Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Leeftijdsverschil?

Nelleke de  Jong-van den Berg

Sinds anderhalf jaar suist er elke werkdag rond negenen een gedicht mijn mailbox binnen. Zo spaar ik zonder moeite een verzameling Nederlandstalige poëzie bij elkaar: Nederlanders en Vlamingen, een enkele keer een Zuid-Afrikaan (steeds m/v), contemporaine dichters maar even goed klassiekers, tot in de zestiende eeuw. Maar altijd oorspronkelijk Nederlandstalig werk – tot donderdag 29 mei. Laurens Jz. Coster stuurde De veteraan

De veteraan

We troffen hem aan op z’n kont in de zon, blind
Van het front, en lieten hem. Maar langs het hek
Passeerde een vers bataljon. Ieder groentje begon
Hem naar advies en ervaren te vragen, als gek.

Hij zei dit, zei dat, trok heel zijn trommel open.
De zwartste visioenen van ieder leeg hoofd
Vlogen plots op, naakt en onfris. Iedereen zweeg.
Toen werd hij ons gewaar aan zijn zijde en zei:
‘Hoe kunnen die sukkelaars weten hoe het is?’

Daar stonden wij. Te kijken naar hem, op de grond,
Met zijn oogkassen gericht op de verdwijnende rij.
Toen iemand van ons op ’t gedacht kwam te vragen:
‘En hoe oud ben jij?’
                                   ‘Achttien, de derde van mei.’

 ... met daaronder The Veteran:

The Veteran

We came upon him sitting in the sun
Blinded by war, and left. And past the fence
There came young soldiers from the Hand and Flower,
Asking advice of his experience.

And he said this, and that, and told them tales,
And all the nightmares of each empty head
Blew into air; then, hearing us beside,
“Poor chaps, how’d they know what it’s like?” he said.

And we stood there, and watched him as he sat,
Turning his sockets where they went away,
Until it came to one of us to ask
“And you’re-how old?”
                                   “Nineteen, the third of May.”

 ... en als ‘aftiteling’:

Margaret Postgate Cole (1893-1980)
Vertaling: Tom Lanoye (1958)

Want: ‘In 2002 en 2004 publiceerde Tom Lanoye twee bloemlezingen van door hem vertaalde gedichten uit de Eerste Wereldoorlog. Die twee boeken zijn nu in één band uitgegeven: Niemands Land / Overkant.'

Natuurlijk ging ik meteen vergelijken en natuurlijk bleef ik hangen aan het leeftijdsverschil tussen de Nederlandse en de Engelse veteraan. De vertaalwetenschapper in mij riep meteen: ‘ho ho, dat noemen wij niet bij voorbaat een fout, wij werken niet normatief maar descriptief’. Het was het startpunt van een speurtocht vol verrassingen.

Het begint met een herinnering. Christelijk Lyceum-Havo, Gouda, Gym 5 alfa. Onze lerares Engels, Engelse van geboorte, vertelt ons kort na het begin van het nieuwe schooljaar over de War Poets. Ze regelt voor ons allemaal een Penguinpocket met First World War Poetry – en legt uit waarom er poppies op de omslag staan. Hoe zij lesuren maakte van die poëzie weet ik niet meer, wel dat de gedichten dankzij haar lessen van verplichte kost veranderden in waardevolle bagage. Die verzamelband van Lanoye wilde ik hebben, die moest de Penguin gezelschap komen houden.

14.28_omslag Silkin 2 9789044625882-tom -lanoye -niemands -land -overkant -178

Het blijkt een schitterend vormgegeven prachtboek. Op de flappen van het omslag en in een katern tussen de beide delen van het boek archiefbeelden van de oorlog, foto’s van monumenten en door de gedichten geïnspireerde tekeningen. Bij de Nederlandse gedichten staat steeds in kleiner corps het brongedicht. In het eerste deel uitsluitend Engelse, in het tweede deel Duitse, Franse, Italiaanse en Russische. In de inhoudsopgaven, zowel die van Niemands Land als die van Overkant, staat onder elke Nederlandse titel de oorspronkelijke titel – met het voorzetsel ‘naar’ ervoor. Aha, een aanknopingspunt?

In de inleiding bij het tweeluik (‘Een imaginaire nalatenschap’) vraagt Lanoye zich af waarom de Eerste Wereldoorlog zo weinig sporen heeft nagelaten in de Nederlandstalige literatuur. Hij geeft drie waarschijnlijke oorzaken: Nederland was neutraal, dus nauwelijks betrokken, Belgische intellectuelen schreven in het Frans en Vlamingen waren te ongeletterd... Pas recent lijkt er sprake van een inhaalslag, met onder meer Stefan Hertmans’ Oorlog en terpentijn en Godenslaap van Erwin Mortier. Lanoye voegt zich in alle bescheidenheid bij hen. In 2001 bewerkte Lanoye op verzoek van De Standaard een aantal gedichten van War Poets, ter gelegenheid van de 25.000ste Last post bij de Menenpoort in Ieper, waar sinds 1928 elke avond een laatste saluut aan de gevallenen wordt geblazen Gegrepen besloot hij dat aantal uit te breiden en de verzameling zodanig te bewerken ‘dat het leek alsof er een naamgenoot van mij toentertijd in de loopgraven vertoefde en daarover één grote, samenhangende bundel schreef. Met míjn tics en voorliefdes en met de stijlbreuken die ík zo graag hanteer. Verwijzingen naar plaatsen in Groot-Brittannië werden verwijzingen naar Gent of de Leie. Of naar (...) de streek waar ik zelf geboren ben. Zo haalde ik de gedichten naar Vlaanderen toe, in de hoop een niet-bestaande literaire nalatenschap alsnog te herscheppen.’ Voilà, de vertaalstrategie van Tom Emiel Gerardine Aloïs Lanoye. Daarmee zijn de ‘naars’ verklaard.

