Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Asterix en de vertalers

Onno Kosters

Zo’n 35 jaar geleden raakte ik in de ban van Asterix en Obelix. Van heel Asterix en Obelix? Jazeker, maar van één album in het bijzonder: Asterix en de Britten (Franse uitgave: 1966). Dat boek maakte op mij de meeste indruk, op de voet gevolgd door Asterix en Cleopatra en Het eerste legioen. Meest krankzinnige karakter in dat laatste album: de Egyptenaar Tennis, die in hiërogliefen spreekt. De oorspronkelijke capriolen die Goscinny en Uderzo Tennis lieten uithalen zullen de Nederlandse vertaler(s) nauwelijks hoofdbrekens hebben gekost: de vertaling was (is) geheel en al die van tekenaar Uderzo.1

Kostertennis

Even voorstellen…
De vertaalproblemen zullen in Asterix en de Britten legio zijn geweest. In het Franse origineel komen alle clichés over de verfoeide Keltische ‘neven’ van de overkant van het Kanaal aan bod: stiff upper lip (‘Ik ben ook aangenaam verrast, oud fruit’, NL2),2 understatements (‘[Mijn bootje] is kleiner dan de tuin van mijn oom… maar veel groter dan de helm van mijn neef!’, NL1),3 het weer (‘Mist het vaak zo erg bij jullie?’ ‘Mijn goedheid, nee. Alleen als het niet regent’, NL2), warm water met een wolkje melk,4 lauw bier, everzwijn in muntsaus… Obelix’ reguliere observatie ‘Rare jongens, die Romeinen’ wordt hier dan ook afgewisseld met een groot aantal ‘Rare jongens, die Britten.’ Meest hilarisch is misschien echter vooral de manier waarop de Engels taal, van grammaticale structuur tot idiomatische uitdrukkingen, een plaats krijgt. Al op de tweede pagina van het verhaal wordt het eigenaardige taalgebruik van de Britten gethematiseerd:

De Britten hadden veel gemeen met de Galliërs. Velen van hen waren zelfs nakomelingen van Gallische stammen die zich in Britannia hadden gevestigd. Zij spraken ook dezelfde taal, maar de Britten hadden een heel bijzondere manier om zich uit te drukken.

Die tekst begeleidt een plaatje waarin twee Britse krijgers Caesars enorme vloot de krijtrotsen van Dover zien naderen: ‘Mijn goedheid: nogal indrukwekkend,’ zegt de een. ‘Dat is het, is ’t niet?’ reageert de ander.

Sprak Tennis in plaatjes, de Engelse vrienden en verwanten van de twee Gallische helden bezigen een zó letterlijk verengelst Frans (in de Nederlandse vertaling uiteraard: verengelst Nederlands), dat vooral Obelix moeite heeft zijn Britse broeders niet te pas en vooral te onpas al te letterlijk te nemen:

KosterhandenNL1

Ik heb me lang afgevraagd of Asterix en de Britten ook in het Engels zo leuk zou zijn: hoe zou een Engelse vertaler zijn eigen taal zodanig kunnen verengelsen, dat het effect op dezelfde manier op de Engelse lachspieren werkt als het verengelste Nederlands op de Nederlandse? En als het verengelste Frans op de Franse, moeten we aannemen, en als het verengelste Duits – afijn, het moge duidelijk zijn: ik had moeite me voor te stellen dat Asterix en de Britten ook in het Engels zou ‘werken’.

