Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Traduire

Een documentaire van Nurith Aviv

Désirée Schyns

Een paar jaar geleden werd ik door een artikel in Le monde attent gemaakt op een documentaire van de in Israël geboren en in Frankrijk werkzame Nurith Aviv (1945), waarin tien vertalers uit het historisch, theologisch en politiek beladen Hebreeuws centraal staan. De manier waarop Aviv de vertalers in beeld brengt en in hun moedertaal aan het woord laat, is fascinerend en inspirerend. Wat vooral prachtig is om naar te luisteren is de zinnelijkheid van al die talen: naast Hebreeuws, Frans, Jiddisch, Castiliaans, Italiaans, Russisch, Catalaans, Engels, Duits en Arabisch. Meanderend brengen de vertalers onder woorden hoe ze te werk gaan, wat hen boeit in de tekst die ze onder handen hebben, wat er zo weerbarstig is aan het Hebreeuws. Vertalen is in deze film een passie, woorden zijn poorten naar onbekende werelden die ontdekt kunnen worden na vaak jarenlange studie. Vertalen beïnvloedt het eigen schrijven. De film is een reis door de geschiedenis van de talen die verwant zijn met het jodendom, een literaire geschiedenis van Israël en zijn belangrijkste auteurs, een boeiende analyse van een meertalige staat waar zo veel migranten de officiële taal hebben omarmd en waar vertalen deel uitmaakt van de dagelijkse praktijk. De film is ook een lofzang op meertaligheid en interculturele dialoog.

Traduire is het sluitstuk van een trilogie over de hedendaagse officiële landstaal van Israël (Ivriet), die is gebaseerd op de heilige taal van Thora en Tenach. De eerste vertaler die in beeld komt is Sandrick Le Maguer. Hij werkt aan een Franse vertaling van een specifieke midrasj (exegese van Bijbelse teksten), over spreekwoorden (le Midrash sur les Proverbes), een tekst in een afwijkend Hebreeuws waarin veel geestige dialogen voorkomen. Nurith Aviv zocht alle vertalers thuis op en begint ieder gefilmd portret van een vertaler voor zijn of haar huis, of in een hoek van de werkkamer. Daar staart de vertaler ons minstens een minuut zwijgend aan. Uit de beelden die hieraan voorafgaan kunnen we al afleiden in welke streek van de wereld de vertaler woont.

Bij Le Maguer die we in het Frans horen en die werd geïnterviewd in Brest, zien we eerst een travelling shot van de zee. Hij leerde Hebreeuws om delen van de midrasj te kunnen vertalen en vertelt dat vooral de polysemie (eigen aan de brontaal) hem hoofdbrekens kost en dat sommige interpretaties van de woordspelingen complex zijn. Angel Saenz-Badillos vertelt in Boston in het Castiliaans over zijn vertaalwerk van joodse Andalusische dichters, met name Salomon Ibn Gabirol (1021–1058), een rabbijn, dichter, theoloog en filosoof die in Malaga, Saragossa, Granada en Valencia woonde. De vertaler vertelt over deze in het Hebreeuws geschreven poëzie die hij voor een hedendaags publiek toegankelijk wil maken. Hij beschrijft ook dat de Hebreeuwse zinnen doorspekt zijn met Arabische woorden en Arabische filosofie. Yitshok Niborski komt in Malakoff (vlakbij Parijs) in het Jiddisch aan het woord over het Hebreeuws-Jiddische woordenboek dat hij samenstelde met 6000 woorden uit het Hebreeuws die in het Jiddisch voorkomen en over de band tussen de twee talen. Volgens Niborski heeft het Jiddisch zich ‘onder de vleugels van het Hebreeuws’ ontwikkeld. Anna-Linda Calow kwam naar eigen zeggen per toeval met het Hebreeuws in contact dankzij een boek van Israel Singer (de broer van). Zij vertelt in Milaan in het Italiaans dat ze een tekst van Yosef Agnon (1888–1970), de eerste Israëlische auteur die in 1966 de Nobelprijs kreeg, zo in het Italiaans probeerde te vertalen dat het Italiaans gedwongen werd iets van het weerbarstige Ivriet van Agnon op te nemen. Sivan Beskin kwam op veertienjarige leeftijd vanuit Litouwen naar Israël en wordt geïnterviewd in Tel-Aviv en spreekt Russisch. Zij vertaalde werk van Lea Goldberg in het Russisch en vertelt hoe zij te werk ging om deze dichteres terug te brengen naar de taal en cultuur waar ze oorspronkelijk vandaan kwam (Litouwen). Goldberg (1911–1970) zat op het Hebreeuwse lyceum van Kaunas in Litouwen en was zelf na haar emigratie naar Israël vertaalster in het Hebreeuws uit het Russisch, Frans en Duits.

