Apologetische en polemische tendensen van de hervertaling    20-24

Poesjkin en de paratekst van Hans Boland

Eric Metz

Aan het begin van de eenentwintigste eeuw wordt in ons taalgebied opvallend veel Russische literatuur hervertaald; in elk geval in die mate dat nieuwe Russische schrijvers vandaag meer moeite lijken te hebben om bij ons te worden geïntroduceerd dan twintig à dertig jaar geleden het geval was. In belangrijke mate is deze hausse van de hervertaling te danken aan het langetermijnproject van uitgeverij Van Oorschot, die de laatste jaren haar prestigieuze Russische Bibliotheek in een nieuw jasje steekt. ‘Klassieke’, negentiende-eeuwse auteurs zoals Gogol, Dostojevski en Tsjechov, maar ook een twintigste-eeuwse modernist als Babel worden opnieuw vertaald, in de meeste gevallen zo’n vijftig jaar na hun introductie in deze serie. Een aantal andere uitgeverijen laat zich evenmin onbetuigd. Bij Athenaeum–Polak & Van Gennep bijvoorbeeld verscheen enkele jaren geleden Dostojevski’s roman Duivels, waarvan de titel al aangaf dat het om een nieuwe vertaling ging van Boze geesten of Demonen. En de kleinere Bredase uitgeverij Papieren Tijgerbrengt in de nabije toekomst het achtste deel uit van het tiendelige, zo goed als volledige verzamelde werk van Alexandr Poesjkin, dat eveneens vooral een hervertalingsproject is.

De vertaler van zowel Duivels als Poesjkins verzamelde oeuvre is Hans Boland. Deze winnaar van de Aleida Schotprijs (2003) voor literaire vertalingen uit Slavische talen en de Filter Vertaalprijs van 2009 biedt interessante voorbeelden van de manier waarop vertalers zichzelf ‘zichtbaar’ maken – een onderwerp waar de laatste jaren veel over te doen is geweest. Boland realiseert deze zichtbaarheid niet alleen in de vorm van publieke optredens, maar ook en vooral door middel van teksten waarin hij commentaar levert bij zijn vertalingen. In de eerste plaats kunnen we daarbij aan nawoorden en voetnoten denken, maar daarnaast zijn er ook de soms vrij uitgebreide teksten die buiten het vertaalde boek circuleren. Dit laatste is het geval voor Bolands lezenwaardige boekje Zeer Russisch zeer (2008), dat een uitgebreid commentaar bij zijn eigen Duivels-vertaling vormt en gelijktijdig met deze vertaling verscheen. Wat deze noten, commentaren en interpretaties met elkaar gemeen hebben is dat ze, in de terminologie van de Franse structuralist Gérard Genette, ‘parateksten’ zijn, teksten die de vertaling omkaderen, binnen de tekstuele ruimte van het boek – als ‘peritekst’ – of daarbuiten – als ‘epitekst’ (Genette 1987: 10–11).

Lees verder in de papieren Filter