Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Op vleugels wil ik je dragen

Hans Boland

Het grootste probleem voor een vertaler van ‘klassieke’ poëzie is de bedrieglijke eenvoud ervan. Elk woord hoort zijn eigen, vanzelfsprekende plaats te krijgen in een landschap vol kolossale, verraderlijke, opwindende, onvermoede, geestige hindernissen – die allemaal overkomelijk blijken. Wanneer het volbracht is, lijken de woorden zomaar uit de hemel te zijn neergedwarreld. De rijmen, het metrum, de lexicale subtiliteiten, de syntactische souplesse: alles moet de indruk wekken dat de Muze enigszins verstrooid heeft zitten roeren in haar verzenpannetje, tot het brouwsel precies gaar was.

Ter illustratie iets van Heine, zodat iedereen mee kan lezen:

Auf Flügeln des Gesanges,
Herzliebchen, trag ich dich fort:
Fort nach den Fluren des Ganges,
Dort weiss ich den schönsten Ort.

‘Gesanges / Ganges’ vormt een subliem rijmpaar: de Ganges wordt gezang. Maar zowel ‘gezang’ als een rijm met ‘Ganges’ zouden in een Nederlands gedicht triviaal worden. En dan dat simpele, onmogelijke ‘Ort’! Plek? Plaats? Oord? Locatie?...We zoeken iets ánders. Na een paar nachtjes slapen staat er:

Op vleugels wil ik je dragen,
Op vleugelen, lief, van mijn lied,
Naar de Ganges: een hoger behagen
Is er op aarde niet.

Door het spel met ‘vleugels’ en ‘vleugelen’, en door de symbiose tussen ‘lief’ en ‘lied’ wordt het gedicht muziek. Het ‘hoger behagen’ loopt vooruit op de zinderende erotiek van het vervolg. Met het begin ben ik tevreden…

 

15.12_ganges.jpg

 

‘Auf Flügeln des Gesanges’ van Heinrich Heine in de vertaling van Hans Boland, opgedragen aan Christiane Kuby, medelaureate van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2015

Op vleugels wil ik je dragen,
Op vleugelen, lief, van mijn lied,
Naar de Ganges, een hoger behagen
Is er op aarde niet.

Daar wordt door lotusbloemen
In de stille, maanlichte nacht
Zij, die zij zustertje noemen
Met rode bloesem verwacht.

Viooltjes verleiden met lachjes
En zuchtjes het sterrenkoor
En rozen vertellen er zachtjes
Zoet geurende sprookjes door.

Daar luisteren ranke gazellen,
Lichtvoetig, schrander en vroom,
Naar wat de golven vertellen
Van de grote, heilige stroom. 

We worden er meegenomen,
Gelaafd aan liefde en rust,
Onder een palmboom, in dromen
Verzonken, gekoosd en gekust.