Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Klein maar dapper

Eline Jongsma

Het is zomer in Nederland. Dertig graden – een paar dagen in ieder geval. Mijn hoofd werkt traag, niets lukt, alle ramen open, geen zuchtje wind. De bovenburen hebben het gezellig (te gezellig, we horen alles; mag dat raam dicht?). De achterburen hebben het minder gezellig. Zij schreeuwt luidkeels dat hij moet oprotten, haar huis uit, weg, nu, hij maakt haar gedempt uit voor alles wat mooi en lelijk is. We horen dingen vallen. En een kinderstemmetje dat huilt, maar niet wordt gehoord. Uiteindelijk wordt het stil. De dag erop begint het weer. Exact dezelfde woorden, dag in dag uit, ze verliezen hun betekenis maar winnen aan kracht. En dat stemmetje dat huilt, soms urenlang. Ik hoor niets anders meer. We hebben bureau Veilig Thuis gebeld, vorig jaar al. Ik bel opnieuw. Ze hebben ‘de verantwoordelijke instanties’ ingeschakeld, er was sprake van ‘interventies’, het ging al een tijd beter, echt waar, bedankt voor de melding, ze gaan de situatie opnieuw onderzoeken. Zou het helpen? Ik weet het niet, maar helemaal niets doen vind ik erger dan hopen op een klein verschil.

Op Facebook deelt een Duitse vriendin een campagneoproep voor een Zweeds prentenboekje over huiselijk geweld, Liten, geschreven en getekend door Stina Wirsén, in het Duits uitgebracht als Klein en vertaald door Susanne Dahmann.1 Het is gemaakt in opdracht van de Zweedse overheidsinstantie voor slachtofferhulp (Brottsoffermyndigheten), na publicatie in 2014 verspreid als voorleesmateriaal in het kader van een voorlichtingscampagne rondom kinderrechten en vrij verkrijgbaar via de bijbehorende website. Het is nog maar weinig vertaald en in Duitsland dreigt het sinds zijn verschijning bij de kleine uitgeverij Klett afgelopen mei te floppen. Wanneer ik de Zweedse versie lees, begrijp ik wel waarom. Het is hartverscheurend; het beschrijft precies wat ik elke dag op nog geen vijftig meter afstand hoor gebeuren. Liten (Kleintje) woont bij Ena (Ene) en Andra (Andere) en is vaak bang omdat er thuis zo veel ruzie is. Ena loopt weg en laat Liten achter met Andra, die verdrietig is, niet getroost wil worden en geen aandacht heeft voor Liten. Het kost Liten veel moed om uiteindelijk aan Fröken (Juf) te vertellen wat er gaande is. Fröken zorgt dat er hulp komt en vertelt Liten: jij bent klein, jij bent goed, niemand mag jou bang maken; de groten moeten voor hun kleintjes zorgen. Het is een zwaar verhaal, geen voor de hand liggende keuze om aan te schaffen als voorleesboek voor je kind, commercieel oninteressant voor buitenlandse uitgeverijen, kan ik me voorstellen.

Klein2

En toch: als ik het Nederlandstalige aanbod van vergelijkbare prentenboeken zo eens bekijk,2 lijkt het me – commercieel interessant of niet – een belangrijke en waardevolle aanvulling, in ieder geval voor scholen en hulpverlenende organisaties. De kracht van het boekje is dat het thema met lichtheid wordt gebracht, hoewel misschien wat simplistisch en optimistisch –de alles-komt-goed-moraal staat voor sommigen ver van de werkelijkheid, getuige de situatie bij mijn achterburen–,zonder dat er voorbij wordt gegaan aan de complexe gevoelens die er een rol bij spelen. (Voor de lezer die zich begint af te vragen wanneer dit stukje nu eindelijk eens vertaaltechnisch relevant wordt; nog heel even geduld). Wirséns tekeningen zijn verrassend emotioneel gelaagd en subtiel; neem bijvoorbeeld Fröken, die zich duidelijk zorgen maakt om Liten, maar haar handen (letterlijk) vol heeft aan haar andere kleintjes, of het huiselijk geweld dat niet in beeld wordt gebracht, maar overduidelijk aanwezig is. Daarnaast zijn de personages, hoewel zeer karaktervol, tegelijkertijd bijzonder universeel. Een Noorse criticus omschrijft ze als ‘een kruising tussen knuffelbeesten en amoebes’3; de emoties zijn menselijk, maar de gekozen vormgeving en eigennamen drukken uit: dit kan letterlijk iedereen zijn, in alle bevolkingsgroepen, in alle landen. Gespeend van enig cultuurspecifiek element ook, niks Zweeds aan eigenlijk. Of toch wel?

