Kinder- en jeugdfictie in Vlaanderen en Nederland    57-63

Een overzicht van het aanbod vertalingen tussen 2010 en 2015

Jan Van Coillie
Inez Aussems

Meer nog dan volwassenenliteratuur wordt Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur bepaald door vertaalstromen, in beide richtingen. Zo bleek uit een artikel van Heilbron & Van Es (2015) dat de meest vertaalde Vlaamse en Nederlandse auteurs in de periode 1958–1997 kinder- en jeugdboekenauteurs waren. Sinds 1988 worden er ook meer kinder- en jeugdboeken uit het Nederlands vertaald dan romans voor volwassenen. Met andere woorden: kinder- en jeugdboeken zijn de koningen van de boekenexport in Vlaanderen en Nederland. Daarnaast wordt er ook veel kinderliteratuur vertaald ín het Nederlands. Uit het onderzoek van Koster (2005) blijkt dat er in de periode 1951 en 1990 meer vertaald werd binnen de kinder- en jeugdliteratuur dan gemiddeld.1 Ook vandaag de dag zijn de meest verkochte kinder- en jeugdboeken in Vlaanderen (en Nederland) vertalingen. In de top twintig van de best verkochte kinder- en jeugdboeken in Vlaanderen in 2015 komen slechts vijf oorspronkelijk Nederlandse publicaties voor.2 Bovendien wordt voor elke leeftijdsgroep de top vijf van de kinder- en jeugdbestsellers gedomineerd door vertalingen.3 Kortom, vertalingen zijn niet weg te denken uit de Nederlandstalige kinder- en jeugdboekenmarkt.

Om die reden willen we, in het spoor van Koster (2005), in dit artikel nagaan hoe het aanbod vertalingen binnen kinder- en jeugdliteratuur er tegenwoordig uitziet. Meer concreet spitst ons onderzoek zich toe op de jaren 2010, 2012 en 2015. In tegenstelling tot Koster (2005) zullen we ons beperken tot fictie en zullen we het vertaalde aanbod meer in detail analyseren. Zo brengen we niet alleen de verhouding vertaald/oorspronkelijk werk en het aandeel van de verschillende brontalen voor het hele titelaanbod in kaart, maar ook dat voor elke leeftijdsgroep en uitgeverij. Op die manier willen we een antwoord formuleren op de volgende onderzoeksvragen. Ten eerste: hoe verhouden vertaalde en oorspronkelijke kinder- en jeugdfictie zich tot elkaar in Vlaanderen en Nederland? Vormt het buitenlandse aanbod een bedreiging voor de eigen productie? Meer specifiek: hoe ziet de verhouding vertaald/oorspronkelijk werk eruit per doelgroep en per uitgeverij? Ten tweede: uit welke talen wordt er (vooral) vertaald binnen de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur? Meer specifiek: hoe divers is het aanbod brontalen voor elke doelgroep en bij elke uitgeverij?

Lees verder in de papieren Filter