Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Hoe commissaris Baantjer in een gedicht van Alexandr Kabanov terechtkwam

Thomas Langerak

Op 1 oktober 2015 ging Thomas Langerak met emeritaat. Onderstaande tekst is een bewerking van de afscheidsrede die hij in maart 2016 hield op een door collega’s georganiseerde feestelijke bijeenkomst. Hij haalde er herinneringen op aan zijn tijd aan de UGent en aan de UvA. Daarna gaf hij deze korte analyse van een gedicht van Alexandr Kabanov.

 

In Gent heb ik met de studenten veel poëzie gelezen en geanalyseerd en ik merkte dat er ieder jaar wel een paar echte poëzieliefhebbers in de groep zaten. Dat bracht mij ertoe om het Gents Collectief van Poëzievertalers op te richten. We zijn nu vijftien jaar verder en we komen nog steeds tweemaal per maand samen; we hebben inmiddels ruim honderd gedichten vertaald.

Een van de collectief vertaalde gedichten – van de Oekraïense, Russischtalige dichter Alexandr Kabanov –   presenteer ik in deze column, het gedicht met de intrigerende eerste regel ‘Nepokornye kosmy dozjdja, zapletjonnye kak <…>’ / ‘De weerspannige slierten van regen als dreadlocks verknoopt <…>’

16.26_Kabanov

 Alexandr Kabanov

Wie is Alexandr Kabanov? Een Oekraïner, geboren in de stad Cherson in het zuiden van Oekraïne, daar waar de Dnepr in de Zwarte Zee stroomt. Hij studeerde journalistiek in Kiev, waar hij na zijn afstuderen is blijven wonen. Hij is niet alleen bekend als dichter, maar ook als hoofdredacteur van het tijdschrift Sjo – tijdschrift van het culturele verzet. Verzet tegen de Oekraïense nationalisten die vinden dat alle Oekraïners in het Oekraïens moeten schrijven. Dit culturele tijdschrift bevat bijdragen zowel in het Russisch, als in het Oekraïens.

Kabanovs poëzie is erg raadselachtig: hij begint zijn gedichten vaak met verschillende thema’s tegelijk, maar als je aandachtig leest zie je die thema’s in volgende strofen weer terugkomen. Een veelvoorkomend thema van zijn poëzie is de omkering: wat hoog is wordt diep en vice versa. Zo is er een gedicht dat begint met de regels: ‘Wolken onder de grond – dat zijn wortels van struiken en bomen / Een acacia-stapelwolk, sluierwolk-myrobalaan, / in de donderwolk-sleedoorn zit Valse Dimitri verscholen <…>’ 1 In het gedicht dat ik hier bespreek speelt de tegenstelling hoog-laag een belangrijke rol, het eindigt met een onverwachte omkering.

Ik geef nu telkens eerst de Russische tekst in Nederlandse transcriptie. Op de vet gedrukte klinkers valt het woordaccent. Voor degenen die geen Russisch kennen heb ik een zo letterlijk mogelijke vertaling gemaakt.

Strofe 1

Nepokornye kosmy dozjdja, zapletjonnye kak
rastamanskie dredy, i sorvana krysjka s boelvara,
ty prozratsjna, ty vsja, boedto rimskaja soetsjka, v soskach,
na promoksjej foetbolke groestit o tebe Tsje Gevara.

De weerspannige slierten van regen zijn gevlochten als rasta-dreads,
een putdeksel is van de straat losgeslagen,
je bent doorzichtig, je zit vol tepels net als de Romeinse wolvin,
op je doornatte T-shirt kijkt verdrietig om jou Che Guevara.

Wat zien we? Een stad, een stortregen is losgebarsten, de striemen van de regen lijken op dreadlocks, de hevige regen heeft een putdeksel opgetild. In de tweede helft van de strofe richt de ik zich tot de jij: haar T-shirt is doornat geworden en daardoor zijn haar tepels te zien: ze lijkt wel op de Romeinse wolvin die de legendarische stichters van de stad Rome met haar tepels heeft gezoogd. Op haar T‑shirt staat een afbeelding van Che Guevara, de Zuid-Amerikaanse revolutionair wiens portret op vele T-shirts is afgebeeld. Dreadlocks, een Che Guevara T-shirt – het zijn allemaal motieven uit de jongerencultuur van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Wet T-shirts kun bij honderden op YouTube vinden, er worden zelfs wedstrijden georganiseerd welke vrouw de meest sexy wet-look heeft. De strofe sluit met de opmerking dat Che Guevara treurt om het meisje.

