Protestanten, katholieken, vrijdenkers, vrouwen    45-51

Vier ‘circuits’ in de Nederlandse vertaling van Italiaanse literatuur (1830–1918)

Frans Denissen

Pas gedurende de laatste decennia heeft de vertaalwetenschap, op zichzelf al een tamelijk recente discipline, zich min of meer systematisch beziggehouden met de geschiedenis van de vertaling in het algemeen en de literaire vertaling in het bijzonder. Daarbij heeft ze vaak de opeenvolgende vertalingen van de grote meesterwerken uit de wereldliteratuur (de Bijbel, Homerus, Dante, Shakespeare…) in één of meerdere taalgebieden met elkaar vergeleken om uit die vergelijking de historische of geografische evolutie van de vertaalopvattingen af te leiden. Minder vaak heeft ze geprobeerd te beschrijven hoe elk afzonderlijk taalgebied in de loop der eeuwen uit het onafzienbare aanbod van de wereldliteratuur een selectie op eigen maat maakt en te zoeken naar de motieven van die selectie. Toch kan zo’n onderzoek interessante inzichten opleveren, niet alleen inzake de voortdurend wisselende aantrekkingskracht van de broncultuur, maar ook inzake de behoeften van de doelcultuur. De meest doeltreffende instrumenten voor een dergelijk onderzoek lijken me die van de literatuursociologie. Meer nog dan oorspronkelijke literatuur wordt literatuur in vertaling immers beïnvloed door haar maatschappelijke context: de literaire vertaler kiest, zeker vanaf het begin van de industriële revolutie in het boekbedrijf en de geleidelijke professionalisering van zijn arbeid, slechts bij uitzondering volledig vrij de teksten die hij ter hand zal nemen. In de meeste gevallen wordt de keuze bepaald door de wensen van de uitgever, die zich op zijn beurt vaak laat leiden door extraliteraire factoren zoals – in onze tijd en ons maatschappelijk bestel – de winstverwachting van zijn bedrijf.

Lees verder in de papieren Filter