Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Tolken in een rooms-katholieke biechtstoel

Isabelle Bambust

Op woensdag 1 oktober 2014 bezocht ik de Brusselse Kapellekerk. Net voor mijn ontmoeting met Pieter Bruegel de Oude – hij ligt in die kerk begraven – viel mijn oog op interessant taalvoer. De ingang van de kerk werd aangeduid met ‘ingang’, ‘entrée’, ‘entry’ en ook door middel van een Poolse vocabel waarvan ik aanneem dat het ‘ingang’ betekent. De priester bleek Pools en alle erediensten waren Poolse erediensten.

Wat met het bijzondere sacrament van de biecht? Want wat moet de biechteling met zijn dringende boodschap doen als hij geen biechtvader vindt die zijn taal spreekt?1 Er doet zich uiteraard geen taalprobleem voor wanneer de biechtvader en de biechteling dezelfde officiële taal van de ‘plaats van de biechtstoel’ spreken, of wanneer zij beiden eenzelfde andere taal dan die officiële taal spreken.

Een pastoor uit Gent schrijft mij dat hij wel eens biechtelingen over de biechtstoeldrempel krijgt die in het Spaans of in het Italiaans biechten, en dat hij dan antwoordt in het Engels of in het Frans. De vraag stelt zich of het Spaanse en Italiaanse taalniveau van de betrokken pastoor van die aard is dat hij ook in staat is om een ingewikkelde, genuanceerde Spaanse of Italiaanse biecht te begrijpen. Voor het overige vraag ik mij ook af of de biechteling wel altijd voldoende Engels of Frans beheerst om het antwoord van de pastoor te begrijpen.

 14.49 Illustratie

‘Le Confessionnal’, Pierre-Étienne Moitte (1722–1780)
(Bibliothèque nationale de France)

Spits en scherp uw oren en ogen, beste lezers-tolken, want u heeft wel degelijk een toekomst in de biechtstoel: niet per se als boeteling, maar als beoefenaar van uw schone professie! Inderdaad, in canon 990 van de Codex Iuris Canonici2 lees ik het volgende: ‘Het is niemand verboden om met behulp van een tolk te biechten, op voorwaarde dat misbruik en ergernis vermeden worden, en met inachtneming van het voorschrift van can. 983, § 2.’3

Wie draagt de kosten voor de eventuele tussenkomst van een tolk? ‘Voor wat hoort wat’4 hoor ik u denken, al schrijft de executive coordinator van de Canon Law Society of America mij het volgende:

It is not unreasonable for an interpreter to request reasonable remuneration for this service. It has been my experience that any time one has been asked to enter into this sacred position she or he has done so willingly, freely, and without any expectation in this regard.

Vallen deze mogelijke tolkkosten  ten laste van de Kerk? De Codex verleent nergens een uitdrukkelijk kosteloos ‘biechttaalrecht’ in het voordeel van de biechteling.5 Toch zie ik een mogelijke opening: canon 213 schrijft voor dat ‘[d]e christengelovigen het recht [hebben] uit de geestelijke goederen van de Kerk, vooral uit het woord Gods en de sacramenten, bijstand van de gewijde Herders te ontvangen’. Wanneer voor de toegang tot de geestelijke goederen van de Kerk betaald moet worden, betekent dit een restrictie van dit recht, vooral indien de betrokken persoon die toegang niet zou kunnen betalen. Daarom stelt canon 848 dat ‘[b]uiten de bijdragen die door de bevoegde overheid zijn vastgesteld, de bedienaar niets [mag] vragen voor de toediening van de sacramenten, waarbij steeds veilig gesteld moet worden dat behoeftigen niet van de hulp van de sacramenten verstoken blijven om reden van hun armoede’. Om een doeltreffend recht op toegang tot de geestelijke goederen van de Kerk te organiseren, lijkt het me dus perfect mogelijk de tolkkosten ten laste van de Kerk te leggen, zeker wanneer de biechteling deze zelf niet kan betalen. Om discussies te vermijden zou het goed zijn dat de biechtvader, de biechteling en de tolk hierover vooraf een gesprek voeren.

 

Noten
1 Ik merk wel op dat het gangbaar is dat de pastoor de taal kent van het gebied waar hij dienst doet. Canon 257 § 2 van de Codex stelt immers dat ‘[d]e diocesane Bisschop ervoor [dient] te zorgen dat clerici die het voornemen hebben van de eigen particuliere Kerk naar een particuliere Kerk van een ander gebied over te gaan, naar behoren voorbereid worden om daar het gewijd dienstwerk uit te oefenen, dat zij namelijk én de taal van het gebied aanleren én inzicht krijgen in zijn instellingen, sociale omstandigheden, gebruiken en gewoonten’. Terugkomend op het voorbeeld van de Kapellekerk betekent dit dat de Poolse priester normalerwijs ook de Nederlandse en/of Franse taal zou beheersen.
2 Dit wetboek vormt de hoogste rechtsbron van de Rooms-Katholieke Kerk, de hoogste ‘Wet’. Voor de Nederlandse vertaling baseerde ik mij op de tekst van volgende webpagina: http://www.kerkrecht.nl/main.asp?pagetype=onderdeel&item=105. [Geraadpleegd december 2014]
3 Canon 983 schrijft het volgende voor: ‘§ 1 Het biechtgeheim is onschendbaar; daarom is het de biechtvader ten strengste verboden met woorden of op welke andere wijze en om welke reden ook over de boeteling ook maar iets bekend te maken. § 2 Tot de verplichting om het geheim te bewaren zijn ook gehouden een eventuele tolk en alle anderen, die op welke wijze ook uit een belijdenis zonden te weten zijn gekomen.’ De sanctie met betrekking tot de schending van het biechtgeheim door een tolk wordt in canon 1388 § 2 bepaald: ‘De tolk en de anderen over wie in can. 983, § 2, die de geheimhouding schenden, dienen met een rechtvaardige straf gestraft te worden, excommunicatie niet uitgesloten.’
4 Zie daaromtrent de bijzondere canon 231: Ԥ 1 Leken die blijvend of tijdelijk voor een bijzondere dienst van de Kerk aangesteld worden, zijn aan de verplichting gehouden de geschikte vorming te verwerven welke vereist is om hun taak naar behoren te vervullen en deze taak gewetensvol, zorgvuldig en nauwgezet te vervullen.
§ 2 Onverminderd het voorschrift van can. 230, § 1 hebben zij recht op een passende, aan hun plaats aangepaste vergoeding waarmee zij op een behoorlijke wijze, met inachtneming ook van de voorschriften van het burgerlijk recht, in hun eigen noden en in die van hun gezin kunnen voorzien; eveneens komt hun het recht toe dat naar behoren gezorgd wordt voor wat men noemt hun sociale voorzieningen, sociale zekerheid en geneeskundige bijstand.’
5 In tegenstelling tot de tussenkomst van een tolk in het kerkelijk proces – zie daarover canon 1471.

 

Isabelle Bambust (Isabelle.Bambust@UGent.be) verricht sinds 2012 onderzoek aan de Universiteit Gent rond de taalbescherming inzake de grensoverschrijdende mededeling van gerechtelijke documenten.