Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Literair vertaalster Cora Polet (1930–2016)

Een bescheiden spin in het literaire web

Petra Broomans & Eline Jongsma

Op een zonnige en warme augustusmiddag dit jaar zaten we samen met Cora Polet in het Vondelpark, nadat we haar hadden geïnterviewd over haar werk als literair vertaalster uit de Scandinavische talen en in het bijzonder uit het Zweeds. Terwijl we onder een parasol onze lunch aten, merkten we op dat we drie generaties representeerden: een gevestigde vertaler met een enorm vertaaloeuvre, een onderzoeker op het gebied van cultural transfer met vertaalervaring en een jonge vertaalster in opleiding die binnenkort haar eerste vertalingen zal publiceren. We spraken af contact te houden en haar onze publicaties over haar werk te sturen zodra die klaar waren, zodat zij haar kritische en kundige blik erover kon laten gaan. Het bericht van haar overlijden kwam begin november dan ook zeer onverwachts.

16.48_Cora Polet

Cora Polet (foto: Iván Torres Concha)

Sindsdien hebben we geprobeerd uit brokjes informatie een beeld te schetsen van Cora Polets carrière en leven. Vooral dat laatste bleek nog niet zo eenvoudig; er zijn interviews over haar loopbaan, er zijn kritische artikelen die ze schreef over de positie van de vertaler in Nederland en er zijn natuurlijk haar vertalingen, maar de vertaalster en haar leven zelf staan altijd in de schaduw van het werk. Ze duikt regelmatig op in de memoires van Sybren Polet, de schrijver met wie ze 65 jaar van haar leven doorbracht. Ook daar blijft ze echter op de achtergrond; ze wilde er zelf zo min mogelijk in figureren, maar trad wel op als redacteur. Het typeert haar houding ten opzichte van alle schrijvers met wie ze zich verbond: de schrijver – de schepper – kreeg een podium, zijzelf bleef meestal in de coulissen.

In een telefoongesprek voorafgaand aan het interview vertelde ze dat ze het maar druk had met al die mensen die op bezoek kwamen en alles wilden weten over haar echtgenoot, die een jaar eerder overleden was. Wij kwamen voor haar, maar tijdens het interview was hij in al haar verhalen aanwezig – het was duidelijk hoezeer ze haar levenspartner miste. Zo nu en dan lieten de woorden haar in de steek, en op een moment verzuchtte ze: ‘Mijn geheugen loopt weg. Sybren had nog veel meer kunnen vertellen.’ Ze vormden al zo lang een twee-eenheid, dat het haast was alsof er nu een fysiek deel van haarzelf ontbrak. Sybren Polet zal in dit in memoriam dan ook niet ontbreken.

Cora Polets beroepskeuze, zei ze achteraf, was een kwestie van puur toeval. Toen de Tweede Wereldoorlog voorbij was, vertrok ze samen met een vriendin naar Zweden en bleef een tijd in Stockholm wonen, waar ze bij een typemachinefabriek aan het werk kon. Op een feestje ontmoette ze haar toekomstige echtgenoot, die al vanaf jonge leeftijd omzwervingen had gemaakt en net als zij een baan had in een fabriek in Stockholm. Hij trok algauw bij haar in en niet lang daarna verlieten ze Zweden, dat ze als benauwend, koel en cultuurarm ervoeren. In Amsterdam woonde het stel nog bijna een decennium in bij de ouders van Cora voordat ze zich een eigen woning konden veroorloven – een bovenwoning aan het Vondelpark waar ze sindsdien bleven wonen. Cora studeerde in de avonduren Engels en werkte overdag op kantoor, totdat die baan haar niet meer beviel. Toen ze zich afvroeg wat haar volgende stap zou zijn, zo vertelde ze in het interview, was het Sybren die opperde dat ze de vertaling van Strindbergs Inferno van hem kon overnemen. Hij had zelf al een aantal teksten van de Zweedse toneelauteur vertaald, maar durfde proza niet goed aan. De uitgeverij ging akkoord, zolang de naam Polet maar afgedrukt kon worden. Daarom nam Cora, die geboren was als Cora Appel en sinds haar huwelijk de naam Minnema had gedragen, het pseudoniem van Sybren (geboren Sybe Minnema) aan.