Traduire Plaatje

Manuel Forcano vertelt in het Catalaans in Barcelona over zijn vertaling van de dichter Yehuda Amichai die vanuit Duitsland naar Israël emigreerde en in de jaren vijftig brak met een traditionele manier van dichten in het Ivriet en dagelijks taalgebruik in poëzie introduceerde. Chana Bloch zegt in Berkeley in het Engels dat ze eigenlijk dichteres wilde worden en dacht dat het vertalen van poëzie een goede hulp zou zijn om te leren schrijven. Volgens haar is vertalen uit het Hebreeuws zo moeilijk omdat de taal alle onderhuidse lagen (van de liturgische taal) in zich heeft opgeslagen. Zij vertaalt onder meer gedichten van de in 1935 geboren Dahlia Ravikovitch. Ook zij wilde het vreemde in het Ivriet van deze dichteres het Engels binnen smokkelen. Anne Birkenhauer doet haar verhaal in het Duits in Jeruzalem. Zij vertelt dat ze op haar achttiende vanuit Duitsland vrijwilligerswerk kwam doen in Israël, Ivriet leerde en terug in Duitsland Hebreeuws studeerde. Wat haar vooral bezighoudt bij het vertalen is het vinden van de juiste toon in het Duits, haar moedertaal, waarmee ze alleen vanaf een afstand contact heeft. Voor de vertaling van een boek van Eshkol Nevo, waarin Marokkaanse migranten aan het woord komen, vroeg ze zich af hoe deze migranten in het Duits zouden spreken. Daarom ging ze een maand in Berlijn wonen. Rosie Pinhas-Delpuech vertelt in Parijs in het Frans hoe ze in Istanbul in een meertalige wereld opgroeide tussen Russische en Duitse migranten, hoe in haar familie Frans, Duits, Bulgaars en Ladino werd gesproken. Turks leerde ze van de kinderen met wie ze op straat speelde. Op achttienjarige leeftijd reisde ze naar Israël, waar ze in contact kwam met het Ivriet dat haar onmiddellijk fascineerde. Ze vestigde zich in Frankrijk en begon te vertalen uit angst het contact met het Ivriet kwijt te raken. Pinhas-Delpuech vertelt over het vertalen van Yaakov Shabtaï die fundamenteel bleek voor haar eigen schrijverschap. De Palestijn Ala Hlehel sluit de film af in Acre en spreekt Arabisch. Hij komt uit Galilea en leerde al vroeg Hebreeuws, voor hem een beladen taal. Het is de taal van de bezetter maar ook een cultuurtaal. Hij vertelt over zijn vertaling van het toneelwerk van Hanoch Levin (1943–1999) en zijn verwantschap met de ervaring van ballingschap die in het stuk wordt opgeroepen. Net als Pinhas-Delpuech roept hij de confrontatie tussen de twee talen op bij het vertalen. In haar geval het ‘nomadische’ Hebreeuws en het ‘sedentaire’ Frans vol schitterende kleurschakeringen, in zijn geval het karige ‘slanke’ Hebreeuws en het overvloedige Arabisch. Hlehel zegt dat hij voortdurend moet schrappen. Vertalen betekende voor hem kortwieken en het bevrijdende inzicht dat hij zich tijdens het vertalen van Levin steeds meer wist te ontdoen van de enorme ‘last’ van de taalrijkdom van het Arabisch waarmee hij naar eigen inzicht kon omspringen.

 

Aviv, Nurith, 2011. Traduire (dvd-cassette met vijf dvd’s, ondertiteld in het Frans, Engels en Hebreeuws). Paris: Editions Montparnasse.