16.26_Che _guevara _tshirt2

Strofe 2

Ne groesti, komandante, jesjtsjo Aligieri v dymoe,
kroeg za kroegom spoeskaetsja na karoeselnyx olenjach,
ja tebja obnimoe, potomoe sjto jejo obnimoe,
i pochozja ljoebov na protjortye dzjinsy v kolenach.

Niet getreurd, commandante, Alighieri zit nog in de rook,
kring na kring daalt hij af op een hert in de molen gezeten,
ik omhels jou, omdat ik haar omhels,
onze liefde lijkt op jeans aan de knieën versleten.

In de tweede strofe wordt Che Guevara toegesproken: hij hoeft niet te treuren want hij hoeft niet af te dalen naar de hel, zoals Dante Alighieri. Dante rijmt op commandante en hoewel die naam niet wordt genoemd, hoor je meteen Dante meeklinken. In de vertaling hebben we ervoor gekozen om de naam Dante wel te noemen omdat we op die manier driemaal de klanken ant(e) konden laten horen: ‘Niet getreurd, commandante, want Dante <…>’ Het beeld van Dante is origineel: in de Divina commedia wordt de hel voorgesteld als een soort trechter met kringen – iedere kring van de hel toont andere beproevingen. Het afdalen van die kringen vergelijkt Kabanov met het rijden in een carrousel. Het hoge wordt zo met het lage, het gewone verbonden. Om Che Guevara nog eens te troosten omhelst hij zijn vriendin en daarmee de Che Guevara op haar T-shirt. De laatste regel van de tweede strofe brengt ons weer naar de jeugdcultuur: jeans die op de knieën zijn versleten, maar toch nog worden gedragen om te laten zien dat je helemaal niet bij de nette volwassenenwereld behoort.

Strofe 3

Vspominaetsja Krym, soechpokovyj priprjatannyj strach,
sobirali kizil i vsjo vremja moltsjali o tsjom-to,
golysjom zagorali na pljazje v pesotsjnych tsjasach
okroezjonnye morem i ptitsjim steklom gorizonta.

Ik denk terug aan de Krim, aan rantsoenen van stiekeme angst,
we verzamelden kornoeljebessen en zwegen de gehele tijd over iets,
in een zandloper bruinden we naakt op het strand,
rondom ons lag de zee en het vogelglas van de horizon.

De derde strofe is de rustigste van de vier. Hij begint met een nieuwe setting: de Krim met zijn zandstranden. De jongen en het meisje liggen naakt te zonnen in een ronde, trechtervormige kuil die aan een zandloper doet denken. Er zijn hier enige interpretatieproblemen; in het Russisch staat: ‘in een zandloper’ – zou je dat letterlijk moeten nemen? Ook is er sprake van ‘het vogelglas van de horizon.’ Gelukkig zijn Russische dichters meestal bereid om commentaar te geven op hun gedichten. Zo ook Kabanov. Zijn uitleg: de jij en ik zitten als het ware opgesloten in een zandloper van gigantische omvang, het glas van de zandloper begrenst de ruimte waar zij zich bevinden, vogels botsen ertegenaan.

16.26_Sandro _Botticelli _-_La _Carte _de _l 'Enfer

Botticelli, Kaart van de hel (ca. 1485)

De ik en de jij zijn angstig – doen ze iets dat niet mag? Verboden liefde? Voelen ze de nabijheid van de hel? De lezer moet het zelf maar bedenken. De vertalers ook. We hebben de strofe wat minder raadselachtig gemaakt en ook wat mooier: ‘in de schoot van een zandloper bruinden we naakt op het strand, / rondom ons lag de zee en het breekbare glas van de einder.’

