De dame die de zon afwimpelde    27-30

Jabik Veenbaas

De in 2013 overleden Tsjêbbe Hettinga behoort ongetwijfeld tot de grootste dichters die Friesland heeft voortgebracht. Hij paarde een uniek taalscheppend vermogen aan een even uniek voordrachtstalent, waarmee hij zijn toehoorders steeds weer wist te betoveren. Bij De Bezige Bij is vorig jaar zijn verzameld werk verschenen, in zowel het Fries als het Nederlands, in een fraaie gebonden en van twee leeslinten voorziene uitgave. Het vaderpaard/ It faderpaard heet het boek, naar een van Hettinga’s mooiste gedichten. Een verdiend eerbetoon, daar zijn de meeste poëziekenners in Nederland het wel over eens. Een deel van dit werk was overigens al eerder vertaald, door de dichter zelf met (vooral) Benno Barnard, en nu zijn dan ook alle overige gedichten van een vertaling voorzien, van de hand van Benno Barnard, dit keer in samenwerking met Tsead Bruinja en Teake Oppewal.

Zelfs iemand die dit boek alleen maar doorbladert en af en toe enkele regels van de pagina’s plukt, zal getroffen worden door het enorme stijlverschil tussen het vroegste en het latere werk van de dichter. De dichter Hettinga heeft in de loop der jaren een enorme groei doorgemaakt. De korte, heldere regels van de verzen met vrije regellengte uit de eerste bundels ontwikkelden zich van lieverlee tot de complexe, barokke bouwwerken uit de latere, waarin doorgaans sprake is van regels met een tamelijk regelmatig aantal lettergrepen en een vaste coupletopbouw. Toch worden in zo’n boek de overeenkomsten tussen het vroege en het late als vanzelf benadrukt. Op allerlei manieren zie je draden bij elkaar komen – thematisch alleen al, in het onmiskenbare, romantisch getoonzette heimwee, of qua beeldtaal, in dat steeds terugkerende Friese landschap met zijn velden en boeren, maar bijvoorbeeld ook in de hang naar synesthesie en de liefde voor woordspel en taalmuziek.

Lees verder in de papieren Filter