Vertaler in Exil: Ludwig Kunz    23-30

Els Andringa

Op Pinksterzondag 1938 pakt Ludwig Kunz een minimum aan bezittingen en rijdt naar Nederland in de auto met chauffeur van het familiebedrijf. Het is zijn laatste mogelijkheid om aan vervolging door de Nazi’s te ontkomen. Hij is 38 en precies op de helft van zijn leven. Hoe het de chauffeur verder is vergaan is onbekend. Met de auto loopt het niet goed af. Luku, zoals zijn vrienden hem noemen, raakt ermee te water en laat het rijden voortaan aan anderen over.

Geboren in 1900 in Görlitz, nu een gedeelde stad op de grens met Polen, was hij voorbestemd om de zaak in textielwaren van zijn ouders, geassimileerde Joden, voort te zetten. De zaak lag hem niet na aan het hart, maar hij kweet zich plichtsgetrouw van zijn taak. Wat hem echt interesseerde was het culturele leven in zijn geboortestad. Onder de rook van Berlijn vond er een levendige culturele uitwisseling met de hoofdstad plaats. Kunz was er als tiener al bij betrokken. Op zeventienjarige leeftijd begon hij een liber amicorum, zijn ‘Panoptikum’, waarin schrijvers en kunstenaars een geschreven of getekende opdracht voor hem maakten. Het Panoptikum werd Luku’s dierbaarste kleinood, hij droeg het steeds met zich mee en wist het tot het eind van zijn leven voort te zetten.

Lees verder in de papieren Filter