Galerij: 6 Don Quichot, borrelpraat    37-40

Barber van de Pol

Op de vraag wat een boek voor een lezer aantrekkelijk maakt, bestaan twee geheide antwoorden. De een zal wijzen op de toon of stijl van de auteur. (‘Uiteindelijk gaat het toch om stijl…’) De ander bepleit het belang van spanning en een avontuurlijke sfeer. Je moet meegenomen worden! Het gaat om het verhaal!

Moet er worden gekozen? Geen stijl zonder inhoud, geen vorm zonder vent. Het is als in het dagelijks leven: A bevalt om zijn charmante stiltes en hij weet het; B om zijn niet-aflatende, ijzersterke anekdotes, niet zelden dezelfde trouwens. Doe er je voordeel mee.

Het genre maakt uit. Bij poëzie let je vanzelf meer op het hoe, je leesinstelling is anders, trager om te beginnen. En toch is dat te makkelijk. Poëzie zonder nadrukkelijke vorm bestaat misschien niet, maar ook daar heb je grappenmakerij, tong in de wang en imposant vertoon, van alles. Feit is dat de voorkeur voor het een of het ander in Nederland doorgaans grimmig wordt verdedigd, alsof de Hoekse en Kabeljauwse twisten op niet-religieus vlak nog steeds leven.

‘Het verhaaltje doet er voor mij niet zo toe.’ Daar gaan we weer. Hier spreekt de stijlaanbidder. Let op het diminutief; de mond wordt getuit. Hij is in de minderheid en hij weet het.

‘Dat gezeur over stijl is zo overdreven.’ Nu neemt een representant van de andere groep het woord. Hij kijkt de tafel rond. Ja toch? Lachen wil hij; een morele les leren misschien ook. En weer voort. Het leven is kort.

Het is hét schisma aan de literaire borreltafel.

Lees verder in de papieren Filter