Hipipoerax?
Ik gebruikte hierboven al zowel de eerste Nederlandse versie (NL1) van Asterix en de Britten, als de herziene versie uit 2002 (NL2), getiteld Asterix bij de Britten. NL2 is onderdeel van de nieuwe reeks vertalingen van de Asterix-serie, verschenen vanaf 2002. Ze zorgden voor veel ophef onder Asterix-liefhebbers. Belangrijkste stenen des aanstoots waren de keuzes van vertaler Frits van der Heide om namen van belangrijke karakters en van de Romeinse legerkampen die het dorp van Asterix en zijn vrienden omringen te vertalen. Zo werd chef Abraracourcix Heroïx (Engels: Vitalstatistix), bard Assurancetourix Kakofonix (Engels: Cacofonix), legerkamp Petibonum Grootmocum en legerkamp Babaorum Adfundum.5 Zijn de eerste twee keuzes nog te billijken (als ze in NL1ook al zo hadden geheten, waren er wellicht weinigen over gestruikeld), al te naturaliserende flauwiteiten als Grootmocum en Adfundum doen mijn liefhebbershart bloeden.6 In het geval van Asterix bij de Britten heeft Van der Heide nog een aantal ingrepen op de namen gepleegd, met een aantal waarvan ik slechts onder een Obelixiaans ‘Grmbl, grmbl’ kan instemmen. Het stamhoofd van de Britten uit het dorpje in Cantum (Kent) dat zo dapper weerstand biedt aan de Romeinen (BT: ‘Zebigbos’) heet in NL1 ‘Zebigbos’, maar in NL2 ‘Debikbos’. NL1 neemt op z’n Allo ’Allo’s hier ook mooi de Franse uitspraak van het Engels mee, waarmee voor de Nederlandse lezer twee vliegen in een klap worden geslagen. In NL2 is er nog slechts sprake van één vlieg. Neef Notax (NL1; Frans: Jolitorax) wordt Flegmatix (NL2; Grmbl, grmbl; Engels: Anticlimax!), de Welshman O’Slempix (NL1; Frans: O’Torinolaringologix!; Engels: Overoptimistix) blijft in NL2 O’Slempix, maar de Schot MacCeltix (NL1; Frans Mac Anotérapix; Engels McAnix) wordt MacAdemix (NL2). Grmbl, grmbl.

Waarom praat jij zo raar?
De Nederlandse vertalers van zowel NL1 als NL2 hebben ervoor gekozen het ‘Engels’ in Asterix en de Britten zo veel mogelijk analoog aan de grammaticale structuur van het Engels te laten verlopen en idiomatische uitdrukkingen letterlijk te volgen. Obelix’ vraag aan Notax, ‘Waarom praat jij zo raar?’, wordt door laatstgenoemde dan ook gepareerd met een verbaasd ‘Ik vraag uw pardon!?’ (NL1; Frans: ‘Je demande votre pardon?’; NL2: ‘Ik vraag uw pardon?’ – zonder uitroepteken). En als Asterix en Obelix toestemming hebben gekregen om Notax met een ton toverdrank naar Engeland te escorteren en Obelix juicht ‘Lekker rellen met Romeinen… rotzooien met Romeinen… Tralala!’, schudt Notax Asterix de hand met de woorden ‘Wat ’n geluk, is het niet?’ (NL1). Het Frans heeft hier: ‘Je dis! Ça c’est un morceau de chance!’, het Engels (in dit geval tamelijk vlak vertaald): ‘Oh, I say, what a bit of luck!’

Wanneer Asterix, Obelix en Notax het ‘na 2000 jaar zorg en toewijding redelijk acceptabele’ gazon van een trotse Brit hebben geruïneerd, reageert deze met droge verontwaardiging: ‘Dit is schokkend!’ (NL1) (BT: ‘Je dis! Ceci c’est choquant!’; Engels: ‘Oh I say! That’s a bit off!’). Hier is het relevant om naar NL2 te kijken: overal waar de brontekst ‘Je dis’ heeft, vertaalt NL2 ‘Ik zeg’: ‘Ik zeg. Hoe schokkend.’ Wanneer we ook het eerder opgemerkte weglaten van het uitroepteken in overweging nemen en daarnaast de hele NL2 -tekst op de weergave van die typisch Britse flegmatiek doornemen, blijkt dat in NL2 die karaktertrek beter uit de verf komt. (Bovendien heeft BT in het laatste voorbeeld i.t.t. NL2 wél een uitroepteken. NL2 lijkt de brontekst in dit geval dan ook te verbeteren, of althans aan te scherpen.)

Het moge duidelijk zijn dat het komische effect in zowel de brontekst als in NL1en NL2 onder meer wordt bereikt door het letterlijk volgen van de grammaticale structuur van de BT in de DT. Meer dan NL1houdt NL2 zich aan een letterlijke overzetting van het Engels in het Nederlands en komt daarmee dichter bij het oorspronkelijke effect van het Franse origineel:

Relax, mon cousin! Je suis follement heureux de vous voir. J’ai appris votre arrestation par les Romains. J’étais en dehors de mes esprits avec l’inquiétude!