Strofe 4

I pod nami pesok sjevelilsja, i vniz oechodja,
oestilal bytie na droegoj storone mirozdanja:
tam skripit karoesel, i pylajoet tsjasy iz dozjdja,
ja sloezjoe v loena-parke tvoim komissarom katan’ja

En het zand onder ons bewoog op zijn weg naar omlaag,
het bedekte het zijn aan de andere kant van het heelal,
waar een draaimolen kraakt, waar een uurwerk van regen ontvlamt,
in dit pretpark dien ik als jouw commissaris van het draaiwerk.

Na de rust van strofe drie een plotselinge wending: het zand waarop het koppel lag te zonnen begint naar beneden te stromen, als het zand in een zandloper. Ze komen terecht aan de andere kant van het heelal. En ook daar is een pretpark met een carrousel, maar niet een waarin je kunt afdalen in de hel. En de ik werkt er als ‘commissaris van het draaiwerk’ die voor de jij de speeltoestellen draaiende houdt. Kortom, het leven aan gene zijde van de kosmos is niet zoveel anders, zij het dat het leven er vol tegenstrijdigheden zit: in plaats van een zandloper is er nu een wateruurwerk, maar wel een dat ‘ontvlamt’. En de ik dient de jij als ‘komissar katan’ja’. Die woordcombinatie heeft ons veel hoofdbrekens gekost. In het Russisch is een komissar een hoge ambtenaar bij de politie of in het leger. Met draaimolens of achtbanen heeft een komissar niets van doen. Maar ineens ontdekte een van de vertalers in katanja de naam Cattani. En toen werd het duidelijk: Kabanov maakt hier een toespeling op commissaris Cattani uit de Italiaanse televisieserie ‘La Piovra’ (De octopus) over de strijd van commissaris Corrado Cattani tegen de maffia. Omdat die verwijzing naar de Italiaanse televisieserie toch niet zou werken in een Nederlandse vertaling, hebben wij hem Baantjer gedoopt, naar de Amsterdamse politieman en schrijver van politieromans, bekend van een televisieserie. Die naam is bekend in het Nederlands taalgebied en verwijst bovendien naar glijbanen en achtbanen.

Zo zijn we aan het eind van de analyse gekomen en laat ik de lezer alleen met de vormgetrouwe vertaling van Kabanovs gedicht: vier kwatrijnen met gekruist rijm in de trage cadans van vijfvoetige anapesten.2

De weerspannige slierten van regen als dreadlocks verknoopt,
een hardnekkige wind heeft een deksel van straat losgeslagen,
en je lijkt de Romeinse wolvin, al je tepels zijn bloot,
op je doornatte shirt kijkt verdrietig om jou Che Guevara.

Niet getreurd, commandante, want Dante loopt nog in de rook,
kring na kring daalt hij af op een paard in de molen gezeten,
en door haar in mijn armen te sluiten, omhels ik jou ook,
onze liefde lijkt sprekend op jeans aan de knieën versleten.

Ik denk terug aan de Krim, aan rantsoenen van stiekeme angst,
we verzamelden bessen en eigenlijk zeiden we weinig,
in de schoot van een zandloper bruinden we naakt op het strand,
rondom ons lag de zee en het breekbare glas van de einder.

En het zand onder ons stroomde voort, op zijn weg naar omlaag,
het bedekte het zijn aan de andere kant van de kosmos,
waar een uurwerk van regen ontvlamt, waar een draaimolen kraakt,
in dit pretpark dien ik als jouw Baantjer die alles weer oplost.

 

Noten

1 Vertaling in Tortuca. Literatuur en beeldende kunst, 34, 2014, p. 64.

2 Gepubliceerd in Kunsttijdschrift Vlaanderen, 351, dec. 2014, p. 45.

 

Thomas Langerak studeerde Slavische taal- en letterkunde aan de universiteiten van Amsterdam en Moskou. Van 1979 tot 2000 doceerde hij Russische literatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde op een proefschrift over de schrijver Andrej Platonov. Van 2000 tot 2015 was hij verbonden aan de Vakgroep Slavistiek en Oost-Europakunde van de Universiteit Gent.  Voor Filter schreef hij in 2011 de mooie vertaalkritiek van Tijger op straat. Russische gedichten voor kinderen 1923–1941, vertaald door Robbert-Jan Henkes.