Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

De zeventiende-eeuwse Duitse Widmann-Floh

Isabelle Bambust

Samen met de zangers van de zangklas zou ik op 13 maart 2016 in het Belgische Melle (nabij Gent) deelnemen aan een vocaal concert voor kleuters rond dieren. Mevrouw Ann De Prest, die ons de prachtige wereld der klank laat ontdekken, overhandigde mij het Duitstalige liedje ‘Der Floh’ van Erasmus Widmann (1572–1634) – laatstgenoemde is zowel de componist als de tekstdichter van die vlo – met de vraag of ik het voor het zangensemble in het Nederlands kon vertalen. Ik doe niets liever, dus ik zei volmondig ‘ja!’ met de enige wetenschap dat het Duitse liedje over een vlo ging.

16.14_Widmann
Erasmus Widmann

Hieronder de tekst van het strofische lied ‘Der Floh’ afkomstig uit de liederenbundel Musicalisch Kurtzweil (1611):

1.
Es ist ein Tierlein auf der Welt,
Hält sich gar gern zu’n Weiben.
Wiewohl es ihnen nicht gefällt, 
Kann’s doch kein Mensch vertreiben.
Es beißt und sticht, es hilft auch nicht, 
Wenn man sich fest tut reiben.
Es ist ein Floh, dess’ sein nicht froh
Die jung und alten Weiben.


Refrain
Ein Floh, ein Floh, ein Floh, ein Floh, ein Floh, ein Floh, ein Floh, ein Floh
der beißt und sticht, der beißt und sticht, 
Er zwickt und pickt, er zwickt und pickt, 
Er stupst und hupft, er stupst und hupft, 
Er kreucht und weicht, er kreucht und weicht, 
Er kitzelt und bitzelt, er kitzelt und bitzelt, 
Er krabbelt und zappelt, er krabbelt und zappelt:
Die Maidlein und die Weiblein nicht sicher vor ihm bleiben.

2.
Die Weiber haben große Pein 
Von Flöhen über d’Maßen.
Bei ihnen findt man groß und klein, 
Kein Ruh’ sie ihnen lassen.
Im Hemd und Kleid tun’s ihnen leid, 
Im Haus und auf der Gassen,
Im Pelz und Rock sind manches Schock
Und plagen’s auf der Straßen.

3.
Wenn d’Weiber in die Kirche gehn
Oder zur Gastung wöllen,
So tun sie erst am Fenster stehn 
Und fangen manchen Gsellen.
Mit großem Fleiß auf manche Weis’ 
Den Flöhen sie nachstellen,
Und wenn sie’s dann erhaschet han, 
So tun sie’s weidlich knellen.

Dit is mijn voorstel tot vertaling. ‘De vlo’ ziet er bij mij in het Nederlands als volgt uit:

1.
Dat kleine beestje wil dat ’t slaagt, 
Het houdt zo van de vrouwen.
’t Is iets wat vrouwen niet behaagt, 
Geen mens kan het vertrouwen.
Het steekt en bijt, ’t is geen profijt, 
Als men zich goed laat klauwen.
Het is een vlo, ze zijn niet vro 
Die jong’ en oude vrouwen.


Refrein
Een vlo, een vlo, een vlo, een vlo, een vlo, een vlo, een vlo, een vlo
die steekt en bijt, die steekt en bijt, 
Ze prikt en knijpt, ze prikt en knijpt, 
Ze duwt en hupt, ze duwt en hupt, 
Ze kruipt en grijnst, ze kruipt en grijnst, 
Ze kietelt en wriemelt, ze kietelt en wriemelt, 
Ze krabbelt en scharrelt, ze krabbelt en scharrelt:
Die juffers en die vrouwkens willen haar niet houden.

2.
De vrouwen hebben erge pijn 
door vlooien zonder mate.
Er zijn er grote en ook klein, 
Die hen de rust niet laten.
In hemd en kleed geven ze leed, 
In huis en in de stegen,
In bont en rok is veel geschok 
En plagen zij op wegen.