I say, cousin Dipsomaniax, I’m fearfully pleased to see you! I heard about the Romans arresting you. It gave me quite a turn.

Relax, mijn neef! Blij je weer te zien! Ik hoorde van je arrestatie door de Romeinen en ik was buiten mijn geest van ongerustheid. (NL1)

Neef Relax! Ik ben extreem gelukkig je te zien. Ik hoorde dat de Romeinen je gearresteerd hadden. Ik was naast mijzelf van bezorgdheid. (NL2)

De vraag is of de versterking van het ‘Engelse’ effect in NL2 overal even goed werkt. De grotere subtiliteit van NL1 (of: de minder consistente en radicale weergave van het verengelste Frans van de brontekst) heeft als voordeel dat de lezer niet op gegeven moment zal denken, ‘ja, nu weten we het wel.’ Overdaad schaadt, en meer van dat soort dingen.7

Jolly good show!
Wat aan de Engelse vertaling opvalt is dat deze in de meeste gevallen níet kiest voor een terugvertaling in het Engels van een duidelijk op een Engelse uitdrukking gebaseerde Franse brontekst (in bovenstaand geval bijvoorbeeld: ‘I was beside myself’ of ‘out of my mind with worry’).8 Zo komen we bij de succesvolle strategie die de Engelse vertalers tamelijk consistent hebben gevolgd: de idiomatische uitdrukkingen die Britten in Asterix in Britain bezigen zijn ‘Engelser dan Engels’: Notax/Flegmatix en zijn vrienden gebruiken uitdrukkingen die vooral met de upper-class zullen worden geassocieerd. Hun sociolect is dat van de public schools, vanhet clichébeeld van de Oxbridgestudent, het is the Queen’s English.9 Het aardige, en dit genereert voor Engelstaligen het komische effect van het Engels in Asterix in Britain, is dat in het album de klasse die wordt geacht ‘dit soort Engels’ te spreken, de aristocratie, niet voorkomt. Sterker, in Asterix in Britain spreken bijvoorbeeld kroegbazen, toch vooral vertegenwoordigers van de middle class, het soort Engels dat je van hen, stereotypisch gesproken, niet zou verwachten:

Kosterlandlords

Hoewel je de zaak ook zou kunnen omkeren: íedere Engelsman in Asterix in Britain is een flegmatieke upper class twit en heeft een schild aan de muur waarop de zegen over het huis wordt afgesmeekt: ‘Foyer doux foyer’ / ‘Bless this hut’ / ‘Huis goed huis’ (NL1) / ‘Thuis zoet thuis’ (NL2). Opnieuw blijkt hier dat de Engelse vertalers hun best hebben gedaan niet eenvoudigweg voor ‘Home sweet home’ te kiezen, maar de ‘vlakke’ Franse vertaling van ‘Home sweet home’, die door haar letterlijkheid grappig is, naar een absurd niveau terug te vertalen (waar nog bij komt dat de woning aan ‘Allée du parc, no LVII’ / ‘LVII Park Lane’ nou niet echt een ‘hut’ te noemen is).

KosterparklaneNL2

Boiled boar, boiled beef, boiled…
De Engelse taal en cultuur worden in Asterix chez les Bretons geweldig op de hak genomen. Uiteraard blijft de met vrolijk snobisme uitgeserveerde superioriteit van de Gallische keuken ook in de Engelse vertaling fier overeind staan. Het bier is lauw (Obelix: ‘Eeagh…’, Anticlimax: ‘Isn’t it warm enough? I can get them to take the chill off’), de rode wijn is ‘chilled’, en kapot gekookt everzwijn (boar) wordt opgediend in muntsaus (what Obelix doet opmerken: ‘This is a bit of a jolly old bore, what!’; cursivering OK). Omgekeerd spreiden de Britten zelf een gezonde afkeer van de Gallische keuken tentoon. Bij het opdienen van de ‘toverdrank’ (warm water met wat plantenblaadjes die Asterix voor vertrek door de Gallische druïde werden toegestopt) aan de bewoners van het Britse dorpje, zijn de argwanende opmerkingen niet van de lucht: ‘I don’t trust this fancy Gaulish cooking’, ‘There isn’t any garlick in this magic potion, is there?’, ‘I say, can I have a spot of milk with my magic potion?’ Het succes van de Britten in de finale veldslag tegen de Romeinen is voor Zebigbos overigens reden de toverdrank tot de nationale Britse drank te promoveren (zie noot 4).

