Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

L-a-n-g-z-a-a-m l-e-z-e-n

Cees Koster

Over vertaling doen veel idées reçues de ronde die bij nadere inspectie eigenlijk eerder hardnekkige misverstanden blijken te zijn. Eén daarvan is dat je altijd beter het origineel kunt lezen, omdat er bij het vertalen en dus bij het lezen van een vertaling zo veel verloren gaat. Dat er bij het proces van vertalen veel verloren gaat, lijdt geen twijfel: de brontaal gaat verloren, zo goed als helemaal. Voor de brontekst geldt dat echter niet, die blijft door de grote paradox van het vertalen overeind, die blijft hetzelfde, alleen dan anders. Daar moet je tegen kunnen.

Marilynulysses1

Op het moment dat je een werk wilt lezen in een taal die je niet machtig bent is dit idée reçue, deze meme (‘besmettelijk informatiepatroon’ geeft Wikipedia mij als omschrijving, dat wil zeggen het idee verspreidt zich als een virus) niet erg praktisch. Sommige mensen hebben daar de oplossing voor dat ze dan liever een Engelse in plaats van een Nederlandse vertaling van dat werk lezen. Maar wat heb je daaraan? Wanneer je de Engelse vertaling van een boek van Murakami leest (onder zijn fans komt deze neiging wel voor, heb ik gemerkt) heb je dus twéé rondes verlies voor de prijs van één. Een mogelijke verklaring voor deze neiging is dat men eigenlijk vooral zou vinden dat het vreemde dat eigen is aan een buitenlands werk verloren gaat wanneer je het in vertaling leest, een ervaring die bij het lezen van een vertaling in een vreemde taal weer hersteld zou worden. Bij het lezen van een Engelstalige vertaling kom je dan wel bedrogen uit, want in de Angelsaksische wereld wordt het vreemde in een te vertalen tekst, veel meer dan in een Nederlandse vertaling, er tijdens het vertaalproces juist uitgefilterd. 

Maar als het om de leeservaring gaat is de grote vraag bij de meme van het verlies vooral ten opzichte waarvan het verlies dan geldt. Ten opzichte van de leeservaring die ‘de’ lezer van ‘het’ origineel had? Of van de ervaring die je als vreemdtalige lezer van een origineel hebt? Gaat daar dan niets bij ‘verloren’?

Wat hier vermoedelijk speelt is de gedachte dat een optimale lezing van een literair werk mogelijk is, maar dat is een al even hardnekkige virale misvatting. Elke leeservaring van een literair werk vormt een specifieke concretisering van het betekenispotentieel dat dat werk in zich draagt en dat potentieel is oneindig, want afhankelijk van wat de lezer zelf meebrengt bij een geëngageerde lezing van dat werk.

Betekent dit dan dat de vertaling een willekeurige concretisering is? Nee, want de vertaler is een bijzondere lezer wiens houding ver afstaat van die van de alledaagse lezer. In de alledaagse leeservaring, zelfs van de geïnformeerde, geëngageerde lezer, blijft veel impliciet, ze krijgt vaak niet de vorm van een uitgewerkte gedachte, maar is eerder een impressie, een gevoel, een gewaarwording, een ontroering – iets wat ongezegd blijft, waar geen verslag van wordt gedaan. Een vertaler kan zich die heerlijke luxe, in werktijd althans, niet veroorloven, maar zal zich eerder richten op de reconstructie van het potentieel, van wat een tekst kán betekenen en niet wat hij voor de vertaler zelf op dat moment betekent. Ja, maar… hoor ik u denken, kan dat wel?

Ja, zou ik zeggen, wanneer je in acht neemt hoeveel meer tijd een vertaler moet nemen (maar niet altijd krijgt, helaas) om een tekst te doorgronden dan de alledaagse lezer.

Inge Is Een Echte Lezer

Leessnelheid is in deze tijd van verhaasting een onderwerp waar men zich meer en meer druk om maakt. Vrij Nederland is ertoe overgegaan om op de webversie bij elk artikel een leestijd te vermelden, ongetwijfeld gebaseerd op een beredeneerd gemiddelde (een snelle steekproef leert dat dat moet liggen tussen de 175 en 200 woorden per minuut). Als je een kwartiertje over hebt en je wilt VN op je tablet lezen, kun je een artikel uitzoeken dat precies in je schema past. Reuze handig! In de The New Yorker stond onlangs een interessant stuk, ‘Life is Short, Proust is Long’, over een bedrijf, Spritz, dat snelleescursussen – hoeveel tijd heb je nodig om dat woordbeeld te herkennen? – verzorgt via een techniek die oogbewegingen efficiënter maakt en daardoor de snelheid van lezen verhoogt. In het artikel wordt gesteld dat volwassenen die traditioneel, lineair lezen in staat zijn om ongeveer 300 woorden per minuut te verwerken. Het bedrijf belooft dat ze daar makkelijk 1000 woorden per minuut van kunnen maken.

Laten we deze cijfers eens vergelijken met de cijfers die vertaalster Caroline Meijer ooit in Filter heeft gegeven als schatting van het aantal woorden dat een literair vertaler gemiddeld per uur kan produceren: 200 à 300. Precies de aantallen die VN en Spritz per minuut geven!

Meijer geeft aan dat haar berekening het hele vertaalproces geldt en er dus ook andere handelingen dan het eigenlijke vertalen, waaronder het lezen, in verdisconteerd zijn, dus we kunnen niet zonder meer zeggen dat de vertalende lezer zich zestig keer langer lezend over een tekst buigt dan de alledaagse lezer, maar laten we het op de helft houden, dan is de verhouding nog indrukwekkend genoeg in het voordeel van de vertaler. En misschien nog aan de lage kant, want vaak gaan het lezen en schrijven bij de vertaler natuurlijk hand in hand.

 De vertalende lezer is dus iemand die vele malen langzamer leest, die niet lineair maar hypertekstueel leest en, wil ik daaraan toevoegen, dus zorgvuldiger en secuurder. Het resultaat daarvan is een interpretatie van de tekst die veelomvattender is dan enige alledaagse lezing kan opleveren.

Langzaam Lezen