Machinevertaling, singularity et prometheische Scham    19-26

Gys-Walt van Egdom
Henri Bloemen
Winibert Segers

Een tijdje geleden meldde Fedde van Santen dat hij aan de Vertalersvakschool ‘iets’ rond literair vertalen en techniek (of technologie) wilde organiseren. Zijn timing leek wat ongelukkig. Reeds in 2002 maakte Martin de Haan bekend dat hij de vertaalsoftware Tovertaal had aangeschaft. ‘Vraag me niet hoe,’ schreef hij toen verbaasd, ‘maar hij doet het’ (2002). Zijn verbazing moet zo groot geweest zijn dat één column in Filter niet kon volstaan: in de loop van dat jaar verschenen er nog drie. In die bijdragen besteedde hij evenmin aandacht aan de systeemeigenschappen van het programma. Welke algoritmen eraan ten grondslag lagen, dat interesseerde hem hoegenaamd niet. Wel kon de lezer merken dat De Haan steeds meer met het systeem vertrouwd was geraakt; de ene ‘functionaliteit’ was nauwelijks besproken of de volgende passeerde de revue. Spoedig was het voor iedereen duidelijk waarom het product als de ‘TOtale VERTAALoplossing’ werd omschreven. Dus waarom zou je vijftien jaar later nog ‘iets’ rond literair vertalen en techniek, of technologie organiseren? Lovende kritieken als die van De Haan kunnen toch onmogelijk ongemerkt voorbijgaan? De techniek, de technologie is ongetwijfeld in genade aangenomen.

Lees verder in de papieren Filter