'Altijd opnieuw ergens schrijver worden'    3-8

Gesprek met Dimitri Verhulst

Orsolya Réthelyi

De helaasheid der dingen wordt net als je andere werken veel vertaald en dat in heel uiteenlopende talen. Word je door uitgevers, vertalers of publiek betrokken bij de totstandkoming van de vertalingen van je werken?

Verhulst: Meestal niet. Meestal gebeurt dat achter mijn rug om. Zoals bij de meeste auteurs worden in Frankfurt of Londen de rechten opgekocht. Je krijgt dan een telefoontje met een voorstel en een bod. Soms gaat het ook anders. De Zweedse vertaler Per Holmer bijvoorbeeld, die ook veel werken van Claus heeft vertaald, wil mijn werken erg graag in het Zweeds vertalen en is daarvoor zelf op zoek naar een uitgever. Maar dat ik rechtstreeks benaderd word, is uitzonderlijk.

In principe kun je weigeren?

Verhulst: Ja, uiteraard. Indien een bod te laag is bijvoorbeeld. Arnon Grunberg zegt gemakkelijk nee wanneer het bod te laag is en eigenlijk heeft hij daarin een beetje gelijk. Als er veel geld geboden wordt, is dat namelijk een soort garantie dat de uitgeverij haar best zal doen om je boek te verkopen en te promoten, en daar gaat het uiteindelijk om. Er zijn ook uitgeverijen die enkel uit zijn op subsidies en verder maakt het ze geen zak uit of het boek goed verkoopt of niet. Dus eigenlijk zou een bod iets hoger moeten kunnen liggen.

Zijn er grote verschillen tussen die biedingen?

Verhulst: Dat weet ik niet.

Krijg je veel vragen over de inhoud van de tekst tijdens het vertaalproces?

Verhulst: Ik krijg eigenlijk veel te weinig vragen van vertalers, ik zou er graag wat meer krijgen.

 

(De gepubliceerde tekst is een door Dorien De Man opgetekende weergave van het vraaggesprek dat Orsolya Réthelyi hield met Dimitri Verhulst tijdens de eerste workshop van het project The Circulation of Dutch Literature (CODL, Rome, 21–22 november 2013) over de circulatie en vertaling van zijn werken.)

Lees verder in de papieren Filter