Wanneer Asterix en Obelix aan het eind van het avontuur worden uitgenodigd een laatste traditioneel feestmaal mee te maken teneinde de overwinning te vieren, neemt Obelix een kordaat besluit: na het aanhoren van wat er zoal op het menu staat – ‘Boiled boar, boiled beef, boiled…’ – maakt hij onder de woorden ‘Come on, we’ve got to get home!’ rechtsomkeert.

Het was goed om je hier te hebben, oude jongen
De Engelse vertaling van Astérix chez les Bretons slaagt erin door haar consistente radicalisering van het gebezigde Engels het avontuur een zelfde komische vaart mee te geven als het origineel. In NL1 is de verengelsing van het Nederlands over het algemeen minder radicaal dan in NL2. De grappen in NL1 zijn daardoor wat subtieler, wat zo zijn voordelen heeft. Aan de andere kant zit NL2 dichter bij de BT: die is vaak ook niet zo subtiel.

Ten slotte: op ten minste één punt vertaalt NL2 interessant genoeg ‘terug’ naar het Engels: als Jolitorax zijn paard met een geweldige kreet aanvuurt en het daarmee het eerder genoemde prijsgazon opstuurt, roept hij uit: ‘TCHIAOU!’ (BT). Dat wordt in het Engels ‘YOICKS!’, in NL1 ‘TSJAAOE!’ (NL1) en in NL2 …: ‘TALLYHOOO!’ Van Dale Engels-Nederlands geeft voor tallyhoo ‘hallali’, wat volgens Van Dale Groot Nederlands Woordenboek ‘(bij hertenjachten) kreet der jagers als het hert tot staan is gebracht; fanfare op jachthoorns; hoge slappe jagershoed’ betekent. Hm. Waarom niet gewoon JIIIHA!? Ik zeg, jullie van het vasteland hebben rare gewoontes. Einde van dit artikel.

Met dank aan Sharon Unsworth en Elizabeth Kosters.

