Over weeldevertoon, allerliefste dingetjes en een pesthumeur    55-57

Poesjkins brieven vertaald door Hans Boland

Sophie Levie

‘Poesjkins epistolaire stijl verschilt fundamenteel van zijn zuiver literaire proza. Zijn naar babbelziekte neigende zwierigheid (hij praat tegen je, meer dan dat hij aan je schrijft), de barokke formuleringen van zijn dankbetuigingen, zijn ongepolijste, recht-voor-de-raap meningen en postuleringen, zijn drieletterwoorden ook: het zijn kenmerken die voor zijn brieven gelden maar die we zelden tegenkomen in zijn taalgebruik elders. Toch vormt ook in zijn brieven de “laconieke” toon, een term die de Russen gebruiken waar wij misschien liever zouden spreken van zijn volstrekt natuurlijk aandoende vanzelfsprekende toon, het basiselement van zijn taal.’

Deze regels uit de ultrakorte leeswijzer bij de Nederlandse editie van de brieven van Alexandr Poesjkin (1799–1837) slaan de spijker precies op de kop. Alleen al een boeketje van de beginzinnetjes van de bijna achthonderd brieven die Boland heeft vertaald, is een lust voor de lezer.

Lees verder in de papieren Filter