Waarom hervertalen? Notities uit de praktijk    15-19

Rokus Hofstede

Vertalers weten niet wat ze doen. Die gedachte viel mij in bij het lezen van het boeiende dossier over ‘De rijkdom van de hervertaling’ in het vorige Filter-nummer. Hoe boeiend ook, in dat dossier overheersen vertaaltheoretische en vertaalhistorische gezichtspunten, en het is geen wonder dat inzichten die op dat niveau worden verworven niet per se verhelderend zijn voor een beter begrip van de concrete worsteling van verschillende vertalers met eenzelfde originele tekst. Het spreken over de ‘geïntendeerde handeling’ en de ‘discursieve strategie’ (Lawrence Venuti) van de vertaler lijkt bijvoorbeeld meer rationaliteit en zelfbewustzijn te veronderstellen dan in de vertaalpraktijk aanwezig is; vertalers hebben doorgaans maar weinig controle over de parameters die komen kijken bij het vinden van hun toon en stijl. Verhaalhistorisch onderzoek kan achteraf ‘strategieën’ reconstrueren, maar in de praktijk doen vertalers in mijn ervaring niet veel meer dan het volgen van hun intuïtie – taalgevoel, vertaalgevoel, verschilt in dat opzicht weinig van muzikaal gevoel.

Eerdergenoemd Filter-dossier mondt uit in het pleidooi van Henri Bloemen en Winibert Segers voor een zoektocht naar andere vormen van spreken over vertaling, vormen van ‘ver-talig’ spreken ‘die aan de vertaling zelf de belangrijkste plaats toekennen’. Zou de muzikale analogie, waarin vertalen een ander woord is voor vertolken en waarin originele teksten niet langer als onwrikbare essenties worden beschouwd, bij die zoektocht geen vruchtbare rol kunnen spelen? In het onderstaande wil ik daartoe een paar aanzetten geven, deels gebaseerd op mijn eigen (her)vertaalpraktijk.

Lees verder in de papieren Filter