Noten
1 In dit verband is het opmerkelijk dat architect Tekenis (what’s in a name) in Asterix en Cleopatra niet in hiërogliefen maar in gewone woorden spreekt. Als hoogopgeleide (ofschoon dat uit zijn ontwerperskwaliteiten nergens blijkt) Egyptenaar spreekt Tekenis met zijn Gallische vrienden uiteraard Frans. Ook in Egypte zelf echter wordt met woorden gecommuniceerd, niet in hiërogliefen.
2 NL1 verwijst naar de eerste Nederlandse vertaling, NL2 naar de herziene versie uit 2002.
3 Hier gaat NL2 wel heel vrij met de brontekst om: ‘Il est plus petit que le jardin de mon oncle… mais il est plus grand que le casque de mon neveu’ (BT), ‘[…] de Britten zijn een zeevarend volk… Wij regeren de golven, en wij zullen nooit slaven worden’ (NL2). Het is zeer de vraag of de gemiddelde Nederlandse lezer de echo’s van ‘Rule Britannia’ zal herkennen (‘Rule Britannia, Britannia rule the waves/ Britons never, never, never will be slaves’).
4 Een fijne quizvraag: wat is het laatste gesproken woord in Asterix en de Britten?
5 De Engelse vertalers maken het, zou je kunnen stellen, nog bonter door druïde Panoramix met Getafix en hondje Idéfix met Dogmatix te vertalen. Volgens mijn op dit punt bevraagde informant, native speaker Sharon Unsworth, zijn de vertalingen van de BT-namen in Engelse ‘equivalenten’ echter zeer geslaagd te noemen. In het bijzonder is dat het geval bij de vertaling van Idéfix in Dogmatix. In het Engels zou Idefix voor hoogopgeleide Engelsen de juiste associatie oproepen, maar aan de meeste anderen voorbijgaan. In Dogmatix gaan hond en naast het dogmatische dat een idée fixeheeft hand in hand.
6 Ik sta hierin gelukkig niet alleen. Kees Kousemaker, eigenaar van stripwinkel en galerie Lambiek in Amsterdam en groot Asterix-liefhebber noemt het arrogantie van de uitgever om na zoveel jaar ineens de namen te veranderen. ‘Deze strip staat als cultuurgoed in ieders geheugen gegrift. Daar moet je met je poten vanaf blijven,’ vindt hij. ‘Je noemt kapitein Haddock in Kuifje toch ook niet ineens kapitein Schelvis?’ Volgens Van der Heide zijn de nieuwe namen voor oudgediende fans even doorbijten en wennen, maar is de nieuwe vertaling veel consistenter dan de oude. Striphandelaar Kousemaker: ‘Ik zou deze man de bijbel niet graag laten vertalen’ (http://taalunieversum.org/nieuws/69/asterixpersonages_veranderen_van_naam). Bindervoet en Henkes zien de nieuwe vertalingen als beslissingen uit Hervertalië, ‘[w]aar van vertalen hertalen komt en van hertalen herhertalen.’ […] Waar Abraracourcix Heroïx heet […] [w]aar de kribbe een voederbak is geworden…’ (2006:29).
7 Overigens weten de Engelse vertalers ook wel raad met het aandikken van de eigen cultuur in Asterix in Britain. Wanneer Zebigbos met de woorden ‘Shall we go Asterix?’ voorstelt de laffe Romeinen zelf dan maar aan te vallen, loopt Asterix in zijn reactie plotseling op de toekomst vooruit door Zebigbos met een verwijzing naar Shakespeare’s Richard III aan te spreken: ‘Let’s go, Mykingdomforanos!’ (‘A horse! A horse! My kingdom for a horse!’, Richard III, V.iv; BT ‘Allons-y, Zebigbos!’).
8 Een paar fraaie voorbeelden:
‘Puis-je avoir de la marmalade pour les rôties? / Sûr, vous pouvez!’; terugvertaling: ‘May I have some marmalade with my toast? / ‘Certainly you may!’; Asterix in Britain: ‘Please may I have some marmelade? Marmalade’s off!’[!?] (NL1 heeft hier ‘Kan ik wat marmelade krijgen op mijn toast? / Natuurlijk kun je!’, NL2 ‘Zou ik wat marmelade kunnen hebben op m’n geroosterd brood? / Zeker, je kunt’).
‘Aoh! Choquant. Ce ne sont pas des gentils hommes’; terugvertaling: ‘Oh! This is shocking. They’re no gentlemen’; Asterix in Britain: ‘Oh, I say, the cads.’
‘Combien étrange’; terugvertaling: ‘How strange’; Asterix in Britain: ‘What a rum chap!’
‘Joyeuse bonne idée’; terugvertaling: ‘Jolly good idea’; Asterix in Britain: ‘Jolly good wheeze, what!’
9 Deze conclusie wordt gedeeld door mijn informant.

Bibliografie
Bindervoet, Erik & Robbert-Jan Henkes. 2006. De kunst van het (niet-)vertalen. Hoorn: Hoogland & Van Klaveren.

Goscinny, René & Albert Uderzo. 1967. Asterix en het eerste legioen. Amsterdam: De Geïllustreerde Pers.

–1981. Asterix en de Britten (1975). Brussel: Dargaud Benelux.

–1999. Astérix chez les Bretons (1966). Paris: Hachette.

–2002. Asterix bij de Britten. Vert. Frits van der Heide. Paris: Hachette.

–2004. Asterix in Britain. Vert. Anthea Bell, Dereck Hockridge. London: Orion Books.

Shakespeare, William, Richard III, http://www.it.usyd.edu.au/~matty/Shakespeare/texts/histories/kingrichardiii_0.html

 

Dit artikel verscheen eerder in de papieren Filter, jaargang 15 (2008), aflevering 2, p. 32-38.