiedenis. In 1891 wordt de eerste wedstrijd Paris-Brest-Paris over 1200 kilometer gereden. De winnaar, Charles Terront, is meteen een Bekende Fransman. Onderweg sterft Terront duizend doden maar het publiek schreeuwt hem vooruit. Eén van de vijf renners heeft het moeilijk (nou ja, hij blijkt dood te zijn); Jarry schrijft: 'Nous l’encourageons d’injures amicales, du genre de celles que nos grand-pères adressaient à Terront dans le premier Paris-Brest "Va donc, eh, cochon!"': Wij moedigden hem aan met amicale beledigingen, zoals onze grootvaders die op Terront afvuurden in de eerste Paris-Brest: “Vlug een beetje, smeerlap!” Komrij vertaalt met: 'Wij moedigden hem aan met amicale beledigingen, zoals onze grootvaders die richtten tot sollicitanten richting Mokerhei: "Vlug een beetje, smeerlap!"'.

Het is begrijpelijk dat hij met Terront in zijn maag zat: wie kent in 1970 nog namen van wielrenners uit de negentiende eeuw? Maar op de gekozen oplossing is wel wat aan te merken: alle verband met wielrennen gaat zo verloren en 'sollicitanten richting Mokerhei’ vind ik vergezocht – volgens Van Dale moet het trouwens Mookerhei zijn.

De docente op het Winterwijks Lyceum waar Komrij op zat (aangehaald in De Parelduiker) had het scherp gezien: Komrij levert goede vertalingen, niet zozeer door zijn kennis van vreemde talen maar vooral door zijn uitmuntende beheersing van het Nederlands. De vertaling van Surmâle leest vlot, maar er zijn details die niet kloppen; ze illustreert dat voor het vertalen van termen uit een specifiek vakgebied specifieke kennis nodig is. En dan heb ik er niet eens naar gezocht, als je wat weet van het wielerwereldje rond 1900 rollen de ongerijmdheden er zo uit. Gelukkig hebben wij het in 2017 makkelijker dan Komrij in 1970: met een overvloed aan digitale kennisbronnen om details te checken.

 

Bibliografie
Aad Meinderts e.a. Literatuur met een doel. Schrijvers over voetbal. Amsterdam: Veen, 2000.

Alfred Jarry, Le surmâle. Paris: s.n., 1902.

Alfred Jarry, Superman: een moderne roman. Vertaald door Gerrit Komrij. Amsterdam: Meulenhoff, 1970.

Gerrit Komrij, Luchtspiegelingen. Amsterdam: De Bezige Bij, 2001.

Liliane Waanders, 'Gerrit Komrij had best in De Avondetappe willen aanschuiven', www.hanta.nl, 5-7-2013.

De Parelduiker, Jaargang 22, 2017, nummer 2/3.

Mart Smeets, Dagboek van een sportgek, Amsterdam: De Kring, 2012.

 

Jan Mulder studeerde geschiedenis en politicologie, schreef artikelen over o.a. de Filipijnen en wielrennen. In 2017 verschijnt zijn boek Major Taylor raast door Nederland, over de belevenissen van een zwarte Amerikaanse wielrenner aan het begin van de twintigste eeuw in ons land (met een hoofdstuk over Superman).