Vertaaldag  Archief

2017

2016

2015

2014

2013

Download het artikel

Sneller dan mannen

Ton Naaijkens

Mijn dochter zwoegt. Ze doet dit jaar eindexamen en spant zich behoorlijk in. De echte examens volgen nog, maar het hele jaar door zijn er proefwerken, toetsweken en dat wat vroeger schoolonderzoek heette. Ze doet ook Latijn, en daar komt vertalen bij te pas, wat ze wel en niet leuk vindt. Mag van mij, want wie ben ik et cetera. Ik coach haar desgewenst en bij gelegenheid. Zo kwamen we ook op het verhaal van Atalanta, de vrouw die sneller en behendiger is dan elke man. Tot er een jonge vorst komt die het met haar in een wedren opneemt en op wie zij verliefd wordt, door toedoen van Venus, die de vorst bijstaat en hem de truc van de drie gouden appels aan de hand doet. Ovidius, die geestig en compact schrijft, zegt in zijn Metamorphosen dan dit: ‘Iam solitos poscunt cursus populusque paterque, / cum me sollicita proles Neptunia voce / invocat Hippomenes ‘Cytherea,’ que ‘comprecor ausis / adsit’ ait ‘nostris et quos dedit adiuvet ignes.’ Voor de leerlingen wordt een werkvertaling gemaakt waarin vooral de structuur van het Latijn moet doorschemeren – het gaat per slot van rekening om het Latijn.

Zowel het volk als haar vader verlangen al de gebruikelijke wedren, wanneer Neptunus’ nakomeling, Hippomenes, met bezorgde stem mij aanroept en zegt: 'Ik smeek dat Venus mijn (ons) waagstuk bijstaat en dat zij het vuur, dat zij heeft gegeven, helpt.' De wind heeft niet vijandig de innemende smeekbede naar mij overgebracht; en ik werd geroerd, ik beken (het eerlijk), en ik bood onmiddellijk hulp (niet werd er lang uitstel van hulp gegeven).

Ik citeer het in het Nederlands iets langer om duidelijker te krijgen wie aan het woord is: de godin die verliefd maakt, die bekonkelt en wie het spel niet onberoerd laat. Het mooie van het middelbare onderwijs dat ik met mijn dochter op dat moment deel – en dat me heerlijk terugbrengt in de tijd – is de opgave die bij dit fragmentje hoort. Daar is verfijnde vertaalproblematiek mee gemoeid:

M. d’Hane-Scheltema vertaalt 10. 640-1: 'O help mij, Vrouwe van Cythera, / Ik bid U, steun dit waagstuk! Voed het vuur dat u ontstak!' De vertaalster wijkt af van het origineel in grammaticaal opzicht Licht dit toe en ga daarbij op beide teksten in.

Venus – de Vrouwe van Cythera – komt te hulp, luidt het kopje bij het stukje tekst in het antwoord op de vraag luidt officieel: ‘De vertaalster heeft de coniunctivus 3e persoon enkelvoud weergegeven door een imperativus 2e persoon enkelvoud en de nominativus Cytherea door een vocativus.’ Dat is de grammatica die aangezet wordt. Tot leven komt de uitspraak in de consequenties: dat door de perspectiefwisseling de afstand van de vorst tot de liefdesgodin in het Nederlands drastisch verkleind wordt – dat direct om de verliefdheid en de moed gebeden wordt die de vorst sneller zal maken dan de snelste vrouw ter wereld.

Het is mooi om daar met jonge mensen over te praten – over manipulaties in de liefde, over verleidingstrucs, over de mate waarin je een beroep kunt doen op hogere machten. Maar het mooist is dat gebruik wordt gemaakt van een recente vertaling van de hand van een van onze meestervertalers, Marietje d’Hane-Scheltema (*1932, Nijhoffprijswinnares, eredoctor aan de Universiteit van Amsterdam, onderwerp van een fantastisch artikel van Patrick De Rynck in de allereerste Filter). Het is een mooie manier om leerlingen te confronteren met het verschil tussen een moedwillig wringende maar functionele werkvertaling en een Nederlandse tekst, helder en precies, die loopt en nieuwe eigenwaarde verwerft.

Atalanta -smA (1)
Voed het vuur dat u ontstak! Doe meer met vertaling op school, zou ik zeggen. Niet om terug te gaan naar de oude grammatica-vertaalmethode, maar om de schoonheden van het vertalen te tonen. De leerlingen voelen de verschillen tussen talen aan den lijve. Ze zien wat er kan, en kunnen productief en creatief zijn: zelf aan het vertalen slaan bijvoorbeeld. Aan het Vierde Gymnasium in Amsterdam lanceerden een docente Nederlands en een docent Frans – Maud Jenje en Vincent Folliet, allebei ook literair vertalers – een project literair vertalen. Zij hebben leerlingen aan het werk gezet. Ze maakten gebruik van het Letterenfondsproject ‘Vertalen in zicht’, bedoeld om scholieren en docenten enthousiast te maken voor het vak vertalen. Drie van de leerlingen kwamen naar een college in Utrecht waar ze twee heuse vertaalslams meemaakten.  Een van de leerlingen, Julia Neugarten uit de zesde klas vertaalde – geheel zelfstandig – een gedicht van e.e. cummings (‘i carry your heart with me’). Ik hoop dat ze het me niet kwalijk neemt dat ik het hier citeer:

ik draag jouw hart bij me (ik draag het in
mijn hart) ik ben nooit zonder (overal
waar ik ga ga jij, mijn schat; en wat ook maar
alleen door mij gedaan wordt is jouw daad, mijn duifje)

                                                               ik vrees
geen lot (want jij bent mijn lot, mijn lief) ik wens
geen wereld, (want schoonheid jij bent mijn wereld, mijn ware)
en jij bent wat een maan altijd heeft betekend
en wat een zon altijd zal zingen ben jij

hier is het diepste geheim waar niemand van weet
(hier is de wortel van de wortel en de kiem van de kiem
en de hemel van de hemel van de levensboom; die groeit
hoger dan de ziel ooit hoopt of de geest verbergt
en dit is het wonder dat eeuwig de sterren tart

ik draag jouw hart bij me (ik draag het in mijn hart)

Dat maakt de cirkel rond in mijn betoog hier. De zesdeklassers, gevoed door vertaalvuur, zullen sneller zijn dan alle mannen – en ik wens dat hun prestaties de gouden appels zijn waarmee ze zelf elke culturele wedren die ze aangaan in hun eigen voordeel beslechten. Met excuus voor het pathos in deze zin, ik besef zelf waarschijnlijk niet al te goed door welke godin ik gemanipuleerd  word.