M.A. Schwartz, vertaler-verteller    13-21

Harm-Jan van Dam

Al langer dan vijftig jaar staat in mijn boekenkast een kloek bruin boek met de titel Barnsteen, dat ruim veertig uit het Grieks en Latijn vertaalde verhalen bevat. Mijn ouders gaven het me indertijd om mijn belangstelling voor de oudheid verder te stimuleren, en daarin zijn ze, dankzij de vertaler, uitstekend geslaagd. Die vertaler was Maximiliaan August (Max) Schwartz, M.A. Schwartz voor zijn lezers. Een vergeten vertaler kun je hem niet noemen: al is Schwartz (1884–1973) allang dood en al zijn er intussen van bijna alle door hem vertaalde teksten verscheidene hervertalingen verschenen, het bekendste werk is nog volop nieuw verkrijgbaar: van Homerus’ Ilias en Odyssee verscheen ongeveer gelijktijdig met de Ilias van Imme Dros en de Odyssee van Patrick Lateur in 2016 ook de vertaling van Schwartz opnieuw, de 19e druk van de Odyssee en ongeveer de 16e van de Ilias. Vergilius’ Aeneis kwam nog in 2005 uit als Salamander (9e druk). Een aantal dialogen van Plato bracht het in 2010 tot de 11e druk en ook de vertalingen van de Griekse geschiedschrijver Thucydides en de Latijnse romanschrijver Apuleius zijn lang na zijn dood herdrukt.1 Dat zijn niet de minste auteurs en bovendien vertaald uit Grieks én Latijn, wat huidige vertalers zelden doen. Toch is er, voor zover ik heb gezien, over Schwartz niet heel veel geschreven: de Groningse oudhistorica Elizabeth Visser schreef een gedegen, invoelend ‘Levensbericht’, waarin ook veel niet wordt gezegd; aan één episode uit 1904, toen Max twintig was, is wel veel aandacht besteed, het ‘schandaal in Doetinchem’; daarop kom ik aan het eind even terug.2

Lees verder in de papieren Filter