Het leven is lucht    54-63

Pé Hawinkels als vertaler van religieuze teksten

Cees Koster

Pé Hawinkels (1942–1977) was een man van vele gezichten; in zijn korte carrière als literator heeft hij zich met vele genres beziggehouden. Hij was dichter van lange reeksen exuberante poëzie (‘De Haydn-gedichten’, Bosch en Bruegel), richtte als medewerker van het Nijmeegs Universiteitsblad (nub) met evenveel gemak zijn studentikoos polemische pijlen op de ‘diarree’ die aan de Katholieke Universiteit Nijmegen in de mensa werd opgediend als dat hij lange, licht horrorachtige verhalen publiceerde. Als columnist voor De Nieuwe Linie boog hij zich over zo’n beetje alles wat het leven hem voorschotelde en als vertaler draaide hij er zijn hand niet voor om uit het Grieks Sophocles, uit het Duits Thomas Mann, uit het Engels Shakespeare te vertalen en uit het Hebreeuws de Bijbelboeken Prediker en Job en vele losse fragmenten uit andere Bijbelboeken ten behoeve van de Katholieke liturgieviering.

Het dominante beeld in de receptie van Hawinkels is altijd dat van de kameleon geweest, iemand die zich kleurde naar de omgeving waarin hij zich bevond, en Hawinkels hield zich in veel verschillende omgevingen op. Waarom hij zich zo uitvoerig met religieuze teksten heeft beziggehouden, is een van de grote raadsels van zijn loopbaan. Zijn hedonistische imago van man van drugs en seks en rock & roll (zie Koster 2010) lijkt in het geheel niet te stroken met enige ambitie tot spiritualiteit en religiositeit. Wie een beeld wil krijgen van deze paradox moet vragen beantwoorden die uiteenlopen van Hawinkels’ persoonlijke biografie tot de kerkgeschiedenis van de jaren zestig.

Lees verder in de papieren Filter