Na die eerste Zweedse roman volgden er algauw meer, die ze net zo vaak in het buitenland vertaalde als in Amsterdam. Het stel maakte gemiddeld twee keer per jaar lange reizen en zag alle uithoeken van de wereld, die zoals Sybren het verwoordde toen nog ongerept en leeg was. Ondanks hun eerdere ambivalentie tegenover Zweden keerden ze er regelmatig terug, aanvankelijk vooral om te zorgen dat Cora Polet haar taalvaardigheid kon onderhouden, maar later ook vanwege de veranderende, uitgesproken linkse en levendige cultuur, die ze als een verademing ervoeren. Ook Gran Canaria was favoriet en fungeerde als vaste uitvalsbasis in de wintermaanden. Uit Sybrens memoires ontstaat het fragmentarische beeld van Cora als iemand met een vrijgevochten, zelfbewuste persoonlijkheid: op het Canarische eiland reed zij in de jaren vijftig als enige vrouw rond op een scooter, waarbij ze zich niets aantrok van alle afkeurende blikken die dat haar opleverde. Ook had het stel al ver voor de vrije jaren zeventig een open relatie en stond het gezamenlijke besluit geen kinderen te nemen al vast toen ze elkaar nog maar net kenden – beiden wilden ongebonden zijn en kunnen blijven werken.

Thuis in Amsterdam was Cora niet alleen literair muze – Sybren wijdde een dichtbundel aan haar, die haar in schrijverskringen de bijnaam Lady Godiva opleverde – maar ook drijvende kracht achter de schrijversacties van de jaren zestig; in het interview vertelde ze hoe ze na veel geklaag over weinig geld de simpele vraag stelde: ‘maar waarom doen jullie dan niets?’ Dat was de aanzet om tot actie over te gaan, met als resultaat de oprichting van het Fonds voor de Letteren, dat de belangen van auteurs en vertalers moest behartigen. De werkbeurzen en aanvullende honoraria die vanaf toen verstrekt werden boden zowel de schrijver als de literair vertaalster meer financiële zekerheid, maar de strijd was nog niet gestreden. Als secretaris van de vertalerswerkgroep van de Vereniging voor Letterkundigen leverde Cora Polet in de jaren zeventig en tachtig tien jaar lang een bij vlagen heftige strijd met de Nederlandse uitgevers voor een hoger literair vertalershonorarium. Aanvankelijk bestond dat honorarium uit vierhonderd gulden per vertaald boek, zo vertelde ze, onafhankelijk van het aantal woorden en moeilijkheidsgraad, en de komst van de werkbeurzen leek het er aanvankelijk alleen maar slechter op te maken. Uitgevers vonden dat vertalers die een werkbeurs kregen het ook wel zonder uitgevershonorarium konden stellen. Maar de vertalerswerkgroep hield voet bij stuk; in haar artikelen en lezingteksten uit die tijd schrijft Cora Polet dat het simpelweg niet te verantwoorden valt dat het intellectueel veeleisende beroep van literair vertaler, vergelijkbaar met dat van een wetenschappelijk onderzoeker of leraar aan het voortgezet onderwijs, minder oplevert dan het minimumloon voor ongeschoolde arbeid. Het leverde haar veel vijanden op, maar mede dankzij steun vanuit het literaire netwerk van de Polets kwamen er uiteindelijk een vast vertaaltarief en een standaardcontract.

