The Trouble with Translation Studies    53-62

Voyeurisme in de vertaalwetenschap

Gys-Walt van Egdom
Henri Bloemen
Winibert Segers

Het vertaaldiscours is al eeuwenlang een vat vol vergelijkingen. Hiëronymus opende de vertaaldebatten door in zijn brief aan Pammachius te stellen dat de vertaler een veroveraar dient te zijn die betekenissen gevangenneemt om ze over te brengen naar (de ruimte van) de eigen taal (2010). Het meest beklijvend is hier niet de figuur van de verovering, maar eerder die van de overdracht of de overtocht. Die figuur zou in de meeste Germaanse en Romaanse talen zelfs het werkwoord ‘vertalen’ vormgeven. Het duidelijkste voorbeeld hiervan is het Duitse werkwoord voor ‘vertalen’, übersetzen, dat ‘overzetten’ betekent en het beeld van een bewegende overzetboot oproept (cf. Grimm 1963: 111). Velen hebben deze figuur van de overdracht of overtocht treffend gevonden. Dat zal niemand verbazen, aangezien een doorgetrokken vergelijking een stimulerend effect heeft op ons denken over vertalen. In dit specifieke geval kunnen we ons afvragen wie of wat er wordt overgedragen in de handeling die ‘vertaling’ wordt genoemd. Wie of wat komt er aan boord? In de ciceroniaans-horatiaanse traditie, waartoe Hiëronymus’ tekst behoort, is het antwoord eenvoudig: de betekenis. Anderen, we zullen ze gemakshalve de filologen noemen, zullen dan weer beweren dat de woorden een bepalende rol spelen en dat die aan boord moeten worden geladen. Pierre Daniel Huet weigert een keuze tussen vorm en inhoud te maken en stelt voor alles aan boord te laden. Pas vanaf het moment dat er een storm dreigt zal de vertaler, die schipper is, de overweging moeten maken om ‘goedkope waren’ overboord te werpen. Na een storm maakt het niet meer uit of de vertaling als een originele schepping overkomt, en maakt het niet uit of de tekst een elegante indruk maakt,… (2002: 33–40). Friedrich Schleiermacher, op zijn beurt, omzeilt de tegenstelling tussen vorm en inhoud, tussen duurdere en goedkopere goederen, en vraagt ons om in vertaling hetzij de auteur, hetzij de lezer (uit de doelcultuur) te verplaatsen (1963: 47 e.v.).

De vergelijkingen (metaforen, analogieën, allegorieën ) hebben vertalers en vertaaltheoretici dus tot prachtige denkoefeningen aangezet. Hun kracht is dat ze de denkoefening nooit tot stilstand brengen. Ze behouden altijd hun werkzaamheid. Zo kunnen we bij de vergelijking tussen de vertaling en de overtocht – traducere navem – beweren dat er door het vertalen oevers ontstaan, contrasten tussen (talige en culturele) landschappen denkbaar worden die eerder nog ondenkbaar waren. Maar die oevers suggereren tegelijkertijd het bestaan van water (een oceaan, een zee, een rivier). Een logische vraag die zich dan ook opdringt is: hoe moeten we dit water opvatten? In vertaalethische termen luidt die vraag als volgt: hoe moeten we het verschil tussen het eigene en het vreemde opvatten? En hoe kan de afstand tussen twee talen, tussen twee culturen worden gemeten? Allemaal zeer relevante vragen bij een welbepaald beeld, maar uiteindelijk doen ze in dit artikel niet ter zake.

In deze bijdrage willen we namelijk een eerbetoon aan de vergelijking brengen door een nieuwe vergelijking op te werpen. In dit artikel zullen we een vergelijking trekken tussen de descriptieve takken in de vertaalwetenschap en Alfred Hitchcocks film The Trouble with Harry (1955). Aangezien het metaforische gehalte in onze tekst zo hoog is, proberen we de plot van de film tot allegorie te verheffen. Deze verheffing gebeurt niet zonder reden. Want meer nog dan de eenvoudige vergelijking dwingt de allegorie ons om blijvend na te denken over de realiteit(en) waarnaar de allegorie kán verwijzen (cf. Benjamin 1974: 366–389)1 – in dit geval: het reilen en zeilen in de descriptief georiënteerde vertaalwetenschap. Wij hopen dat er een gevolg aan onze reflectie zal worden gegeven. Met de introductie van onze allegorie willen we de gedachte bespreekbaar maken dat de vertaalwetenschap, die als een empirische discipline wordt voorgesteld, door ‘voyeurisme’ wordt geteisterd. Een poging van de descriptieve vertaalwetenschap om dit voyeurisme uit te bannen heeft, zo menen wij, een tegengesteld effect gehad. De discipline is door dit exorcisme de vragen die relevant zijn voor het fenomeen vertalen op gemakzuchtige wijze gaan ontwijken en daardoor al vrij snel tot een spreken bezijden de kwestie vervallen. Dit spreken bezijden de kwestie levert uiteindelijk een enorme informatiestroom op waarin de vertaling logischerwijs dreigt te verdwijnen en waarin een latent voyeurisme kan tieren. Wij zijn ervan overtuigd dat de graduele verdwijning van ons gedeelde onderzoeksobject grote gevolgen heeft voor de discipline, aangezien ook zij in de maalstroom van informatie dreigt te worden opgeslokt, tot er enkel een vacuüm van holle woorden rest. Dit gevaar proberen we in deze bijdrage dan ook te duiden. Daarnaast proberen we het gevaar te bezweren door een alternatieve denkpiste te schetsen.

 

Lees verder in de papieren Filter