Duivelse erotiek    59-61

Over Bouazza’s vertaling Venus en Adonis

Ton Naaijkens

De waterverf is uitgelopen, op een zuigend soort papier. Een man en een vrouw vrijen. De vrouw buigt zich over de man. Van schoonheden is geen sprake, enkel contouren. Wat telt is het gebaar: een kus. De waterverf maakt de kus vager. De lichamen zijn naakt, de man helt licht naar voren, hij kantelt. Een zwarte streep is zijn erectie. Is hij dood? De vrouw lijkt een staart te hebben. Ik zou de aquarel hier willen tonen om mijn woorden overbodig te maken. Het zijn hedendaagse lichamen, hun namen suggereren oudheid. Ze heten Venus en Adonis, maar aan de verfstreken is dat niet af te lezen: de afbeelding heeft zich bevrijd van herkenbare weergave. En ze moeten woorden weergeven die geduid werden naar wat ze de schilder zeiden. De schilder dacht aan vrijen.

Lees verder in de papieren Filter