3.
Als d'meisjes dan ter kerke gaan 
Of naar de herberg willen,
Dan gaan ze eerst aan ’t venster staan 
En vangen hun gezellen.
Met grote vlijt en veel laweit 
Die vlooien iets vertellen,
En als zij dan hun prooi bezien, 
Gaan zij van harte knellen.

Mmm… Ik vind vertalen ronduit zalig om te doen. Maar wat een opgave! Ik buig zo diep voor u, literaire vertalers!

In deze vertaling komen zo veel werelden samen die soms met elkaar in spanning treden. Uiteraard ontmoette ik allereerst de wereld van de vertaling uit de ene natuurlijke taal – het Duits – in de andere natuurlijke taal – het Nederlands. Ook met het hele luik van de taalstijl-vertaling kom ik in aanraking: er ligt tenslotte heel wat ‘taal’ tussen de zeventiende eeuw en vandaag... Dan die wereld die al heel lang bij mij is, met name de wereld van de vertaling van rijm in rijm. Verder is er nog het domein van de vertaling van publiek (zij die rode oortjes mogen krijgen) naar publiek (kleuters die zich van rode oortjes nog niet bewust zijn). En tot slot een andere niet te miskennen wereld: die van de vertaling op muziek, want dat is immers waar het ons om te doen is: zingen!

Het lied is van de eerste tot de laatste toon beladen met een erotische ondertoon. Het erotische vlo-beeld is bekend, in het bijzonder in de vlo-literatuur. Die dubbele bodem is op zich geen probleem, juist omdat hij dubbel is… De kleuters zullen horen wat zij horen. En het volwassen publiek ook. Alleen is de vlo – der Floh – in het Duits mannelijk en in het Nederlands vrouwelijk. Het had geen zin om tot de schaamluis over te gaan, want die blijft even vrouwelijk. Ik kon ook niet direct een ander gelijkaardig Nederlandstalig mannelijk insectje verzinnen. Daar waar de tekst alludeert op een intieme band tussen vlo en vrouw, heeft dit contact in de Nederlandse vertaling dus een lesbisch karakter.

Voor het vers ‘In bont en rok is veel geschok’ had ik eerst ‘Bont en rokken doen ze schokken’, maar die laatste zin klopte niet met de muzikale maat. De maatsoort komt daar overeen met drie vierde noten. De zware tel ligt telkens op de eerste van die drie noten. Dit had dan betekend dat de accentloze lettergreep ‘-ken’ van ‘rokken’ op de zware tel moest vallen. Daarentegen wordt het eenlettergrepig woord ‘rok’ van het uiteindelijke vers wel beklemtoond, en past het dus perfect in die ‘walsmaat’.

Om ‘vertreiben’ te vertalen, zou ik voor een niet-kleutervertaling het charmante Nederlandse woord 'verdouwen' gebruiken. Dat is een veel adequatere vertaling. Speciaal voor de kleuters heb ik er toch maar ‘vertrouwen’ van gemaakt.

De tekstdichter legt zich een zwaar rijmharnas op, maar hij moet her en der toch wat rijm prijsgeven. In de eerste strofe komen vier rijmwoorden op ‘-eiben’ voor, maar er staat wel twee keer ‘Weiben’ bij. In de tweede strofe lezen we vier perfecte rijmwoorden met de uitgang
‘-assen’. Maar in de derde strofe zijn er drie rijmwoorden op ‘-ellen’, met het vierde woord ‘wöllen’ als vreemde eend in de bijt… Zou het ethisch correct zijn dat u, lieve lezer, lieve (literaire) vertaler, de oorspronkelijke tekstdichter in het rijm zou overtreffen en een nog elegantere oplossing zou aanreiken voor die ‘Weiben’ en voor die ‘wöllen’?...

Hoe graag had ik vandaag eens met de tekstdichter Erasmus Widmann over dit alles kunnen praten! – al ben ik natuurlijk even tevreden met uw commentaren…

 

Isabelle Bambust (Isabelle.Bambust@UGent.be) verricht sinds 2012 onderzoek aan de Universiteit Gent rond de taalbescherming inzake de grensoverschrijdende mededeling van gerechtelijke documenten.