Ik lees de Duitse vertaling. Er is iets veranderd. Het gaat om een tekstkenmerk dat me bij het lezen van de brontekst haast ontgaan is, omdat het zo onnadrukkelijk aanwezig is: Liten is bijna volledig genderneutraal. Wirsén herhaalt de eigennamen, in plaats van persoonlijke voornaamwoorden te gebruiken. Fröken (Juf), toch al duidelijk vrouwelijk, wordt wel aangeduid als ‘hon’ (zij), maar Litens gezin kan in feite door elke mogelijke combinatie van drie personen gevormd worden. Een bewuste keuze? Ongetwijfeld. Wirsén zet zich in meer van haar prentenboeken in voor gelijkheid, saamhorigheid en emancipatie, niet altijd met evenveel succes, getuige de eerdere mediahetze rondom haar personage Lilla Hjärtat, waarmee ze naar eigen zeggen het ‘blackface’- stereotype wilde ontkrachten, maar dat werd ontvangen als een bevestiging van de racistische beeldtraditie.4 Ze is niet de eerste die de Zweedse genderkaders talig doorbreekt; zo werd al in de jaren ’60 het genderoverstijgende persoonlijk voornaamwoord ‘hen’ geïntroduceerd, dat in 2012 voor het eerst in een prentenboek werd gebruikt5 en sindsdien in toenemende mate in de Zweedse media wordt gebezigd. Ondanks het heersende ideaalbeeld van de Zweedse samenleving als ultiem emancipatoir is gendergelijkheid in taal en samenleving echter – ‘hen’, genderneutrale kinderdagverblijven en gedeeld ouderschapsverlof ten spijt – nauwelijks typisch Zweeds te noemen.6

16.32 Gender -361x 275

In Liten komt ‘hen’ geen enkele keer voor, maar Dahman is blijkbaar toch in de problemen gekomen, vanwege het feit dat het Zweedse bezittelijk voornaamwoord in de lijdend voorwerpvorm (hier alleen de derde persoonsvariant ‘sin’) niet geslachtsgebonden is. Dahmann is gezwicht voor de keuzedwang in het Duits en gebruikt de mannelijke variant ‘sein’, zodat Klein en Groß (respectievelijk Liten en Ena) een duidelijke genderclassificatie krijgen. Begrijpelijk, maar ik denk dat het probleem ook omzeild had kunnen worden, bijvoorbeeld door het gebruik van syntactische constructies zonder bezittelijke voornaamwoorden. 

 Je kunt je natuurlijk afvragen: is dat nu zo belangrijk, die dubbele politieke agenda? Komen de identificatiemogelijkheden van het kleine doelpubliek in het geding wanneer Klein een jongetje is? Misschien niet, en het feit dat het boekje überhaupt is vertaald en uitgegeven is inderdaad van groter belang. Toch vind ik het een gemiste kans. Omdat alle beetjes helpen om de taal van iedereen te maken, niet alleen onder groten, ook onder kleintjes.

Een paar weken later lees ik een update van uitgeverij Klett op Facebook: sinds de campagneoproep in juni meer dan zevenduizend keer gedeeld werd, was Klein in recordtempo uitverkocht en moest er met spoed bijgedrukt worden. Mensen die het hadden gelezen toonden zich geraakt en vonden dat het verhaal gehoord moest worden, door hun eigen en andere kinderen. Eind juli begint de uitgeverij zo langzamerhand duizelig te worden van de verkoopcijfers. Ik hoop dat dit een duwtje in de rug mag zijn voor een van de Nederlandstalige uitgevers om het ook aan te durven. Voor alle kleintjes hier. Misschien maakt het een verschil.

 

Noten
1 Wirsén, Stina. 2015. Liten. Stockholm: Bonnier Carlsen. Dahmann, Susanna (vert.). 2016. Klein. Door Stina Wirsén. Leipzig: Klett Kinderbuch. (een leesvoorbeeld is hier te vinden). Zie voor de ontwikkeling rondom de oproep ook de facebookpagina van Klett.
2 Het meest recente boek over huiselijk geweld is Kamil de kameleon van Daniëlle Steggink uit 2002, over kameleon Kamil en zijn vader en moeder. Het werd gebruikt in een therapieprogramma van het Ministerie van Volksgezondheid.
3 http://www.barnebokkritikk.no/liten-men-ikke-alene/#.V6CmjyOLT6c
4 Een overzicht van het debat is te vinden op http://www.dn.se/stories/stories-kultur/lilla-hjartat-och-rasismen/
5 Lundqvist, Jesper. 2012. Kivi och monsterhund. Linköping: Olika Förlag.
6 Wojahn, Daniel. 2015. Språkaktivism. Diskussioner om feministiska språkförändringar i Sverige från 1960-talet till 2015. Uppsala Universitet. Wojahn geeft in dit proefschrift een uitgebreide analyse van het discours en de ontwikkelingen rondom taalveranderingen en gender. Hij concludeert dat het Zweedse taalsysteem nog steeds bol staat van de gendernormeringen (hoewel veel Zweden overtuigd zijn van het tegendeel) en dat met name de officiële taaladviezen blijk geven van een naïef beeld van de samenhang tussen taal en sociale context en de androcentrische, gendercategoriserende norm niet als problematisch, maar juist als neutrale voorkeursvorm presenteren.
 

Eline Jongsma (1991) volgde de bachelor Scandinavische talen en culturen aan de Rijksuniversiteit Groningen en rondde deze cum laude af. Momenteel volgt zij de onderzoeksmaster Literair Vertalen aan de Universiteit Utrecht, waar ze vertaalt uit het Zweeds en Engels. Op dit moment werkt ze onder begeleiding van Bertie van der Meij aan een vertaling van Ninni Holmqvists verhalenbundel Biroller, die volgend jaar zal verschijnen bij uitgeverij Wilde Aardbeien.