Ondanks het feit dat ze een hartstochtelijk voorvechtster was van de zichtbaarheid en erkenning van de literair vertaler, was Cora van mening dat de vertaler een gepaste bescheidenheid hoort te betrachten in relatie tot de schrijver. Ze stelde vast dat vertalen een grotere stilistische vaardigheid vereist dan schrijven, aangezien de vertaler genoodzaakt is zich in alle mogelijke verschillende stijlen te bekwamen, maar was desondanks van mening dat die technische kunde niet opweegt tegen de scheppende prestatie van de schrijver. Zelf was ze zich bewust van de grenzen van haar kunnen en de beperkingen van haar vertalersidioom; als de stijl van een tekst daar te ver vandaan lag wees ze de vertaalopdracht af. Maar ook boeken die ze niet literair genoeg vond liet ze links liggen, zoals bijvoorbeeld het latere werk van Henning Mankell – niet alleen vanwege de kwaliteit van de romans; ook voor de schrijver zelf had ze geen goed woord over. Hij had haar, zo vertelde ze in het interview, op een boekenbeurs afgewimpeld met de woorden: ‘Ik heb je uitgever al gesproken. Goedendag.’ Dat liet Polet zich niet zomaar zeggen; ze beschouwde zichzelf dan wel als dienend, maar in geen geval als minderwaardig.

16.48_boek116.48_boek316.48_boek416.48_boek516.48_boek616.48_boek2 (1)

Een kleine selectie uit het vertaaloeuvre van Cora Polet

Met andere Zweedse schrijvers onderhield ze betere contacten. Zo reisde ze af naar Pajala in het uiterste noorden van Zweden om de geboortestreek van Mikael Niemi in zich op te nemen en ging ze regelmatig op bezoek bij haar favoriete auteur Per Olov Enquist. Daarnaast bleef ze jaarlijkse studiereizen maken naar Zweden. Toen ze het vertalen op den duur moe was, begon ze rond haar vijftigste een studie Scandinavistiek, waarvoor ze twee dagen per week in Groningen doorbracht en na het behalen van haar doctoraalexamen is ze weer begonnen met vertalen, wat ze tot op haar drieëntachtigste is blijven doen. Het getuigt van haar grote bevlogenheid en ongekende liefde voor literatuur, die heeft geresulteerd in een nalatenschap van meer dan tachtig vertalingen. Cora Polets oeuvre omspant, naast Enquist, Niemi en Mankell, onder meer werken van schrijversduo Sjöwall en Wahlöö, Lars Gustafsson, Peter Pohl, de Finlandzweedse Tove Jansson, de Noorse auteurs Knut Hamsun en Henrik Ibsen en de Deense filosoof Kierkegaard. Haar allerlaatste publicatie, het toneelstuk De Vader van Strindberg, zal binnenkort verschijnen. Daarmee is de cirkel rond.

Cora Polet was een unieke en vrijgevochten vertaalster en een standvastig voorvechtster van de literaire vertalers. Een bescheiden spin in het literaire web, die zich in dienst stelde van de schrijver maar door niemand over zich heen liet lopen.

 

Dit in memoriam is gebaseerd op een interview met Cora Polet te Amsterdam op 24 augustus 2016. Daarnaast hebben wij geput uit een aantal (veelal ongepubliceerde) artikelen en lezingteksten in ons bezit en uit de drie delen van Sybren Polets autobiografie (Polet, Sybren. 2004/2005. Een geschreven leven. Amsterdam: Wereldbibliotheek).

 

Petra Broomans is UHD bij Europese talen en culturen (Rijksuniversiteit Groningen) en gasthoogleraar aan de Universiteit Gent. Publiceerde o.a. over Scandinavische literatuur en cultural transfer. Chief editor van Studies on Cultural Transfer and Transmission (CTaT). In 2013 publiceerde ze samen met Ingeborg Kroon de vertaalbibliografie Zweedse en Zweedstalige Finse auteurs in Nederlandse vertaling 1491–2007. Werkt aan het opzetten van een Nederlands vertalerslexicon naar model van het Zweeds vertalerslexicon (www.oversattarlexikon.se)

Eline Jongsma (1991) studeerde Scandinavische talen en culturen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Momenteel volgt zij de onderzoeksmaster Literair Vertalen aan de Universiteit Utrecht, waar ze vertaalt uit het Zweeds en Engels. In juni 2016 ontving ze een door het Nederlands Letterenfonds gesubsidieerde Talentbeurs Literair Vertalen. Op dit moment werkt ze onder begeleiding van Bertie van der Meij en Janny Middelbeek-Oortgiessen aan een vertaling van Ninni Holmqvists verhalenbundel Biroller, die volgend jaar zal verschijnen bij uitgeverij Wilde Aardbeien.