Tics en stijlbreuken zijn inderdaad volop op de pagina’s te vinden. Al bladerend en vergelijkend kom ik, naast veranderde plaatsnamen, ook versprongen data tegen. Dat komt dicht bij het leeftijdsverschil in ‘De veteraan/The veteran’. Zo staat op bladzijde 126 het gedicht ‘Bedevaart’ (naar ‘Pellegrinaggio’ van Giuseppe Ungaretti).

BEDEVAART

passchendaele, de kom van de eenzame boom
27 augustus 1917


        naar PELLEGRINAGGIO

Valloncello dell’Albero isolato
il 16 agosto 1926

(Dat 1926 lijkt een foutje, via Google books vind ik een pagina uit een officiële Ungaretti-verzameling waar 1916 staat.) Ungaretti spreekt in dit gedicht zichzelf aan, en Lanoye grijpt zijn kans:

och lanoye toch   man
van lasten en van pijn
één illusie volstaat om
u courage te schenken

Ungaretti
uomo di pena
ti basta un’illusione
per farti coraggio 

Dat de datum verspringt, blijkt ineens wonderwel te passen bij het optreden van ‘soldaat lanoye’: 27/8/17 was de laatste dag van de eerste aanvalsfase van de derde slag bij Ieper. Passchendaele is een plaatsje bij dat slagveld en dat het de plaats inneemt van Valloncello is helemaal niet zo gek: valloncello betekent valleitje, -daele wordt nog eens hernomen door ‘kom’.

Op de bladzijde ernaast (127) lijkt hetzelfde te gebeuren:

GEBROEDERS

steenstrate, 25 maart 1917


naar FRATELLI (Giuseppe Ungaretti)

Mariano, il 15 luglio 1916

Ik kom erachter dat een dag ná 25/3/17 twee broers, Edward en Frans van Raemdonck nabij Steenstrate omkwamen in het niemandsland tussen de loopgraven. Toen Edward met zijn groep terugkeerde van een opdracht, bleek Frans te ontbreken. Edward ging, hoewel een meerdere het hem verbood, terug om zijn broer te zoeken. Ook hij keerde niet meer terug. 18 dagen later werden hun lichamen gevonden.Valt het leeftijdsverschil tussen Margaret Postgate Cole’s veteran en de veteraan van Lanoye misschien ook zo ‘Vlaams’ te duiden?

Ik vind dat 3 mei de datum is waarop John McCrae zijn later beroemd geworden ‘In Flanders Fields’ schreef, in 1915, na een slag ‘in de Westhoek’. Is dat een aanwijzing?

Nee, ik moet beter naar Lanoye zelf luisteren, die ‘één grote, samenhangende bundel’ wilde schrijven. Op bladzijde 65 komt, in het gedicht ‘Verminkt’ (naar ‘Disabled’, van Wilfred Owen), deze jongen voor:

Iemand zei ooit: ‘Jij zou er als een god uitzien
In uniform.’ Zodoende. En om zijn Katrien
Plezier te doen, misschien; om élke zotte kont
Te imponeren, ja – zo koos hij voor het front.

Hij hoefde niet te bedelen. Men schreef terstond
Zijn leugen op. Met knipoog: ‘Leeftijd?’ ‘Negentien.’

(Someone had said he’d look a god in kilts, / That’s why; and may be, too, to please his Meg; / Aye, that was it, to please the giddy jilts / He asked to join. He didn’t have to beg; / Smiling they wrote his lie; aged nineteen years.) 

Twee veteranen, de een zonder benen en onderarmen teruggekomen, maar met ogen die zien hoe de vrouwen die hij wilde imponeren door ten oorlog te gaan, nu van hem wegkijken, de ander blind maar scherp onderscheidend. Aanstaande 3 mei wordt hij écht negentien... Misschien heeft Lanoye in zijn ene samenhangende bundel in dit gedicht tegenwicht willen bieden aan de leugen in het andere – wat de boodschap van de bundel, en van ‘De veteraan’ in het bijzonder, alleen nog maar schrijnender maakt. Als je voor je áchttiende al zoveel gezien hebt...

De Volkskrant schreef dat Lanoye een dubbele lauwerkrans  verdient voor ‘tegelijk vertalen en oorspronkelijk werk afleveren’. Er hoeft geen etiket op, het kan zowel op de blogspot met Nederlandse gedichten als op de site van Filter. En passant is mijn waardevolle bagage opgewaardeerd.

 

Bibliografie
Tom Lanoye, Niemands Land / Overkant. Gedichten uit de Groote Oorlog, Amsterdam: Prometheus, 2014.

Het Laurens Jz. Coster-project: http://laurensjzcoster.blogspot.nl

The Penguin Book of First World War Poetry. Edited and with an Introduction by Jon Silkin, 1979.